bijwerkingen bij kanker

Patiënteninformatie over bijwerkingen van oncologische middelen met bijbehorende adviezen

Geselecteerde behandeling: doelgerichte therapie

Hoelang zijn beschermende maatregelen nodig?

  • Vandetanib: geen risico

Gevolgen voor vruchtbaarheid en ongeboren kind

Deze informatie is relevant voor vrouwen én mannen in de vruchtbare leeftijd.
Vrouwen mogen tijdens de behandeling en ook in een bepaalde periode daarna meestal niet zwanger worden. Er kunnen risico’s zijn voor het ongeboren kind. Bij mannen is minder goed bekend of een behandeling, zoals chemotherapie, tijdelijk invloed kan hebben op de kwaliteit van het zaad en of dit risico’s met zich meebrengt voor het ongeboren kind.

Ook kan de behandeling van kanker ervoor zorgen dat u (later) minder vruchtbaar bent of eerder in de overgang komt. Dit hangt af van het soort medicijnen, de combinatie van medicijnen, de dosering, het soort kanker en uw leeftijd.

Bespreek vóór de start van de behandeling wat dit in uw situatie betekent. Bijvoorbeeld of – en hoe lang – u maatregelen moet nemen om een zwangerschap te voorkomen.
Heeft u een kinderwens? Bespreek dan met uw zorgverlener de mogelijkheid van invriezen van sperma of eicellen vóór het starten van de behandeling.

Bijwerkingen en adviezen

Duizelig zijn

Door de behandeling kunt u zich duizelig voelen. Bijvoorbeeld als u snel op staat van een stoel. Meestal voelt u zich een paar seconden duizelig.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • onstabiel of wankel lopen
  • licht gevoel in het hoofd
  • wazig zien of sterretjes zien
  • draaierig voelen
  • misselijk zijn
Advies
  • Neem contact op met uw zorgverlener als u:
    • zich duizelig blijft voelen en dit niet verdwijnt.
    • flauwvalt.
    • hartkloppingen of een onregelmatige hartslag heeft.
    • problemen met praten, slikken of lopen heeft.
    • minder kracht in uw armen of benen heeft.
  • Sta langzaam op. Neem de tijd om van houding te veranderen. Bijvoorbeeld als u opstaat of uit bed komt.
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.

Laatst gewijzigd: 6 mei 2025

Hartproblemen

Tijdens de behandeling krijgt u een medicijn dat het hart kan beschadigen. Hierdoor kan de werking van de hartspier afnemen. Uw hart heeft dan een verminderde pompkracht of klopt onregelmatig. Deze bijwerking hangt af van de totale hoeveelheid van dit medicijn. Voorbeelden van klachten zijn:

  • hartkloppingen
  • hartritmestoornis
  • hartfalen

Of deze bijwerking optreedt, verschilt per patiënt. Loopt u door de behandeling risico, dan zal uw arts u regelmatig controleren.

Advies

Als u een van de volgende klachten heeft, neem dan contact op met uw behandelend arts:

  • extreme vermoeidheid bij lichamelijke inspanning
  • pijn op de borst
  • kortademigheid
  • hartbonzen (vooral ‘s nachts), een onregelmatige hartslag of een erg snelle hartslag
  • vocht vasthouden in de benen (dikke enkels, onderbenen).

Huidproblemen

Door de behandeling kan de huid geïrriteerd raken.

gevoelig zijn voor zonlicht

Tijdens de behandeling kan uw huid gevoeliger worden voor zonlicht. De huid kan dunner, droger en kwetsbaarder worden. Daardoor kan zonlicht sneller schade veroorzaken. Uw huid kan ook sneller verbranden. Dit geldt ook voor de zonnebank.

 De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • rode of verbrande huid, zelfs na korte tijd in de zon
  • jeuk
  • pijn of een branderig gevoel
  • uitslag of blaasjes
  • donkere of lichte vlekken op de huid

Deze klachten kunnen meteen ontstaan, maar soms ook pas uren tot 48 uur later.

Advies
  • Bescherm de huid tegen de zon:
    • Draag bedekkende kleding, zoals een shirt met lange mouwen, een hoed of pet en een zonnebril.
    • Blijf uit de zon, vooral tussen 12 en 15 uur.
    • Smeer zonnebrandcrème met minimaal factor 30. Smeer uw huid hiermee elke 2 uur in. Smeer ook opnieuw na het zwemmen of als u veel heeft gezweet.
  • Ga ook niet onder de zonnebank.

Gewijzigd: 22 juli 2026

droge huid

Door de behandeling kan uw huid droog worden en gaan schilferen. De huid is kwetsbaar. Dat komt doordat uw huid minder nieuwe huidcellen maakt. Ook werkt de bescherming van uw huid minder goed door de behandeling.

 De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • schilfers of barstjes in de huid
  • gevoelig zijn voor zonlicht
  • rode huid
  • jeuk
  • kloven
Advies
  • Probeer de huid zo min mogelijk uit te drogen. Dit doet u door:
    • niet te vaak en niet te lang te douchen of in bad te gaan.
    • lauw water te gebruiken.
    • geen zeep of weinig zeep te gebruiken.
  • Droog de huid na het douchen voorzichtig af. Dep uw huid droog. Wrijf niet.
  • Gebruik een vette crème of lotion zonder parfum. Bijvoorbeeld koelzalf of cetomacrogolcrème. Dit kunt u kopen bij de drogist of apotheek.
  • Gebruik geen producten met alcohol op de huid, zoals parfum en aftershave.
  • Voorkom dat uw huid gaat irriteren op plekken waar het jeukt. Draag losse kleding, Kies kleding van katoen of andere zachte stoffen.
  • Gebruik iets koels tegen de jeuk. Bijvoorbeeld koelkompressen, koelzalf of mentholgel-poeder.
  • Blijf uit de zon, vooral tussen 12 en 15 uur.
  • Smeer zonnebrandcrème met minimaal factor 30. Smeer uw huid hiermee elke 2 uur in. Smeer ook opnieuw na het zwemmen of als u veel heeft gezweet.
  • Scheer met een elektrisch scheerapparaat in plaats van met een mesje.

Bespreek uw klachten met uw zorgverlener tijdens uw volgende afspraak. Heeft u veel last van de klachten? Of merkt u dat ze uw dagelijks leven lastiger maken? Neem dan eerder contact op met uw zorgverlener. 

Gewijzigd: 22 juli 2026

huiduitslag

Door de behandeling kunt u huiduitslag krijgen. Dit kan over uw hele huid voorkomen. Het kan ook op één plek zitten, bijvoorbeeld op uw borst

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • rode huid
  • jeuk
  • bultjes op de huid
  • dikke huid
  • blaren of blaasjes op de huid
  • wondjes en korstjes op de huid
Advies
  • Neem meteen contact op met uw zorgverlener als u blaren of blaasjes heeft.
  • Verzorg uw huid goed. Was de huid met lauw water. Gebruik geen zeep of weinig zeep.
  • Gebruik geen producten met alcohol op de huid, zoals parfum en aftershave.
  • Scheer de huid niet op de plek waar de huiduitslag zit.
  • Blijf uit de zon, vooral tussen 12 en 15 uur.
  • Smeer zonnebrandcrème met minimaal factor 30. Smeer uw huid hiermee elke 2 uur in. Smeer ook opnieuw na het zwemmen of als u veel heeft gezweet.
  • Draag geen strakke kleren of strakke schoenen.
  • Gebruik koelkompressen om de klachten tijdelijk te verminderen.
  • Gebruik een vette crème of lotion zonder parfum. Bijvoorbeeld koelzalf of cetomacrogolcrème. Dit kunt u kopen bij de drogist of apotheek. Dit voorkomt de huiduitslag niet, maar kan wel helpen bij klachten.
  • Vertel het altijd aan uw zorgverlener als u huiduitslag heeft.

Gewijzigd: 22 juli 2026

jeuk

Door de behandeling kunt u last krijgen van jeuk. Dit kan ongemakkelijk en vervelend zijn. Bij jeuk heeft u de drang om te krabben of te wrijven. Jeuk kan voorkomen over het hele lichaam of op een stuk van het lichaam.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • een rode huid of huiduitslag
  • slecht slapen
  • psychische klachten
Advies
  • Probeer niet te krabben of wrijven. Zorg voor afleiding zoals muziek of ontspanningsoefeningen.
  • Probeer de huid zo min mogelijk uit te drogen. Dit doet u door:
    • niet te vaak en niet te lang te douchen of baden.
    • lauw water te gebruiken.
    • geen of weinig zeep te gebruiken.
  • Droog de huid na het douchen voorzichtig af. Dep uw huid droog.
  • Gebruik geen producten met alcohol op de huid, zoals parfum en aftershave.
  • Gebruik een crème of lotion zonder parfum. Gebruik bijvoorbeeld koelzalf, cetomacrogolcrème of vaseline. Dit kunt u kopen bij de drogist of apotheek.
  • Vermijd irritatie van de huid waar het jeukt. Draag loszittende kleding en kleding van katoen of andere zachte stoffen.
  • Bespreek uw klachten met uw zorgverlener tijdens uw volgende afspraak. Heeft u veel last van de klachten en merkt u dat ze uw dagelijks leven moeilijk maken? Neem dan eerder contact op met uw zorgverlener. Deze gaat samen met u bekijken wat er mogelijk is. 

Laatst gewijzigd: 15 juli 2025

puistjes

Door de behandeling kunt u last krijgen van puistjes. Dit zijn kleine rode bultjes met of zonder pus. De puistjes lijken op acné. Ze komen meestal voor in het gezicht, op de hoofdhuid, borst of rug. Deze puistjes mogen niet behandeld worden met anti-acné middelen.
De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • rode bultjes
  • jeuk
  • droge huid
  • korstjes
  • pijn rondom de puistjes
  • branderig gevoel van de huid
  • psychische klachten of stress
Advies
  • Probeer niet aan de puistjes te komen. Zorg voor afleiding zoals muziek of ontspanningsoefeningen.
  • Probeer de huid zo min mogelijk uit te drogen. Dit doet u door:
    • niet te vaak en niet te lang te douchen of baden.
    • lauw water te gebruiken.
    • geen of weinig zeep te gebruiken.
  • Droog de huid na het douchen af door te deppen.
  • Gebruik geen producten met alcohol op de huid zoals parfum en aftershave.
  • Gebruik een crème of lotion zonder parfum. Uw zorgverlener kan u een neutrale crème voorschrijven.
  • Blijf uit felle zon en bescherm de huid tegen de zon.
  • Bespreek uw klachten met uw zorgverlener tijdens uw volgende afspraak. Deze gaat samen met u bekijken wat er mogelijk is. Neem contact op als de puistjes uitgroeien tot grote pijnlijke plekken of u een flinke ontsteking ziet.

Laatst gewijzigd: 15 juli 2025

Maag-darmklachten

Door de behandeling kunt u last krijgen van maag-darmklachten. Dit zijn klachten die te maken hebben met het spijsverteringskanaal. Deze loopt van de mond tot en met de anus. Klachten kunnen zijn: een ander ontlastingspatroon, maag- of buikpijn, opgeblazen gevoel of winderigheid.

misselijk zijn en overgeven

Door de behandeling kunt u misselijk worden en overgeven. Het hangt af van de kankersoort en behandeling hoeveel last u hiervan heeft.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • kokhalzen en overgeven
  • minder zin in eten
  • maagklachten, zoals een vol gevoel of pijn in de maag
  • buikpijn en/of buikkrampen
  • opgezette buik

Misselijk zijn en overgeven zijn vervelende bijwerkingen en kunnen u beperken in uw dagelijks leven. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies
  • Het is belangrijk dat u uw medicijnen altijd inneemt zoals u met uw zorgverlener hebt besproken. Houdt u aan de vaste tijden om uw medicijnen in te nemen, ook als u niet misselijk bent.
  • Door het overgeven verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
  • Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
  • Forceer het eten niet. Eet op momenten wanneer u minder misselijk bent en pauzeer bij hevige misselijkheid.
  • Eet geen vet, gefrituurd, zoet, zuur of scherp gekruid eten.
  • Vermijd sterke geuren tijdens het eten. Als de geur van eten u stoort, vraag anderen om het eten klaar te maken.
  • Als de geur van eten u stoort, probeer dan eten te eten dat koud is of op kamertemperatuur is.
  • Maak het eten zo ontspannen mogelijk. Voor sommige mensen is het fijn om afleiding te hebben van de televisie, muziek of gezelschap. Anderen vinden het juist fijn om in een rustige ruimte te eten.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen of yoga, kan ervoor zorgen dat u minder last heeft van misselijk zijn en overgeven.
  • Doe ontspanningsoefeningen. Massages, luisteren naar muziek en mediteren kunnen helpen tegen misselijk zijn.
  • Wilt u acupunctuur of acupressuur proberen? Bespreek dit dan eerst met uw arts.
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • langer dan 24 uur moet overgeven.
    • niet voldoende kunt drinken (minder dan 1,5 liter per dag) en/of als u last heeft van uitdroging. Dit is bijvoorbeeld te merken aan een droge mond en droge huid. En aan weinig of niet kunnen plassen en donkerbruine plas.

Uw zorgverlener kan samen met u kijken wat er mogelijk is. Dit hangt af van uw klachten. U kunt bijvoorbeeld extra medicijnen krijgen tegen het misselijk zijn.

Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen als u last heeft van misselijk zijn en overgeven. Vind hier een dietist bij u in de buurt die u kan helpen met deze klachten.

Laatst gewijzigd op 15 april 2025

buikpijn

Door de behandeling kunt u pijn in de buik krijgen. Vaak gaat buikpijn vanzelf weer over.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

Heeft u één of meer van deze klachten? Kijk dan bij de informatie over die bijwerking (bijvoorbeeld misselijkheid en overgeven) voor extra adviezen. 

Advies
  • Probeer te ontspannen. Een kruik of warm bad kan helpen.
  • Eet geen vet, gefrituurd, zoet, zuur of scherp gekruid eten.
  • Neem meteen contact met uw zorgverlener als u:
    • plotseling erge buikpijn heeft
    • buikpijn heeft die steeds erger wordt
    • langer dan 24 uur moet overgeven
    • bloed overgeeft
    • er bloed uit uw anus (poepgat) komt, met of zonder poep
    • plakkerige, zwarte poep heeft
    • niet meer kunt plassen, terwijl u wel nodig moet
    • koorts heeft (38,5 graden of meer).

Gewijzigd: 29 juli 2026

diarree

Diarree is waterige dunne ontlasting waarvoor u meer dan 3 keer per dag naar de wc moet. Bij diarree nemen de darmen minder vocht en voedingsstoffen op. Dit komt door irritatie van de darmen, waardoor de darmen minder goed werken. Vaak komt de aandrang plotseling. En is het ophouden van de diarree moeilijk of lukt het zelfs helemaal niet.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • een waterige of dunne ontlasting
  • bloed of slijm bij de ontlasting
  • buikpijn en/of buikkrampen
  • opgeblazen gevoel
  • vaak naar de wc moeten
  • misselijk zijn en overgeven
  • koorts
  • als u een stoma heeft voor de ontlasting, moet u het zakje vaker legen dan normaal.
Advies

Wat moet u doen bij diarree:

  • Neem contact op met uw zorgverlener als u:
    • langer dan 24 uur diarree heeft.
    • bloed of slijm bij de ontlasting heeft.
    • moet overgeven en diarree heeft.
  • Houd bij hoe vaak en hoe veel ontlasting u heeft.
  • Door de diarree verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade. Varieer met zowel zoete als zoute dranken. Genoeg drinken kan in het begin lastig zijn, omdat u niet altijd dorst heeft. Het kan dan helpen om op te schrijven wat u heeft gedronken.

Wat kunt u nog meer doen bij diarree:

  • Voeding is meestal niet de oorzaak van diarree. Een streng dieet is niet nodig. Wel kan het helpen om verschillende dingen te eten. Vasten of minder eten is niet verstandig.
  • Vermijd koffie, alcohol, zure dranken, producten met zoetstoffen of producten met lactose.
  • Eet of drink (tijdelijk) meer zout. Als u diarree heeft, verliest u meer zout dan normaal. Neem regelmatig een kopje soep of bouillon. Overleg met uw zorgverlener als u niet te veel zout mag eten.
  • Eet kleine porties. Kies in plaats van 3 grote maaltijden voor kleinere porties verdeeld over de dag.

Neem nooit medicijnen, supplementen of probiotica (bacteriën die de darmen kunnen helpen) tegen diarree zonder dit met uw zorgverlener te bespreken.

Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt eten bij diarree.

Ook kunt u bij diarree last krijgen van wondjes en pijn rondom de anus. Hieronder vindt u adviezen wat u moet doen als u wondjes en/of pijn rondom uw anus heeft:

  • Maak uw huid schoon met zacht toiletpapier.
  • Was de huid al deppend zonder zeep.
  • Gebruik vette zalf rondom het anale gebied om de jeuk te verzachten.

Laatst gewijzigd: 15 april 2025

minder zin in eten

Uw behandeling kan ervoor zorgen dat u minder zin hebt in eten. Meestal is dit tijdelijk. Als u last heeft van minder zin in eten, kunnen de volgende klachten optreden: 

  • minder eten dan normaal, of helemaal niet eten
  • weinig of geen interesse in eten
  • afvallen
  • andere smaak
  • moe zijn

Het is belangrijk om genoeg energie (calorieën), eiwitten, vocht en voedingsstoffen zoals vitamines en mineralen binnen te krijgen. Hieronder vindt u adviezen over wat u kunt doen als u minder zin heeft in eten. 

Advies
  • Eet wanneer u honger heeft. U hoeft niet te wachten op vaste eetmomenten.
  • Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
  • Kies voor energierijke voeding en volle producten.
  • Probeer ander eten uit dan normaal of maak het eten op een andere manier klaar.
  • Zorg dat u een (energierijk) tussendoortje bij u heeft als u ergens naar toe gaat.
  • Drinken gaat soms makkelijker dan eten. U kunt bijvoorbeeld een smoothie drinken met kwark, fruit en wat havermout.
  • Probeer vlak voor of tijdens een maaltijd niet veel te drinken, daardoor neemt de eetlust af.
  • Als de geur van eten u stoort, probeer dan eten te eten dat koud is of op kamertemperatuur is.
  • Maak de maaltijden zo ontspannen mogelijk. Voor sommige mensen is het fijn om afleiding te hebben van de televisie, muziek of gezelschap. Anderen vinden het juist fijn om in een rustige ruimte te eten.
  • Bespreek uw klachten met uw zorgverlener. Deze gaat samen met u bekijken wat er mogelijk is. 

Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen als u minder eetlust heeft.

Kijk hier welke diëtisten bij u in de buurt u kunnen helpen met uw klachten. 

Laatst gewijzigd op 06-01-2025

Moe zijn

Tijdens de behandeling van kanker, kunt u zich erg moe voelen. Dit kan ook nog na de behandeling voorkomen. Moe zijn wordt veroorzaakt door de kanker zelf en/of door de bijwerkingen van de behandeling. Doordat u moe bent, lukt het niet meer om dagelijkse activiteiten, zoals bewegen, werk of hobby’s goed te kunnen doen. De klachten worden ook niet minder door rust en/of slaap. Na een activiteit heeft u meer of langer rust nodig. Het lukt niet goed meer om de dingen te doen die u graag wilt of moet doen.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • Weinig/geen energie hebben
  • Nergens zin in hebben
  • Prikkelbaar zijn
  • Meer willen slapen en/of meer moeite hebben met slapen
  • Last van stemmingswisselingen
  • Als u beweegt, bent u snel moe
  • Geheugen- en concentratieproblemen
  • Minder belangstelling hebben voor de omgeving

Deze klachten kunnen ook na de behandeling nog lang blijven duren. Soms een paar maanden, soms zelfs jaren. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies
  • Meld uw klachten aan uw zorgverlener. Deze kan uw klachten met u bespreken en samen met u bekijken wat er mogelijk is. Bij sommige klachten kan de arts u doorverwijzen voor een behandeling met cognitieve gedragstherapie (CGT). Bij deze vorm van therapie leert u hoe u beter met de klachten kan omgaan.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals wandelen of yoga, zorgt ervoor dat u zich minder moe voelt. Een (oncologisch) fysiotherapeut kan u hierbij helpen.
  • Eet gezond en veel eiwitten. Een diëtist kan u hierbij helpen.
  • Stel grenzen. Bepaal zelf waaraan u uw energie wil besteden.
  • Zoek balans en wissel momenten van inspanning en ontspanning/rust met elkaar af. Plan niet te veel activiteiten op één dag. En wissel dingen die u moet doen af met dingen waar u energie van krijgt. Zorg ook voor een goede verdeling van mentale, sociale en lichamelijke activiteiten over de dag en de week.
  • Probeer op vaste tijden naar bed te gaan en op te staan. Ook zijn er andere adviezen die ervoor kunnen zorgen dat u beter kunt slapen. Bijvoorbeeld door vlak voor het slapen niet meer naar fel licht van een tv of mobiel te kijken. Meer adviezen kunt u hier vinden. 
  • De app “Untire Now” is een app die u helpt tegen moe zijn bij kanker. In deze app krijgt u handige tips en adviezen die u kunnen helpen bij het omgaan met moe zijn.
  • Vraag familie, vrienden en kennissen om te helpen met dingen die u te vermoeiend vindt om te doen.

Kijk hier welke zorgverleners bij u in de buurt u kunnen helpen met moe zijn.

Voor het laatst gewijzigd: 7 juli 2025

Nierproblemen

Door de behandeling kunnen uw nieren beschadigen. Hierdoor kunnen de nieren afvalstoffen en andere schadelijke stoffen minder goed uit het bloed halen. Deze stoffen blijven dan langer in het lichaam.

 Uw zorgverlener controleert uw bloed om te zien of uw nieren goed werken. Werken uw nieren minder goed? Dan kan de arts de behandeling aanpassen. Meestal merkt u zelf niet dat uw nieren minder goed werken. Pas bij heel erge nierproblemen kunt u klachten krijgen.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • vocht vasthouden, te merken aan dikke vingers, dikke enkels of zwaarder worden
  • minder plassen dan normaal
  • hoofdpijn
  • moe zijn
  • kramp in de spieren
  • minder zin in eten
  • kortademig zijn
  • hoge bloeddruk
  • jeukende en/of droge huid
Advies
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water of thee.
  • Neem meteen contact op met uw zorgverlener als u:
    • Niet genoeg kunt drinken: minder dan 1,5 liter per dag.
    • Last heeft van uitdroging. Dit is bijvoorbeeld te merken aan een droge mond en droge huid. En aan weinig of niet kunnen plassen en donkerbruine plas.

Gewijzigd: 29 juli 2026

Problemen met zien

Door de behandeling kunt u last krijgen van uw ogen en zicht. Zelden kan de behandeling een beschadiging veroorzaken aan het netvlies, hoornvlies of de ooglens.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • wazig zien
  • vervormd beeld/zien
  • dubbel zien
  • verlies van zicht
  • last hebben van (fel) licht
  • pijnlijke of rode ogen
  • hoofdpijn

U kunt zelf niets doen om deze klachten te voorkomen. Problemen met zien gaan meestal vanzelf over.

Advies

Merkt u dat u slechter ziet of pijn heeft aan de ogen? Neem dan direct contact op met uw zorgverlener. Uw zorgverlener kan samen met u bekijken wat er mogelijk is in uw situatie.

Laatst gewijzigd: 15 juli 2025

Slecht slapen

Door de behandeling kunt u slechter slapen. Dit kan bijvoorbeeld komen door bijwerkingen. Maar ook door stress, angst of zorgen.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • moeilijk in slaap vallen
  • vaak tussendoor wakker worden
  • korter slapen dan u gewend bent
  • u kunt minder goed dingen doen overdag
Advies
  • Probeer op ongeveer dezelfde tijden naar bed te gaan en op te staan.
  • Kijk vlak voor het slapen niet meer naar fel licht van een tv, computer of telefoon.
  • Zorg dat u voldoende beweegt overdag. Denk hierbij aan wandelen of yoga. Beweeg niet actief in de uren voordat u naar bed gaat.
  • Eet minimaal 2 uur voordat u gaat slapen geen grote maaltijd meer. Iets kleins eten kan wel, bijvoorbeeld wat kwark of fruit.
  • Drink in de 6 uur voordat u gaat slapen geen koffie, cola of energiedrank. Of andere drankjes waar cafeïne in zit. Drink geen alcohol om in slaap te vallen.
  • Zorg voor ontspanning voordat u naar bed gaat. Denk hierbij aan luisteren naar rustige muziek of een boek lezen.
  • Als u denkt over bijvoorbeeld acupunctuur, bespreek dit dan eerst met uw zorgverlener.
  • Heeft het slecht slapen veel invloed op hoe het met u gaat? Bespreek dit dan met uw zorgverlener. Deze kan dan samen met u kijken wat mogelijk is.
  • Meer adviezen om beter te slapen kunt u hier vinden.

Voor het laatst gewijzigd: 15 april 2025

Tintelend, prikkelend of doof gevoel

Door de behandeling kunt u last krijgen van een tintelend, prikkelend of doof gevoel. Dit wordt ook wel paresthesie genoemd. Dit kan overal in het lichaam voorkomen, bijvoorbeeld op het hoofd, in de mond of op de handen en voeten. Het kan ook gebeuren zonder dat iets de huid aanraakt. 

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • minder gevoel of ‘doof gevoel’ in uw handen, voeten, vingers en/of tenen
  • prikkelingen of tintelingen in uw handen, voeten, vingers en/of tenen
  • een branderig gevoel in uw handen, voeten, vingers en/of tenen
  • jeukende of kriebelende huid
  • een koud gevoel op uw huid 

Deze bijwerking (tintelend, prikkelend of doof gevoel) lijkt op de bijwerking schade aan zenuwen (neuropathie). Alleen bij een tintelend, prikkelend of doof gevoel is er géén schade aan uw zenuwen. De adviezen zijn wel hetzelfde. U kunt daarom de adviezen bij schade aan zenuwen (neuropathie) volgen.

Laatst gewijzigd: 10 december 2025

Verandering aan de nagels

Door de behandeling kunnen uw nagels van uw handen en voeten veranderen. De klachten beginnen meestal een paar weken nadat u met uw behandeling bent gestart.

 De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • nagels groeien minder snel
  • witte of donkere lijnen op de nagels
  • nagels veranderen van kleur
  • minder sterk worden van de nagels, bijvoorbeeld nagels die afbreken, loslaten of zachter worden.
  • ribbels, putjes en of vlekken op de nagels
  • pijnlijke nagelbedden en/of nagelriemen
  • infectie van de nagels

Meestal verdwijnen de klachten binnen enkele weken tot maanden nadat de behandeling stopt

Advies
  • Knip de nagels kort en recht af.
  • Houd de nagels schoon.
  • Gebruik een crème om je handen en voeten mee in te smeren.
  • Vijl de nagels één richting op. De kans op scheurtjes is dan kleiner.
  • Draag handschoenen wanneer u in huis of in de tuin werkt.
  • Draag ruime sokken en schoenen.
  • Wilt u nagellak gebruiken? Gebruik dan bij voorkeur nagellak op waterbasis. Gebruik nagellak remover zonder aceton. Als de nagels gespleten, pijnlijk of beschadigd zijn, gebruik dan geen nagellak.
  • Wilt u kunstnagels, gelnagels of acrylnagels tijdens de behandeling? Bespreek met uw zorgverlener of dit mag.
  • Meld uw klachten aan uw zorgverlener. Deze kan samen met u bekijken wat er mogelijk is.
  • Kijk hier voor een oncologisch voetzorgverlener bij u in de buurt voor problemen met teennagels.
  • Kijk hier voor een oncologisch handzorgverlener bij u in de buurt voor problemen met vingernagels.

Gewijzigd: 30 juli 2026

Vocht vasthouden

Door de behandeling kan uw lichaam meer vocht vasthouden. Dit heet oedeem. Meestal verdwijnt het vocht vanzelf weer. Hoelang dat duurt, hangt af van de behandeling. Ook kan het per persoon anders zijn.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • dikke enkels of onderbenen
  • dikke vingers, handen of armen
  • opgezwollen gezicht
  • zwaarder worden
  • moeite met ademen
  • benauwd worden bij plat liggen
  • minder plassen dan u gewend bent
Advies
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals wandelen of yoga, kan ervoor zorgen dat het vocht weer terugkomt in de bloedsomloop. Dat helpt om minder vocht vast te houden.
  • Leg uw benen voeten hoog als u zit of ligt. Zorg dat uw benen hoger liggen dan uw billen. Gebruik bijvoorbeeld een voetenbankje of leg kussens op de bank of onder uw matras.
  • Gebruik compressiesokken.
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • benauwd bent terwijl u niets doet of als u ligt
    • (plotselinge) pijn of druk op de borst heeft
    • plotseling een zwelling in het gezicht krijgt
    • één been heeft dat dikker, roder of pijnlijker is dan het andere been.

Let op: Deze bijwerking gaat over vocht vasthouden door chemotherapie, immuuntherapie, doelgerichte therapie of hormoontherapie. Houdt u door een andere oorzaak vocht vast? Dan kunnen de adviezen anders zijn. Bespreek dit dan met uw zorgverlener.

Laatst gewijzigd: 15 april 2025

Hoge bloeddruk

Door de behandeling kunt u een hoge bloeddruk krijgen. De bloeddruk is de druk in je bloedvaten. Deze druk is nodig om bloed rond te pompen in het lichaam. Bij een hoge bloeddruk is de bovendruk hoger dan 140 en/of de onderdruk hoger dan 90. Uw zorgverlener meet uw bloeddruk regelmatig. Als uw bloeddruk te hoog is, kan uw zorgverlener u medicatie geven.

 Een hoge bloeddruk voelt u meestal niet. Maar soms kunt u wel last krijgen van klachten zoals:

  • hoofdpijn
  • moe zijn
  • misselijk zijn
  • kortademig zijn
  • problemen met zien
  • duizelig zijn
Advies
  • Eet gezond en gevarieerd. Eet niet te veel zout, drop, zoethoutthee of zoute snacks.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals wandelen of fietsen, helpt om de bloeddruk goed te houden.
  • Streef een gezond gewicht na.
  • Rook niet en drink geen alcohol.
  • Vermijd of verminder koffie drinken.
  • Meet uw temperatuur. Heeft u een temperatuur van boven de 38,5°C? Neem dan direct contact op met uw zorgverlener. 

Dit zijn algemene adviezen. In uw situatie kunnen andere adviezen gelden. Bespreek dit met uw zorgverlener.

Laatst gewijzigd: 21 augustus 2025

Hoofdpijn

Door de behandeling kunt u last krijgen van hoofdpijn. Hoofdpijn is pijn of druk in je hoofd. De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • een drukkend, knellend of bonzend gevoel in het hoofd
  • last hebben van (fel) licht of geluid
  • misselijk zijn en overgeven
  • duizelig zijn
  • wazig of dubbel zien
  • loopneus of verstopte neus
  • stijve nek
Advies
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
  • Probeer op vaste tijden naar bed te gaan en op te staan.
  • Zorg dat u voldoende beweegt overdag. Denk hierbij aan wandelen of yoga.
  • Probeer niet te veel drankjes te drinken waar cafeïne in zit. Bijvoorbeeld koffie, cola of energiedrank. Drinkt u dit vaak? Probeer dit dan rustig te verminderen. Stop niet opeens helemaal, want dat kan juist hoofdpijn geven.
  • Door stress en spanning kunt u soms ook hoofdpijn krijgen. Zorg voor ontspanning.
  • Verminder de tijd die u kijkt naar een tv, computer of telefoon om vermoeide ogen te voorkomen.
  • Rust uit in een koele, donkere, rustige kamer.
  • Als u veel last heeft van uw hoofdpijn, kunt u een pijnstiller nemen. Bijvoorbeeld paracetamol. Maar doe dit niet te vaak en niet te lang achter elkaar. Overleg met uw zorgverlener als u vaak een pijnstiller nodig heeft.
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • pijn in de nek heeft bij het buigen van uw nek
    • koorts heeft (38,5 graden of meer)
    • klachten heeft zoals een scheve mond, onduidelijk of verward praten of minder gevoel of kracht in een arm of been
    • langer dan 24 uur moet overgeven

Laatst gewijzigd: 10 december 2025

Infecties

Door de behandeling bestaat een verhoogde gevoeligheid voor infectie. Door het onderdrukken van het afweersysteem (immunosuppressie) worden koorts en tekenen van infecties onderdrukt. Soms kan het voorkomen dat u niet of minder snel in de gaten heeft dat u een infectie ontwikkelt. Als u een infectie krijgt, heeft u vaak last van vermoeidheid en een algemeen ziek gevoel.

Een infectie betekent het binnendringen van ziekteverwekkende micro-organismen in het lichaam die zich hier vermenigvuldigen. Voorbeelden van deze micro-organismen zijn virussen, bacteriën,  parasieten en schimmels.   

Bekende voorbeelden van infecties zijn:

  • urineweginfectie (bijv. blaasontsteking)
  • luchtweginfectie (bijv. keelontsteking of longontsteking)
  • buikgriep
  • infectie onder de huid
  • koortslip
Advies
  • vermijd contact met zieke mensen en grote groepen
  • zorg voor een goede lichaamshygiëne
  • zorg voor een goede mondverzorging door 4x per dag de tanden te poetsen en de mond regelmatig te spoelen
  • bij een temperatuur boven de 38,5 ºC moet u direct contact opnemen met uw behandelend arts of verpleegkundige

Psychische klachten

De diagnose kanker roept bij de meeste mensen angst en onzekerheid op. Sommige medicijnen kunnen ook psychische reacties geven. Klachten die hiermee gepaard gaan zijn:

  • verwardheid
  • angst
  • onrust
  • depressieve gevoelens
  • stemmingswisselingen
  • snel geïrriteerd zijn

Advies

Bespreek uw klachten met uw behandelend arts. Deze kan u verwijzen naar een psycholoog, psychotherapeut of psychiater. Kijk voor psychische zorg bij u in de buurt.