Verandering aan de nagels
Door de behandeling kunnen uw nagels van uw handen en voeten veranderen. De klachten beginnen meestal een paar weken nadat u met uw behandeling bent gestart.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- nagels groeien minder snel
- witte of donkere lijnen op de nagels
- nagels veranderen van kleur
- minder sterk worden van de nagels, bijvoorbeeld nagels die afbreken, loslaten of zachter worden.
- ribbels, putjes en of vlekken op de nagels
- pijnlijke nagelbedden en/of nagelriemen
- infectie van de nagels
Meestal verdwijnen de klachten binnen enkele weken tot maanden nadat de behandeling stopt
Advies
- Knip de nagels kort en recht af.
- Houd de nagels schoon.
- Gebruik een crème om je handen en voeten mee in te smeren.
- Vijl de nagels één richting op. De kans op scheurtjes is dan kleiner.
- Draag handschoenen wanneer u in huis of in de tuin werkt.
- Draag ruime sokken en schoenen.
- Wilt u nagellak gebruiken? Gebruik dan bij voorkeur nagellak op waterbasis. Gebruik nagellak remover zonder aceton. Als de nagels gespleten, pijnlijk of beschadigd zijn, gebruik dan geen nagellak.
- Wilt u kunstnagels, gelnagels of acrylnagels tijdens de behandeling? Bespreek met uw zorgverlener of dit mag.
- Meld uw klachten aan uw zorgverlener. Deze kan samen met u bekijken wat er mogelijk is.
- Kijk hier voor een oncologisch voetzorgverlener bij u in de buurt voor problemen met teennagels.
- Kijk hier voor een oncologisch handzorgverlener bij u in de buurt voor problemen met vingernagels.
Gewijzigd: 30 juli 2026