R-Bendamustine
Geselecteerde behandelingen: chemotherapie, immunotherapie
Inleiding
U krijgt binnenkort in het Antonius Ziekenhuis in Sneek een oncologische behandeling.
De arts en oncologie verpleegkundige hebben u al informatie gegeven over de behandeling en de gang van zaken op de oncologische afdeling.
Dit document is bedoeld om thuis te gebruiken als naslagwerk. Wij hopen dat u hiermee voldoende informatie heeft om de periode van de behandeling zo goed mogelijk door te komen.
Deze informatie is ook bedoeld voor hulpverleners met wie u thuis te maken heeft. Tijdens deze periode kan het namelijk voorkomen dat u, behalve met de specialist en de verpleegkundige van het ziekenhuis, ook te maken krijgt met de verpleegkundigen van de thuiszorg of tandarts. Het is belangrijk dat zij ook weten dat u een behandeling krijgt en welke medicijnen u gebruikt en welke adviezen u krijgt.
Algemene informatie
Voorafgaand aan elke kuur wordt eerst uw bloed gecontroleerd. De oncologie verpleegkundige neemt een dag vooraf de behandeling contact met u op over de uitslag van het bloed en hoe u zich voelt.
Wanneer u vragen en/of klachten heeft kunt u contact opnemen met de verpleegkundig consulent oncologie. Zij zijn op werkdagen bereikbaar, bij voorkeur bellen tijdens de spreekuren van 9 – 10 uur en 13 – 14 uur op telefoonnummer: 0515–488904
De consulent is ook per e-mail bereikbaar.
E-mail: oncologieconsulent@mijnantonius.nl
Bij dringende zaken na 16.00 uur en in het weekend/tijdens feestdagen, kunt u bellen met de oncologische verpleegafdeling tel. nr: 0515-488600
Behandelschema
Tijdens deze kuur krijgt u 2 verschillende medicijnen. Rituximab behoort tot de geneesmiddelen immunotherapie. Rituximab zorgt voor een immuunreactie met als resultaat dat tumorcellen vernietigd worden. Dit middel wordt via een infuus toegediend. De eerste keer dat Rituximab wordt gegeven is de inloopsnelheid van het infuus langzaam, om een allergische reactie zoveel mogelijk te voorkomen.
Bendamustine behoort tot de geneesmiddelen cytostatica. Cytostatica zijn in staat de deling van de kankercellen te remmen/vernietigen.
Voorafgaand aan de kuur en de dagen na de kuur, moet u thuis medicijnen innemen. Deze dienen als ondersteuning van de behandeling, bijvoorbeeld om bijwerkingen te beperken. De recepten voor de thuismedicatie, worden naar de apotheek van het ziekenhuis gestuurd. Zij bezorgen de medicijnen op de afdeling waar u de kuur krijgt.
De totale opname duur is bij dag 1 van de eerste kuur ongeveer 6 uur, bij de daarop volgende kuren is de duur ongeveer 3 uur. De opname duur op dag 2 is ongeveer 1,5 uur. Het aantal kuren dat nodig is verschilt per patient, meestal zijn dit er 6. Hoeveel kuren u krijgt bespreekt de hematoloog met u.
|
Medicijn |
Dag 1 |
Dag 2 |
Dag 3 t/m 28 |
Wijze van toediening |
|
Rituximab |
X | rustperiode |
Infuus volgens schema |
|
|
Bendamustine |
X | X | rustperiode |
Infuus |
De volgende kuur start in principe 4 weken na dag 1, als de bloeduitslagen goed zijn en u voldoende hersteld bent.
Eventueel kan de hematoloog Allopurinol 300 mg, in tabletvorm, bij nierfunctiestoornissen voorschrijven.
Ondersteunende medicatie die de arts tijdens uw behandeling voorschrijft in tablet vorm zijn:
Co-trimoxazol 1x daags 480 mg, dit medicijn mag niet op de dagen ingenomen worden, waarop u Bendamustine krijgt toegediend.
Valaciclovir 2x daags 500 mg. Beide medicijnen gaan door tot 6 maanden na de laatste behandeling.
Voetnoot behandelplan
In deze kuur wordt het middel Bendamustine gegeven. Bij dit medicijn is het volgende van belang:
- Roken kan de werking beinvloeden, het advies is dan ook om hiermee te stoppen.
- Het is belangrijk om goed te drinken in de dagen rondom de toediening van de behandeling. Het advies is, om 48 uur vooraf aan de eerste 2 behandelingen, 2 liter per dag te drinken en dit vol te houden tot en met dag 3.
U krijgt een behandeling met chemotherapie en immunotherapie. Voor deze behandeling krijgt u ondersteunende medicijnen om de bijwerkingen te verminderen.
Eén van de veel voorkomende bijwerkingen is misselijkheid. Om misselijkheid te voorkomen tijdens of na de kuur, krijgt u medicijnen. U wordt geadviseerd om de medicijnen op de voorgeschreven manier in te nemen. Om misselijkheid te voorkomen is het belangrijk dat u de medicijnen ook inneemt als u niet misselijk bent.
In onderstaand schema ziet u welke medicijnen u op welke dag moet innemen. Op de dag van de kuur neemt u de medicijnen minimaal één uur voor de opname in. Bij de eerste kuur krijgt u de medicijnen voor de kuur op de afdeling, bij de volgende kuren kunt u deze medicijnen thuis innemen. De andere dagen kunt u de medicijnen in de ochtend innemen.
U krijgt deze medicijnen mee naar huis, van de ziekenhuisapotheek op de dag dat u voor een kuur komt.
We beginnen altijd met tellen vanaf de eerste dag van de kuur. Dit noemen wij dag 1.
|
Medicatie in medicijnzakjes |
|||
|
Dag |
Tijd |
Medicijn |
Aantal stuks |
|
Dag 1 |
1 uur voor de opname |
Granisetron 2 mg |
1 stuk |
|
Dexamethason 4 mg |
2 stuks |
||
|
Paracetamol 500 mg |
2 stuks |
||
|
Levocetirizine 5 mg |
1 stuk |
||
|
Dag 2 |
1 uur voor de opname |
Granisetron 2 mg |
1 stuk |
|
Dexamethason 4 mg |
2 stuks |
||
|
Dag 3 |
In de ochtend |
Dexamethason 4 mg |
2 stuks |
Aanhoudende misselijkheid
Als u toch misselijk bent of misselijk blijft, neem dan zo nodig 1 stuk van metoclopramide 10 mg in. U mag deze zo nodig 3 keer per dag gebruiken. Helpt de metoclopramide niet genoeg, neem dan contact op met de oncologieconsulente.
Verstopping (obstipatie)
Sommige medicijnen die u krijgt voor de misselijkheid kunnen verstopping veroorzaken. Ook kan het zijn dat een medicijn in uw behandeling verstopping veroorzaakt. Daarom krijgt u macrogol zakjes mee naar huis om de ontlasting op gang te houden. U mag dit medicijn 1 tot 3 keer daags gebruiken.
Net zoals alle medicijnen kunnen ook de ondersteunde medicijnen bijwerkingen hebben. Hieronder ziet u de bijwerkingen per middel. Als u last heeft van één van de genoemde bijwerkingen, neem dan contact op met de oncologieconsulent.
Dexamethason: verhoogde bloedsuikers, gejaagd gevoel, verhoogde eetlust, slechter slapen, stemmingsveranderingen, hoofdpijn, spierpijn, en vocht vast houden.
(Levo)Cetirizine: hoofdpijn, duizeligheid, droge mond/ keel of neus, sufheid / slaperigheid.
Granisetron: hoofdpijn en verstopping
Metoclopramide: slaperigheid, stijf gevoel in de kaak, de tong en/of nek spieren, kan reactievermogen beinvloeden.
Macrogol: opgeblazen gevoel in de bovenbuik, misselijkheid en diarree, buikpijn, winderigheid, darm rommelingen.
Veilig omgaan met uitscheiding (ontlasting en urine) tijdens behandeling met chemotherapie
Resten van medicijnen verlaten uw lichaam via uitscheidingsproducten (ook wel excreta genoemd). Bijvoorbeeld via plas, poep of braaksel. (Huid)contact met deze stoffen kan schadelijk zijn.
De risico's voor u en uw omgeving zijn thuis klein. U mag anderen gewoon aanraken, knuffelen of zoenen. Dit is niet schadelijk. Ook niet voor baby’s, kinderen of zwangere vrouwen. Wel is het belangrijk om een aantal adviezen te volgen. Hoelang u deze adviezen moet volgen, verschilt per middel.
Lees hier meer over adviezen die u thuis kunt volgen.
Beschermende maatregelen ten aanzien van excreta
- Bendamustine: 2 dagen
- Rituximab: geen risico
Gevolgen voor vruchtbaarheid en ongeboren kind
Deze informatie is relevant voor vrouwen én mannen in de vruchtbare leeftijd.
Vrouwen mogen tijdens de behandeling en ook in een bepaalde periode daarna meestal niet zwanger worden. Er kunnen
risico’s zijn voor het ongeboren kind. Bij mannen is minder goed bekend of een behandeling, zoals chemotherapie,
tijdelijk invloed kan hebben op de kwaliteit van het zaad en of dit risico’s met zich meebrengt voor het ongeboren
kind.
Ook kan de behandeling van kanker ervoor zorgen dat u (later) minder vruchtbaar bent. Dit hangt af van het soort medicijnen, de combinatie van medicijnen, de dosering, het soort kanker en uw leeftijd.
Bespreek vóór de start van de behandeling wat dit in uw situatie betekent. Bijvoorbeeld of – en hoe lang – u
maatregelen moet nemen om een zwangerschap te voorkomen.
Heeft u een kinderwens? Bespreek dan met uw zorgverlener de mogelijkheid van invriezen van sperma of eicellen vóór
het starten van de behandeling.
Middelen met hun bijwerkingen
Bendamustine (chemotherapie)
Rituximab (immunotherapie)
Bijwerkingen en adviezen
Grieperig voelen
Door de behandeling kunt u zich grieperig voelen. Dit begint meestal enkele uren na de behandeling en houdt ongeveer 1 tot 2 dagen aan. De klachten verdwijnen meestal vanzelf.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- koorts (38,5 graden of meer)
- koude rillingen (klappertanden en rillen)
- ziek voelen
- hoofdpijn
- spierpijn
- minder zin in eten
- hoesten, keelpijn
- moe zijn
- misselijk zijn en overgeven
- diarree
Advies
- Als de volgende klachten beginnen enkele dagen na de behandeling, neem dan direct contact op met uw zorgverlener:
- koorts (38,5 graden of meer)
- koude rillingen (klappertanden en rillen)
- Heeft uw zorgverlener gezegd dat u paracetamol mag gebruiken? Neem dan 2 tabletten van 500 mg per keer. Niet vaker dan 4 keer per 24 uur. Gebruikt u paracetamol bij koorts? Meet dan wel van tevoren uw temperatuur. Als u geen koorts meer heeft, hoeft u ook geen paracetamol meer te gebruiken.
- Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
- Rust genoeg. Zoek balans en wissel momenten van inspanning en ontspanning/rust met elkaar af.
- Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
Laatst gewijzigd: 6 mei 2025
Haarproblemen
Door de behandeling kan uw haar veranderen.
veranderingen aan het haar
Uw behandeling kan haarveranderingen geven. Het hoofdhaar kan bijvoorbeeld dunner worden, uitvallen of gaan krullen.
Maar ook op andere plekken op uw lichaam kunnen er haarveranderingen optreden: zo kan er donshaar groeien in het gezicht. Soms gaan de haren van de wimpers of wenkbrauwen extreem groeien.
Advies
Krijgt u door de behandeling dunner haar? Dan kunt u zelf tijdens de behandeling maatregelen nemen.
- verzorg het haar voorzichtig
- gebruik een milde shampoo
- droog het haar voorzichtig, föhn niet te heet en niet te vaak
- laat geen permanent zetten
- verf het haar niet
- soms is het prettiger om het haar kort te laten knippen
-
ga voor meer informatie naar de website www.lookgoodfeelbetter.nl
Huidproblemen
Door de behandeling kan de huid geïrriteerd raken.
huiduitslag
Door de behandeling kunt u huiduitslag krijgen. We spreken van uitslag wanneer er op de huid bepaalde veranderingen optreden zoals roodheid, vlekken, puisten, pukkels of blaasjes. Dit kan optreden over de gehele huid of in de vorm van een plaatselijke uitslag.
Een veel voorkomende vorm van huiduitslag is een allergische reactie op medicijnen. Netelroos is daar een voorbeeld van. Een ander woord voor netelroos is galbulten. De allergische reactie uit zich door een jeukende, rode uitslag. Deze huiduitslag is vergelijkbaar met de huiduitslag na contact met een brandnetel. Klachten bij huiduitslag zijn:
- roodheid van de huid
- jeuk
- bultjes
- verdikte huid
- overgevoeligheidsreactie/allergische reactie (in de vorm van gordelroos of netelroos)
Advies
- huidreacties kunnen verergeren door de blootsteling aan zonlicht. Vermijd daarom fel licht op de huid en bescherm de huid met kleren en zonnebrand-crème (factor 30 of hoger).
- verzachtende en beschermende crèmes en zalven bevatten geen werkzame bestanddelen, maar houden de huid wel soepel en voorkomen verdere uitdroging van de huid. Klachten als jeuk, schilfering, kloven en branderige plekken verminderen door deze middelen. Ze zijn zonder recept verkrijgbaar
- voorbeelden voor een niet al te droge huid: lanettecrème en cetomacrogolcrème
- voorbeelden voor een erg droge huid: vaseline lanettecrème en vaseline cetomacrogolcrème
- metholgel kan de huid verkoeling geven
jeuk
Door de behandeling kunt u last krijgen van jeuk. Dit kan ongemakkelijk en vervelend zijn. Bij jeuk heeft u de drang om te krabben of te wrijven. Jeuk kan voorkomen over het hele lichaam of op een stuk van het lichaam.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- een rode huid of huiduitslag
- slecht slapen
- psychische klachten
Advies
- Probeer niet te krabben of wrijven. Zorg voor afleiding zoals muziek of ontspanningsoefeningen.
- Probeer de huid zo min mogelijk uit te drogen. Dit doet u door:
- niet te vaak en niet te lang te douchen of baden.
- lauw water te gebruiken.
- geen of weinig zeep te gebruiken.
- Droog de huid na het douchen af door te deppen.
- Gebruik geen producten met alcohol op de huid zoals parfum en aftershave.
- Gebruik een crème of lotion zonder parfum. Gebruik bijvoorbeeld koelzalf, cetomacrogolcrème of vaseline. Dit kunt u kopen bij de drogist of apotheek.
- Vermijd irritatie van de huid waar het jeukt. Draag loszittende kleding en kleding van katoen of andere zachte stoffen.
- Bespreek uw klachten met uw zorgverlener tijdens uw volgende afspraak. Heeft u veel last van de klachten en merkt u dat ze uw dagelijks leven moeilijk maken? Neem dan eerder contact op met uw zorgverlener. Deze gaat samen met u bekijken wat er mogelijk is.
Laatst gewijzigd: 15 juli 2025
Koorts bij chemotherapie
Door de behandeling met chemotherapie kunt u koorts krijgen. Koorts is een lichaamstemperatuur boven de 38,5°C. Koorts kan ontstaan door een infectie. Door de chemotherapie bent u gevoeliger voor infecties. Dit komt doordat de chemotherapie ervoor kan zorgen dat het lichaam minder witte bloedcellen maakt. Witte bloedcellen zijn belangrijk omdat ze helpen bij het bestrijden van bacteriën en virussen. Als er te weinig nieuwe witte bloedcellen worden gemaakt, kan uw afweer verzwakken. Hierdoor heeft u meer kans op infecties. Het is dus belangrijk om te letten op klachten van een infectie die koorts kunnen veroorzaken.
De volgende klachten kunnen een teken zijn van een infectie:
- koorts
- koude rillingen (klappertanden en rillen)
- zweten
- het warm hebben
- benauwd zijn
- hoesten, soms met slijm
- keelpijn
- pijn bij het plassen, vaker plassen en/of troebele urine
- pijn in de mond of bij het slikken
- diarree
- buikpijn
- ziek voelen
Hieronder staan adviezen die u kunt volgen als u koorts heeft. Ook staan er adviezen om de kans op het krijgen van een infectie of koorts te verkleinen.
Advies
Wat u kunt doen bij koorts:
- Heeft u een temperatuur van boven de 38,5°C? Neem dan direct contact op met uw zorgverlener.
- Heeft uw zorgverlener gezegd dat u paracetamol mag gebruiken? Neem dan 2 tabletten van 500 mg per keer. Niet vaker dan 4 keer per 24 uur.
- Bij koorts heeft het lichaam extra vocht nodig. Door koorts en zweten verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade. Genoeg drinken kan in het begin lastig zijn, omdat u niet altijd dorst heeft. Het kan dan helpen om op te schrijven wat u heeft gedronken.
- Rust genoeg.
Wat u kunt doen om de kans op koorts te verkleinen:
- Verzorg uw mond en tanden goed. Bijvoorbeeld door regelmatig uw mond te spoelen en tanden te poetsen. Wees voorzichtig met flosdraad, ragers en tandenstokers.
- Was uw handen regelmatig, vooral na gebruik van het toilet.
- Kom niet in de buurt bij mensen die zich niet lekker voelen. Bijvoorbeeld mensen met koorts, verkoudheid of diarree.
- Controleer regelmatig uw handen en voeten op ontstoken wondjes of blaren.
- Bespreek met uw zorgverlener of u de griepvaccinatie moet halen.
Dit zijn algemene adviezen. In uw situatie kunnen andere adviezen gelden. Bespreek dit met uw zorgverlener. Neem bij twijfel altijd contact op met uw zorgverlener.
Laatst gewijzigd: 17 maart 2025
Maag-darmklachten
Door de behandeling kunt u last krijgen van maag-darmklachten. Dit zijn klachten die te maken hebben met het spijsverteringskanaal. Deze loopt van de mond tot en met de anus. Klachten kunnen zijn: een ander ontlastingspatroon, maag- of buikpijn, opgeblazen gevoel of winderigheid.
misselijk zijn en overgeven
Door de behandeling kunt u misselijk worden en overgeven. Het hangt af van de kankersoort en behandeling hoeveel last u hiervan heeft.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- kokhalzen en overgeven
- minder zin in eten
- maagklachten, zoals een vol gevoel of pijn in de maag
- buikpijn of buikkrampen
- opgezette buik
Misselijk zijn en overgeven zijn vervelende bijwerkingen en kunnen u beperken in uw dagelijks leven. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.
Advies
- Het is belangrijk dat u uw medicijnen altijd inneemt zoals u met uw zorgverlener hebt besproken. Houdt u aan de vaste tijden om uw medicijnen in te nemen, ook als u niet misselijk bent.
- Door het overgeven verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
- Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
- Forceer het eten niet. Eet op momenten wanneer u minder misselijk bent en pauzeer bij hevige misselijkheid.
- Eet geen vet, gefrituurd, zoet, zuur of scherp gekruid eten.
- Vermijd sterke geuren tijdens het eten. Als de geur van eten u stoort, vraag anderen om het eten klaar te maken.
- Als de geur van eten u stoort, probeer dan eten te eten dat koud is of op kamertemperatuur is.
- Maak het eten zo ontspannen mogelijk. Voor sommige mensen is het fijn om afleiding te hebben van de televisie, muziek of gezelschap. Anderen vinden het juist fijn om in een rustige ruimte te eten.
- Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen of yoga, kan ervoor zorgen dat u minder last heeft van misselijk zijn en overgeven.
- Doe ontspanningsoefeningen. Massages, luisteren naar muziek en mediteren kunnen helpen tegen misselijk zijn.
- Wilt u acupunctuur of acupressuur proberen? Bespreek dit dan eerst met uw arts.
- Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
- langer dan 24 uur moet overgeven.
- niet voldoende kunt drinken (minder dan 1,5 liter per dag) en/of als u last heeft van uitdroging. Dit is bijvoorbeeld te merken aan een droge mond en droge huid. En aan weinig of niet kunnen plassen en donkerbruine plas.
Uw zorgverlener kan samen met u kijken wat er mogelijk is. Dit hangt af van uw klachten. U kunt bijvoorbeeld extra medicijnen krijgen tegen het misselijk zijn.
Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen als u last heeft van misselijk zijn en overgeven. Vind hier een dietist bij u in de buurt die u kan helpen met deze klachten.
Laatst gewijzigd op 15 april 2025
Minder bloedcellen
In het beenmerg worden nieuwe bloedcellen aangemaakt. Door de behandeling kan de aanmaak van nieuwe bloedcellen door het beenmerg verminderen. Dan treedt een tekort aan verschillende bloedcellen op. Meestal merkt u daar weinig of niets van, maar het is wel belangrijk te weten op welke signalen of veranderingen u moet letten.
te weinig bloedplaatjes
Door de behandeling kunt u tijdelijk te weinig bloedplaatjes in uw bloed hebben. Dit heet ook wel trombocytopenie. Bloedplaatjes zijn belangrijk voor de bloedstolling. Ze zorgen dat er een korstje op een wond komt. Bij te weinig bloedplaatjes blijven wondjes langer bloeden. Ook krijgt u sneller blauwe plekken.
Uw zorgverlener controleert uw bloed. Als het aantal bloedplaatjes in het bloed te laag wordt, kan de arts dit gaan behandelen. Zelf kunt u niets doen om een tekort te voorkomen.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- blauwe plekken zonder dat u zich heeft gestoten
- snel een bloedneus krijgen. Ook duurt het soms lang voor de bloedneus over is.
- bloedend tandvlees of een bloedblaar in de mond
- bloed in de plas of poep, bij hoesten of overgeven
- rode puntvormige bloedinkjes op de huid
- meer bloedverlies als u ongesteld bent
- hoofdpijn of wazig zien
- in de war of duizelig zijn
Advies
- Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
- een bloeding heeft die niet stopt.
- rode puntvormige bloedinkjes op de huid heeft.
- hevige hoofdpijn heeft, minder goed ziet, problemen met uw evenwicht heeft, in de war of slap bent.
- Heeft u een wondje? Druk dit dan een paar minuten stevig dicht. Liefst met een steriel gaasje. Krab korstjes niet open.
- Pas op met stoten. Zo voorkomt u blauwe plekken. Kijk ook uit met sport of activiteiten waarbij u meer kans heeft om gewond te raken.
- Draag buiten altijd schoenen.
- Zorg ervoor dat poepen makkelijk gaat. Eet genoeg vezels. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen.
- Gebruik verzorgingsproducten tegen een droge huid of lippen.
- Gebruik bij het scheren liever een elektrisch scheerapparaat in plaats van een mesje.
- Gebruik bij het tandenpoetsen een zachte (elektrische) tandenborstel. Wees voorzichtig met flosdraad, ragers en tandenstokers.
- Vertel bij een bezoek aan uw tandarts of mondhygiënist dat u een behandeling krijgt waardoor u sneller kunt gaan bloeden.
Laatst gewijzigd: 16 oktober 2025
te weinig witte bloedcellen
Witte bloedcellen zijn belangrijk in het afweersysteem van het lichaam. Ze helpen om infecties tegen te gaan. Door de behandeling kunt u een tekort aan witte bloedcellen in uw bloed hebben. Dit heet ook wel neutropenie of in de dip-periode zitten. Wanneer de dip optreedt en hoelang deze duurt hangt af van de behandeling.
Uw zorgverlener controleert uw bloed. Als het aantal witte bloedcellen in het bloed te laag wordt, kan de arts de behandeling aanpassen. Zelf kunt u niets doen om een tekort te voorkomen.
In de dipperiode bent u het meest vatbaar voor infecties. Bij een infectie kunnen de volgende klachten voorkomen:
- koorts (38,5 graden of meer)
- koude rillingen en/of zweten
- grieperig voelen
- buikpijn
- diarree
- veel hoesten, soms met slijm
- benauwd of kortademig zijn
- pijn in de mond of keel, pijn bij het slikken
- oorpijn
- pijn bij het plassen, vaak (kleine beetjes) plassen, troebele of stinkende plas
- hoofdpijn en/of een stijve nek
Advies
- Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
- koorts (38,5 graden of meer) heeft.
- koude rillingen (klappertanden en rillen) heeft.
- in de war of suf bent.
- ergens over twijfelt of ongerust bent.
- Was regelmatig uw handen met water en zeep.
- Probeer wondjes te voorkomen. Trek bijvoorbeeld bij het in de tuin werken handschoenen aan. Heeft u een wondje? Controleer dan of het gaat ontsteken. Let op rood of warm worden, zwelling en pijn.
- Verzorg uw mond en tanden goed. Bijvoorbeeld door regelmatig uw mond te spoelen met water.
- Gebruik bij het tandenpoetsen een zachte (elektrische) tandenborstel. Wees voorzichtig met flosdraad, ragers en tandenstokers.
- Zorg dat u regelmatig naar de tandarts gaat. Vertel bij een bezoek aan uw tandarts of mondhygiënist altijd dat u behandeld wordt en noem de soort behandeling die u krijgt (chemotherapie, doelgerichte therapie, immuuntherapie, hormonale therapie).
- Let op dat u vatbaarder bent om een infectie op te lopen. Zeker tijdens de dip-periode. Blijf uit de buurt bij mensen die verkouden of ziek zijn.
- Vermijd plekken waar veel mensen dicht bij elkaar komen. Bijvoorbeeld een concert of kroeg.
- Bespreek met uw zorgverlener of het verstandig is om bepaalde vaccinaties te halen.
Laatst gewijzigd: 10-12-2025
Moe zijn
Tijdens de behandeling van kanker, kunt u zich erg moe voelen. Dit kan ook nog na de behandeling voorkomen. Moe zijn wordt veroorzaakt door de kanker zelf en/of door de bijwerkingen van de behandeling. Doordat u moe bent, lukt het niet meer om dagelijkse activiteiten, zoals bewegen, werk of hobby’s goed te kunnen doen. De klachten worden ook niet minder door rust en/of slaap. Na een activiteit heeft u meer of langer rust nodig. Het lukt niet goed meer om de dingen te doen die u graag wilt of moet doen.
De volgende klachten kunnen optreden:
- Weinig/geen energie hebben
- Nergens zin in hebben
- Prikkelbaar zijn
- Meer willen slapen en/of meer moeite hebben met slapen
- Last van stemmingswisselingen
- Als u beweegt, bent u snel moe
- Geheugen- en concentratieproblemen
- Minder belangstelling hebben voor de omgeving
Deze klachten kunnen ook na de behandeling nog lang blijven duren. Soms een paar maanden, soms zelfs jaren. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.
Advies
- Meld uw klachten aan uw zorgverlener. Deze kan uw klachten met u bespreken en samen met u bekijken wat er mogelijk is. Bij sommige klachten kan de arts u doorverwijzen voor een behandeling met cognitieve gedragstherapie (CGT). Bij deze vorm van therapie leert u hoe u beter met de klachten kan omgaan.
- Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals wandelen of yoga, zorgt ervoor dat u zich minder moe voelt. Een (oncologisch) fysiotherapeut kan u hierbij helpen.
- Eet gezond en veel eiwitten. Een diëtist kan u hierbij helpen.
- Stel grenzen. Bepaal zelf waaraan u uw energie wil besteden.
- Zoek balans en wissel momenten van inspanning en ontspanning/rust met elkaar af. Plan niet te veel activiteiten op één dag. En wissel dingen die u moet doen af met dingen waar u energie van krijgt. Zorg ook voor een goede verdeling van mentale, sociale en lichamelijke activiteiten over de dag en de week.
- Probeer op vaste tijden naar bed te gaan en op te staan. Ook zijn er andere adviezen die ervoor kunnen zorgen dat u beter kunt slapen. Bijvoorbeeld door vlak voor het slapen niet meer naar fel licht van een tv of mobiel te kijken. Meer adviezen kunt u hier vinden.
- De app “Untire Now” is een app die u helpt tegen moe zijn bij kanker. In deze app krijgt u handige tips en adviezen die u kunnen helpen bij het omgaan met moe zijn.
- Vraag familie, vrienden en kennissen om te helpen met dingen die u te vermoeiend vindt om te doen.
Kijk hier welke zorgverleners bij u in de buurt u kunnen helpen met moe zijn.
Voor het laatst gewijzigd: 7 juli 2025
Reacties op de prikplek
Door de behandeling kan op de prikplek een reactie ontstaan. De volgende klachten kunnen voorkomen:
- rode huid
- zwelling
- warm gevoel
- pijn
- blauwe plek
- irritatie van het bloedvat
- hard aanvoelen van de huid of het bloedvat
U kunt zelf niks doen aan een reactie op de prikplek. Meestal verdwijnen de klachten weer binnen enkele uren tot dagen.
Advies
Neem direct contact op met uw zorgverlener als de huid rond de prikplek warm aanvoelt, pijnlijk of dik wordt of als er rode strepen ontstaan. Dit kan wijzen op een ontsteking van de ader. Een ander woord hiervoor is flebitis.
Laatst gewijzigd: 7 mei 2025
Reacties op het infuus
Krijgt u een infuus met medicijnen, dan kunt u daar allergische reacties op krijgen. Deze heten infuusreacties. Vaak krijgt u deze bij de eerste kuren, maar ze kunnen ook bij latere kuren optreden.
De meeste reacties treden meestal binnen 2 uur na toediening van het infuus op. U heeft kans op:
- piepende ademhaling
- benauwdheid
- opzwelling van het gezicht
- blozen
- verhoogde of verlaagde bloeddruk
- koorts
- huiduitslag
- maagdarmklachten
Advies
U kunt zelf niets doen. In het ziekenhuis krijgt u vaak medicijnen om de reacties zoveel mogelijk te beperken (zoals paracetamol of een middel tegen misselijkheid).
Hoofdpijn
Door de behandeling kunt u last krijgen van hoofdpijn. Hoofdpijn is pijn of druk in je hoofd. De volgende klachten kunnen voorkomen:
- een drukkend, knellend of bonzend gevoel in het hoofd
- last hebben van (fel) licht of geluid
- misselijk zijn en overgeven
- duizelig zijn
- wazig of dubbel zien
- loopneus of verstopte neus
- stijve nek
Advies
- Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
- Probeer op vaste tijden naar bed te gaan en op te staan.
- Zorg dat u voldoende beweegt overdag. Denk hierbij aan wandelen of yoga.
- Probeer niet te veel drankjes te drinken waar cafeïne in zit. Bijvoorbeeld koffie, cola of energiedrank. Drinkt u dit vaak? Probeer dit dan rustig te verminderen. Stop niet opeens helemaal, want dat kan juist hoofdpijn geven.
- Door stress en spanning kunt u soms ook hoofdpijn krijgen. Zorg voor ontspanning.
- Verminder de tijd die u kijkt naar een tv, computer of telefoon om vermoeide ogen te voorkomen.
- Rust uit in een koele, donkere, rustige kamer.
- Als u veel last heeft van uw hoofdpijn, kunt u een pijnstiller nemen. Bijvoorbeeld paracetamol. Maar doe dit niet te vaak en niet te lang achter elkaar. Overleg met uw zorgverlener als u vaak een pijnstiller nodig heeft.
- Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
- pijn in de nek heeft bij het buigen van uw nek
- koorts heeft (38,5 graden of meer)
- klachten heeft zoals een scheve mond, onduidelijk of verward praten of minder gevoel of kracht in een arm of been
- langer dan 24 uur moet overgeven
Laatst gewijzigd: 10 december 2025
Koorts
Door de behandeling kunt u koorts krijgen. Koorts is een lichaamstemperatuur boven de 38,5°C. Koorts kan ontstaan door een infectie. Soms kan het ook een reactie zijn van uw afweer op het medicijn wat u heeft gehad.
De volgende klachten kunnen een teken zijn van een infectie:
- koorts
- koude rillingen (klappertanden en rillen)
- zweten
- het warm hebben
- benauwd zijn
- hoesten, soms met slijm
- keelpijn
- pijn bij het plassen, vaker plassen en/of troebele urine
- diarree
- buikpijn
- ziek voelen
Hieronder staan adviezen die u kunt volgen als u koorts heeft. Ook staan er adviezen om de kans op het krijgen van koorts te verkleinen.
Advies
Wat u kunt doen bij koorts:
- Heeft u een temperatuur van boven de 38,5°C? Neem dan direct contact op met uw zorgverlener.
- Heeft uw zorgverlener gezegd dat u paracetamol mag gebruiken? Neem dan 2 tabletten van 500 mg per keer. Niet vaker dan 4 keer per 24 uur.
- Bij koorts heeft het lichaam extra vocht nodig. Door koorts en zweten verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade. Genoeg drinken kan in het begin lastig zijn, omdat u niet altijd dorst heeft. Het kan dan helpen om op te schrijven wat u heeft gedronken.
- Rust genoeg.
Wat u kunt doen om de kans op koorts te verkleinen:
- Verzorg uw mond en tanden goed. Bijvoorbeeld door regelmatig uw mond te spoelen en tanden te poetsen. Wees voorzichtig met flosdraad, ragers en tandenstokers.
- Was uw handen regelmatig, vooral na gebruik van het toilet.
- Bespreek met uw zorgverlener of u de griepvaccinatie moet halen.
Dit zijn algemene adviezen. In uw situatie kunnen andere adviezen gelden. Bespreek dit met uw zorgverlener. Neem bij twijfel altijd contact op met uw zorgverlener.
Laatst gewijzigd: 17 maart 2025
Pijnlijke mond
Door de behandeling tegen kanker kan het slijmvlies in de mond ontstoken en beschadigd raken. Dit wordt ook wel orale mucositis genoemd. Deze klachten verdwijnen weer na het stoppen met de behandeling. Hoe snel dat is hangt af van de behandeling die u heeft gehad.
De volgende klachten kunnen optreden:
- zweren/blaren in de mond
- rood mondslijmvlies
- zwelling van het tandvlees of mondslijmvlies
- snel bloedend tandvlees
- brandend gevoel in mond of keel
- pijn in de mond
- problemen met slikken
- problemen met eten
- andere smaak
- droge mond
Advies
- Het is belangrijk om een goed verzorgd en gezond gebit te hebben voor de behandeling. Maak daarom bij voorkeur vóór de start van de behandeling een controleafspraak bij uw tandarts. Ga daarna ook regelmatig naar de tandarts. Moet u tijdens de behandeling naar de tandarts? Vertel dan altijd dat u behandeld wordt en noem de soort behandeling die u krijgt.
- Spoel uw mond met kraanwater of zout water. Los voor zout water één theelepel zout op in een glas lauw water. Dit mag u meerdere keren per dag doen.
- Zorg voor een goede mondhygiëne. Poets uw tanden 2-3x per dag. Gebruik hiervoor een zachte (elektrische) tandenborstel en tandpasta met fluoride. Is uw mondslijmvlies gevoelig? Gebruik dan een tandpasta met fluoride, maar zonder menthol of SLS. Menthol en SLS kunnen het mondslijmvlies irriteren en gevoeliger maken.
- Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee of bouillon.
- Vermijd scherp gekruide producten, zure producten, erg zoute producten, dranken met prik, vruchtensappen, alcohol en sportdrank.
- Kies voor zacht en/of vloeibaar eten.
- Neem bij de volgende klachten contact op met uw zorgverlener:
- koorts (38,5 graden of meer)
- bloedende zweren of blaren in de mond of keel
- de pijn te erg wordt of u niet meer goed kunt eten, drinken en slikken
Neem bij twijfel altijd contact op met uw zorgverlener. Uw zorgverlener kan samen met u kijken wat er mogelijk is. U kunt bijvoorbeeld medicijnen tegen de pijn krijgen.
Adviezen voor mensen met een kunstgebit:
- Draag het kunstgebit niet in de nacht.
- Borstel het kunstgebit schoon met neutrale zeep.
- Als u last heeft van mucositis, draag het kunstgebit dan zo weinig mogelijk om de slijmvliezen genoeg rust te geven.
Kijk op kanker.nl welke zorgverleners bij u in de buurt u kunnen helpen met een pijnlijke mond.
Laatst gewijzigd op 16 oktober 2025