Durvalumab
Geselecteerde behandeling: immunotherapie
Inleiding
U krijgt binnenkort in het Antonius Ziekenhuis in Sneek een oncologische behandeling.
De arts en oncologie verpleegkundige hebben u al informatie gegeven over de behandeling en de gang van zaken op de oncologische afdeling.
Dit document is bedoeld om thuis te gebruiken als naslagwerk. Wij hopen dat u hiermee voldoende informatie heeft om de periode van de behandeling zo goed mogelijk door te komen.
Deze informatie is ook bedoeld voor hulpverleners met wie u thuis te maken heeft. Tijdens deze periode kan het namelijk voorkomen dat u, behalve met de specialist en de verpleegkundige van het ziekenhuis, ook te maken krijgt met de verpleegkundigen van de thuiszorg of tandarts. Het is belangrijk dat zij ook weten dat u een behandeling krijgt en welke medicijnen u gebruikt en welke adviezen u krijgt.
Algemene informatie
Voorafgaand aan elke kuur wordt eerst uw bloed gecontroleerd. Voor iedere kuur, krijgt u een afspraak bij de longarts voor de uitslag van het bloed en te bespreken hoe het met u gaat.
Wanneer u vragen en/of klachten heeft kunt u contact opnemen met de verpleegkundig consulent oncologie. Zij zijn op werkdagen bereikbaar, bij voorkeur bellen tijdens de spreekuren van 9 – 10 uur en 13 – 14 uur op telefoonnummer: 0515–488904
De consulent is ook per e-mail bereikbaar: oncologieconsulent@mijnantonius.nl
Bij dringende zaken na 16.00 uur en in het weekend/tijdens feestdagen, kunt u bellen met de oncologische verpleegafdeling tel. nr: 0515-488600
Behandelschema
Durvalumab behoort tot de geneesmiddelen immunotherapie. Durvalumab zorgt voor een immuunreactie met als resultaat dat tumorcellen vernietigd worden. Het middel wordt via infuus toegediend één keer per vier weken.
De totale opname duur is ongeveer 1 uur.
De volgende kuur start in principe 4 weken na dag 1, als de bloeduitslagen goed zijn en u voldoende hersteld bent. Het aantal kuren dat u krijgt kan variëren en bespreekt u met de longarts. Maximaal kunt u 12 keer Durvalumab krijgen.
|
Medicatie |
Dag 1 |
Dag 2 t/m 28 |
Wijze van toediening |
|
Durvalumab |
X |
Rust |
Infuus |
Voetnoot behandelplan
Tijdens de behandeling kunt u te maken krijgen met bijwerkingen. Indien u hiermee te maken krijgt neem dan contact op met de verpleegkundig consulent oncologie.
Hoelang zijn beschermende maatregelen nodig?
- Durvalumab: geen risico
Gevolgen voor vruchtbaarheid en ongeboren kind
Deze informatie is relevant voor vrouwen én mannen in de vruchtbare leeftijd.
Vrouwen mogen tijdens de behandeling en ook in een bepaalde periode daarna meestal niet zwanger worden. Er kunnen
risico’s zijn voor het ongeboren kind. Bij mannen is minder goed bekend of een behandeling, zoals chemotherapie,
tijdelijk invloed kan hebben op de kwaliteit van het zaad en of dit risico’s met zich meebrengt voor het ongeboren
kind.
Ook kan de behandeling van kanker ervoor zorgen dat u (later) minder vruchtbaar bent of eerder in de overgang komt. Dit hangt af van het soort medicijnen, de combinatie van medicijnen, de dosering, het soort kanker en uw leeftijd.
Bespreek vóór de start van de behandeling wat dit in uw situatie betekent. Bijvoorbeeld of – en hoe lang – u
maatregelen moet nemen om een zwangerschap te voorkomen.
Heeft u een kinderwens? Bespreek dan met uw zorgverlener de mogelijkheid van invriezen van sperma of eicellen vóór
het starten van de behandeling.
Middelen met hun bijwerkingen
Durvalumab (immunotherapie)
Bijwerkingen en adviezen
Huidproblemen
Door de behandeling kan de huid geïrriteerd raken.
huiduitslag
Door de behandeling kunt u huiduitslag krijgen. Dit kan over uw hele huid voorkomen. Het kan ook op één plek zitten, bijvoorbeeld op uw borst
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- rode huid
- jeuk
- bultjes op de huid
- dikke huid
- blaren of blaasjes op de huid
- wondjes en korstjes op de huid
Advies
- Neem meteen contact op met uw zorgverlener als u blaren of blaasjes heeft.
- Verzorg uw huid goed. Was de huid met lauw water. Gebruik geen zeep of weinig zeep.
- Gebruik geen producten met alcohol op de huid, zoals parfum en aftershave.
- Scheer de huid niet op de plek waar de huiduitslag zit.
- Blijf uit de zon, vooral tussen 12 en 15 uur.
- Smeer zonnebrandcrème met minimaal factor 30. Smeer uw huid hiermee elke 2 uur in. Smeer ook opnieuw na het zwemmen of als u veel heeft gezweet.
- Draag geen strakke kleren of strakke schoenen.
- Gebruik koelkompressen om de klachten tijdelijk te verminderen.
- Gebruik een vette crème of lotion zonder parfum. Bijvoorbeeld koelzalf of cetomacrogolcrème. Dit kunt u kopen bij de drogist of apotheek. Dit voorkomt de huiduitslag niet, maar kan wel helpen bij klachten.
- Vertel het altijd aan uw zorgverlener als u huiduitslag heeft.
Gewijzigd: 22 juli 2026
jeuk
Door de behandeling kunt u last krijgen van jeuk. Dit kan ongemakkelijk en vervelend zijn. Bij jeuk heeft u de drang om te krabben of te wrijven. Jeuk kan voorkomen over het hele lichaam of op een stuk van het lichaam.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- een rode huid of huiduitslag
- slecht slapen
- psychische klachten
Advies
- Probeer niet te krabben of wrijven. Zorg voor afleiding zoals muziek of ontspanningsoefeningen.
- Probeer de huid zo min mogelijk uit te drogen. Dit doet u door:
- niet te vaak en niet te lang te douchen of baden.
- lauw water te gebruiken.
- geen of weinig zeep te gebruiken.
- Droog de huid na het douchen voorzichtig af. Dep uw huid droog.
- Gebruik geen producten met alcohol op de huid, zoals parfum en aftershave.
- Gebruik een crème of lotion zonder parfum. Gebruik bijvoorbeeld koelzalf, cetomacrogolcrème of vaseline. Dit kunt u kopen bij de drogist of apotheek.
- Vermijd irritatie van de huid waar het jeukt. Draag loszittende kleding en kleding van katoen of andere zachte stoffen.
- Bespreek uw klachten met uw zorgverlener tijdens uw volgende afspraak. Heeft u veel last van de klachten en merkt u dat ze uw dagelijks leven moeilijk maken? Neem dan eerder contact op met uw zorgverlener. Deze gaat samen met u bekijken wat er mogelijk is.
Laatst gewijzigd: 15 juli 2025
puistjes
Door de behandeling kunt u last krijgen van puistjes. Dit zijn kleine rode bultjes met of zonder pus. De puistjes lijken op acné. Ze komen meestal voor in het gezicht, op de hoofdhuid, borst of rug. Deze puistjes mogen niet behandeld worden met anti-acné middelen.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- rode bultjes
- jeuk
- droge huid
- korstjes
- pijn rondom de puistjes
- branderig gevoel van de huid
- psychische klachten of stress
Advies
- Probeer niet aan de puistjes te komen. Zorg voor afleiding zoals muziek of ontspanningsoefeningen.
- Probeer de huid zo min mogelijk uit te drogen. Dit doet u door:
- niet te vaak en niet te lang te douchen of baden.
- lauw water te gebruiken.
- geen of weinig zeep te gebruiken.
- Droog de huid na het douchen af door te deppen.
- Gebruik geen producten met alcohol op de huid zoals parfum en aftershave.
- Gebruik een crème of lotion zonder parfum. Uw zorgverlener kan u een neutrale crème voorschrijven.
- Blijf uit felle zon en bescherm de huid tegen de zon.
- Bespreek uw klachten met uw zorgverlener tijdens uw volgende afspraak. Deze gaat samen met u bekijken wat er mogelijk is. Neem contact op als de puistjes uitgroeien tot grote pijnlijke plekken of u een flinke ontsteking ziet.
Laatst gewijzigd: 15 juli 2025
Longklachten
Door de behandeling kunt u last krijgen van uw longen. De volgende klachten kunnen voorkomen:
- hoesten
- benauwd of kortademig zijn, soms ook in rust
- moeite met ademhalen
- pijn of druk op de borst
- snelle of piepende ademhaling
- moe zijn
- koorts (38,5 graden of meer)
Advies
- Beweeg overdag voldoende. Denk hierbij aan wandelen, fietsen of yoga.
- Eet gezond en gevarieerd.
- Was uw handen regelmatig, vooral na gebruik van het toilet.
- Rookt u? Stop dan met roken.
- Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
- plotseling benauwd of kortademig bent.
- pijn op de borst heeft of pijn bij ademhalen.
- een snelle ademhaling heeft die u niet rustig krijgt.
- koorts heeft (38,5 graden of meer).
- bloed ophoest.
Laatst gewijzigd: 22-9-2026
Maag-darmklachten
Door de behandeling kunt u last krijgen van maag-darmklachten. Dit zijn klachten die te maken hebben met het spijsverteringskanaal. Deze loopt van de mond tot en met de anus. Klachten kunnen zijn: een ander ontlastingspatroon, maag- of buikpijn, opgeblazen gevoel of winderigheid.
diarree bij immunotherapie
Immunotherapie kan een ontsteking in de darmen veroorzaken. Daardoor kunt u last krijgen van diarree. Diarree is waterige dunne ontlasting waarvoor u meer dan 3 keer per dag naar de wc moet. Bij diarree nemen de darmen minder vocht en voedingsstoffen op. Vaak komt de aandrang plotseling. En is het ophouden van de diarree moeilijk of lukt het zelfs helemaal niet.
De volgende klachten kunnen optreden:
- een waterige of dunne ontlasting
- bloed of slijm bij de ontlasting
- buikpijn en/of buikkrampen
- opgeblazen gevoel
- vaak naar de wc moeten
- misselijk zijn en overgeven
- koorts
- als u een stoma heeft voor de ontlasting, moet u het zakje vaker legen dan normaal.
Let op: diarree bij immunotherapie kan wijzen op een auto-immuunreactie. Dit betekent dat uw eigen afweercellen in de darmen aanvalt. Hierdoor ontstaat er een ontsteking. Dit wordt ook wel colitis genoemd.
Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.
Advies
Wat moet u doen bij diarree:
- Neem altijd contact op met uw zorgverlener als u diarree heeft en/of als er bloed of slijm bij de ontlasting zit. Niet wachten met bellen.
- Houd bij hoe vaak en hoe veel ontlasting u heeft.
- Door de diarree verliest u meer vocht dan normaal. Daarom is het belangrijk dat u genoeg drinkt. Genoeg betekent per dag 1,5 tot 2 liter; dit zijn 10 tot 12 glazen per dag. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade. Varieer met zowel zoete als zoute dranken. Genoeg drinken kan in het begin lastig zijn, omdat u niet altijd dorst heeft. Het kan dan helpen om op te schrijven wat u heeft gedronken.
Wat kunt u nog meer doen bij diarree:
- Voeding is meestal niet de oorzaak van diarree. Een streng dieet is niet nodig. Wel kan het helpen om verschillende dingen te eten. Vasten of minder eten is niet verstandig.
- Vermijd koffie, alcohol, zure dranken, producten met zoetstoffen of producten met lactose.
- Eet of drink (tijdelijk) meer zout. Als u diarree heeft, verliest u meer zout dan normaal. Neem regelmatig een kopje soep of bouillon. Overleg met uw zorgverlener als u niet te veel zout mag eten.
- Eet kleine porties. Kies in plaats van 3 grote maaltijden voor vaker kleinere porties op een dag.
- Neem nooit medicijnen, supplementen of probiotica (bacteriën die de darmen kunnen helpen) tegen diarree zonder dit met uw zorgverlener te bespreken.
Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt eten bij diarree.
Ook kunt u bij diarree last krijgen van wondjes, jeuk en pijn rondom de anus. Hieronder vindt u adviezen wat u moet doen als u wondjes, jeuk en/of pijn rondom uw anus heeft:
- Maak uw huid schoon met zacht (vochtig) toiletpapier.
- Was de huid al deppend zonder zeep.
- Gebruik vette zalf rondom het anale gebied om de jeuk te verzachten.
Laatst gewijzigd: 23 mei 2024
buikpijn
Door de behandeling kunt u pijn in de buik krijgen. Vaak gaat buikpijn vanzelf weer over.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- buikkrampen
- misselijk zijn en overgeven
- opgeblazen of vol gevoel, vaak samen met veel winden laten
- diarree of verstopping
- maagpijn (pijn achter het borstbeen)
- maagzuur
Heeft u één of meer van deze klachten? Kijk dan bij de informatie over die bijwerking (bijvoorbeeld misselijkheid en overgeven) voor extra adviezen.
Advies
- Probeer te ontspannen. Een kruik of warm bad kan helpen.
- Eet geen vet, gefrituurd, zoet, zuur of scherp gekruid eten.
- Neem meteen contact met uw zorgverlener als u:
- plotseling erge buikpijn heeft
- buikpijn heeft die steeds erger wordt
- langer dan 24 uur moet overgeven
- bloed overgeeft
- er bloed uit uw anus (poepgat) komt, met of zonder poep
- plakkerige, zwarte poep heeft
- niet meer kunt plassen, terwijl u wel nodig moet
- koorts heeft (38,5 graden of meer).
Gewijzigd: 29 juli 2026
Pijn in spieren of gewrichten
Door de behandeling kunt u pijn krijgen in spieren en/of gewrichten.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- stijve spieren en/of gewrichten
- stijf zijn, wat na bewegen verbetert
- moeite met bewegen
- gespannen gevoel in uw spieren
- moe zijn
Advies
- Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen of fietsen, kan ervoor zorgen dat u minder last heeft van pijn in spieren of gewrichten. Een (oncologisch) fysiotherapeut kan u hierbij helpen. Vind er hier een bij u in de buurt.
- Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, sap of limonade.
- Als u denkt over bijvoorbeeld acupunctuur, bespreek dit dan eerst met uw zorgverlener.
- Neem een warme douche of gebruik een kruik.
- Een massage of yoga kan helpen tegen pijn in de spieren of gewrichten.
- Bespreek uw klachten met uw zorgverlener. Deze bekijkt samen met u wat er mogelijk is.
- Neem meteen contact op met uw zorgverlener als u:
- koorts heeft (38,5 graden of meer)
- (rode/warme) zwelling heeft in uw gewrichten
- minder kracht heeft in de spieren (bijvoorbeeld moeite met opstaan)
- spierpijn heeft na immunotherapie
Laatst gewijzigd: 7 januari 2026
Te langzaam werkende schildklier
Door de behandeling kan uw schildklier te langzaam gaan werken. De schildklier maakt dan te weinig schildklierhormoon. Hierdoor heeft het lichaam minder energie en gaat alles in uw lichaam langzamer werken.
Uw zorgverlener controleert uw bloed om te zien of uw schildklier goed werkt. Werkt uw schildklier te langzaam? Dan kan de arts de behandeling aanpassen.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- moe zijn
- langzaam zijn
- het snel koud hebben
- zwaarder worden
- droge huid en/of droog haar
- haaruitval
- verstopping
Advies
Bespreek uw klachten met uw zorgverlener tijdens uw volgende afspraak. Deze kan samen met u kijken wat er voor u mogelijk is.
Laatst gewijzigd: 28-9-2026
Koorts
Door de behandeling kunt u koorts krijgen. Koorts is een lichaamstemperatuur boven de 38,5°C. Koorts kan ontstaan door een infectie. Soms kan het ook een reactie zijn van uw afweer op het medicijn wat u heeft gehad.
De volgende klachten kunnen een teken zijn van een infectie:
- koorts
- koude rillingen (klappertanden en rillen)
- zweten
- het warm hebben
- benauwd zijn
- hoesten, soms met slijm
- keelpijn
- pijn bij het plassen, vaker plassen en/of troebele urine
- diarree
- buikpijn
- ziek voelen
Hieronder staan adviezen die u kunt volgen als u koorts heeft. Ook staan er adviezen om de kans op het krijgen van koorts te verkleinen.
Advies
Wat u kunt doen bij koorts:
- Heeft u een temperatuur van boven de 38,5°C? Neem dan direct contact op met uw zorgverlener.
- Heeft uw zorgverlener gezegd dat u paracetamol mag gebruiken? Neem dan 2 tabletten van 500 mg per keer. Niet vaker dan 4 keer per 24 uur.
- Bij koorts heeft het lichaam extra vocht nodig. Door koorts en zweten verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade. Genoeg drinken kan in het begin lastig zijn, omdat u niet altijd dorst heeft. Het kan dan helpen om op te schrijven wat u heeft gedronken.
- Rust genoeg.
Wat u kunt doen om de kans op koorts te verkleinen:
- Verzorg uw mond en tanden goed. Bijvoorbeeld door regelmatig uw mond te spoelen en tanden te poetsen. Wees voorzichtig met flosdraad, ragers en tandenstokers.
- Was uw handen regelmatig, vooral na gebruik van het toilet.
- Bespreek met uw zorgverlener of u de griepvaccinatie moet halen.
Dit zijn algemene adviezen. In uw situatie kunnen andere adviezen gelden. Bespreek dit met uw zorgverlener. Neem bij twijfel altijd contact op met uw zorgverlener.
Laatst gewijzigd: 17 maart 2025
Ontstekingen
Door de behandeling kunt u een ontsteking krijgen. Dit komt doordat de behandeling soms ook gezonde organen en weefsels aanvalt. Op verschillende plekken in uw lichaam kunnen dan ontstekingen ontstaan. Bijvoorbeeld een luchtweginfectie of een ontsteking van de darm.
Ontstekingen kunnen tijdens de behandeling ontstaan, maar ook weken tot maanden nadat de behandeling is gestart of gestopt.
Laatst gewijzigd: 1-10-2026