bijwerkingen bij kanker

Patiënteninformatie over bijwerkingen van oncologische middelen met bijbehorende adviezen

Geselecteerde behandeling: chemotherapie

Algemene informatie

De informatie in dit document is bedoeld als aanvulling op de informatie die u al heeft gekregen van uw behandelend oncoloog en de oncologieverpleegkundige. Het is bekend dat veel van de informatie die u tijdens de eerste gesprekken over uw ziekte en de behandeling krijgt verloren gaat, en dat de vragen over behandeling en mogelijk bijwerkingen meestal later komen. U kunt de informatie thuis rustig nalezen om u voor te bereiden op de behandeling die u gaat krijgen. Vragen kunt u stellen bij een volgend bezoek aan de polikliniek of via de uitgereikte telefoonnummers. Voor de het online overzicht van de telefoonnummers klik hier.

Wat is chemotherapie?

Chemotherapie is de behandeling van kanker met medicijnen die de celdeling remmen of stoppen. Deze medicijnen heten ook wel cytostatica. Er zijn vele soorten chemotherapie. In de meeste gevallen wordt een combinatie van chemotherapeutische middelen toegediend via een infuus. Er zijn ook chemotherapeutische middelen in tabletvorm. De middelen worden gedurende een bepaalde periode en via een bepaald schema voorgeschreven. Chemotherapie wordt vaak gecombineerd met andere medicijnen die mogelijke bijwerkingen tegengaan. Voor algemene informatie over chemotherapie klik hier.

Behandelschema

De chemotherapie behandeling die u gaat krijgen bestaat uit de combinatie van capecitabine (xeloda®) en temozolomide (temodal®). De kuur wordt in tabletvorm voorgeschreven en u kunt ze thuis innemen. 1 kuur bestaat uit 4 weken, waarvan u 2 weken chemotherapie tabletten slikt en daarna 2 weken rust heeft. U neemt de capecitabine tabletten 2 keer per dag in gedurende 14 dagen. En u neemt de temozolomide capsules 1 keer per dag vanaf dag 10 tot en met 14 in (dus totaal 5 dagen).
Hieronder staat het behandelschema beschreven. Naast de chemotherapie kunnen nog andere medicijnen voorgeschreven worden ter ondersteuning van de behandeling.

Dag 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14
Capecitabine 2 x per dag x x x x x x x x x x x x x x
Temozolomide 1x per dag - - - - - - - - - x x x x x

Op de dag dat u start met iedere chemotherapie, laat u eerst bloedprikken, waarna u de internist–oncoloog op de polikliniek bezoekt. Op basis van hoe het met u gaat en de uitslag van de bloedwaarden, zal vastgesteld worden of u de kuur kunt krijgen. De chemotherapie wordt dan door de internist–oncoloog voorgeschreven op een recept. U kunt deze medicijnen bestellen bij de poliklinische apotheek van het UMCG. De apotheek heeft enige tijd nodig om de chemotherapie voor u te bereiden.

 U krijgt totaal maximaal 6 kuren.

Capecitabine tabeltten, dag 1 tot en met 14

De capecitabine tabletten zult u thuis gedurende 14 dagen zowel ’s ochtends als ’s avonds innemen. Het aantal tabletten dat u per keer in moet nemen zal door uw internist–oncoloog worden voorgeschreven.

Temozolomide capsules, dag 10 tot en met 14

Temozolomide capsules neemt u van de 10tot en met de 14dag van de capecitabine kuur in. U slikt deze tabletten dus gedurende de laatste 5 dagen van de capecitabine.

Inname van het medicijn 

Capecitabine

Neem de tabletten in volgens de door uw behandelend arts voorgeschreven dosering.

  • Neem de tabletten inbinnen 30 minuten nadat u iets gegeten heeft.
  • De tabletten zonder kauwen doorslikken met water.
  • Als het voor u lastig is om de tabletten te slikken, kunnen na overleg met uw behandelend arts, de tabletten worden vergruisd en opgelost in (suiker)water.
  • Als u een dosis bent vergeten, neem dan niet alsnog de dosis in of verdubbel de volgende dosis, maar neem de tabletten in zoals ze zijn voorgeschreven.
  • Als u braakt na inname van de capecitabine tabletten neem dan ook niet een nieuwe dosis in, maar neem de volgende dosis in volgens het inname schema. Braken en misselijkheid moet u melden aan uw behandelend arts/oncologieverpleegkundige.

Temozolomide

Inname temozolomide capsules:

Neem de tabletten in volgens de door uw behandelend arts voorgeschreven dosering.

  • Neem de tabletten in zonder ze te breken of erop te kauwen.
  • U mag 1 uur voor, én 1 uur na het innemen van de tabletten niets eten of drinken (water mag wel).
  • Neem een uur voor inname van de Temozolomide de medicatie tegen de misselijkheid (Ondansetron).
  • Bij braken dosis NIET inhalen.
  • Inname telkens rond hetzelfde tijdstip.

Zie voorbeeld:

Inname Temozolomide s morgens:

  1. Ondansetron (met ontbijt en evt. andere medicatie)
  2. Een uur niet eten en drinken (water mag wel)
  3. Temozolomide
  4. Een uur niet eten en drinken (water mag wel)
  5. Hierna eten en drinken zoals u gewend bent

Veilig omgaan met uitscheiding

Resten van medicijnen verlaten uw lichaam via uitscheidingsproducten (ook wel excreta genoemd). Bijvoorbeeld via plas, poep of als u moet overgeven. (Huid)contact met deze stoffen kan schadelijk zijn.

De risico's voor uw omgeving zijn thuis klein. U mag anderen gewoon aanraken, knuffelen of zoenen. Dit is niet schadelijk. Ook niet voor baby’s, kinderen of zwangere vrouwen. Wel is het belangrijk om een aantal adviezen te volgen. Hoelang u deze adviezen moet volgen, verschilt per middel.

Lees hier meer over adviezen die u thuis kunt volgen.

Hoelang zijn beschermende maatregelen nodig?

  • Capecitabine: 2 dagen
  • Temozolomide: 2 dagen

Capecitabine

Uw vingerafdrukken kunnen verdwijnen tijdens de behandeling. Dit is tijdelijk, maar kan vervelend zijn. Bijvoorbeeld als uw vingerafdruk nodig is bij een controle door de douane. Na het stoppen met dit middel komen uw vingerafdrukken weer onveranderd terug.

Gevolgen voor vruchtbaarheid en ongeboren kind

Deze informatie is relevant voor vrouwen én mannen in de vruchtbare leeftijd.
Vrouwen mogen tijdens de behandeling en ook in een bepaalde periode daarna meestal niet zwanger worden. Er kunnen risico’s zijn voor het ongeboren kind. Bij mannen is minder goed bekend of een behandeling, zoals chemotherapie, tijdelijk invloed kan hebben op de kwaliteit van het zaad en of dit risico’s met zich meebrengt voor het ongeboren kind.

Ook kan de behandeling van kanker ervoor zorgen dat u (later) minder vruchtbaar bent of eerder in de overgang komt. Dit hangt af van het soort medicijnen, de combinatie van medicijnen, de dosering, het soort kanker en uw leeftijd.

Bespreek vóór de start van de behandeling wat dit in uw situatie betekent. Bijvoorbeeld of – en hoe lang – u maatregelen moet nemen om een zwangerschap te voorkomen.
Heeft u een kinderwens? Bespreek dan met uw zorgverlener de mogelijkheid van invriezen van sperma of eicellen vóór het starten van de behandeling.

Bijwerkingen en adviezen

Haarproblemen

Door de behandeling kan uw haar veranderen. 

dunner haar of haaruitval

Door de behandeling kan uw haar dunner worden of uitvallen. U kunt daardoor (voor een deel) kaal worden. Niet alleen het haar op uw hoofd kan dunner worden of uitvallen, maar ook haar op uw gezicht of lichaam. Meestal begint het haar enkele weken na start van de behandeling dunner te worden of uit te vallen.

Haaruitval of dunner worden van haar is meestal tijdelijk. Na het stoppen van de behandeling begint het haar binnen enkele weken tot maanden weer dikker te worden of te groeien. Het haar kan er anders uitzien dan eerst. De kleur kan bijvoorbeeld anders zijn, het haar kan steiler zijn of juist meer krullen hebben.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • gevoelige of pijnlijke hoofdhuid
  • droge hoofdhuid of jeuk
  • emotionele klachten zoals het omgaan met verandering in uiterlijk.
Advies

Algemene adviezen

  • Wees voorzichtig bij het borstelen en wassen van uw haar en hoofdhuid. Gebruik een milde shampoo voor het wassen en was het haar niet vaker dan 2 keer per week.
  • Gebruik geen föhn, stijltang, haarklemmen of producten zoals gel die uw hoofdhuid kunnen beschadigen.
  • Bescherm de hoofdhuid tegen de zon met een hoedje of pet, of smeer uw hoofdhuid in met zonnebrandcrème (minimaal factor 30).
  • Draag bij koud weer een muts of sjaal om uw hoofd te bedekken. Kies zachte stoffen en materialen.
  • Praat met mensen om u heen als u emotionele klachten ervaart door dunner haar of haaruitval.
  • Look Good Feel Better kan u helpen met praktische tips over make-up, huidverzorging en haarwerken. Kijk hier voor meer informatie.

Adviezen dunner haar

  • Borstel voorzichtig uw haar. Gebruik hiervoor een zachte babyborstel.

Adviezen haaruitval

  • Haaruitval kan verminderd of soms voorkomen worden door uw hoofdhuid te koelen. Door de hoofdhuid te koelen tijdens de behandeling, stroomt er minder bloed naar de hoofdhuid. Hierdoor beschadigen de haarzakjes minder erg en heeft u minder last van haaruitval. Bespreek met uw zorgverlener of u hoofdhuidkoeling kunt krijgen. Dit is afhankelijk van de soort chemotherapie en de dosering. Voor meer informatie kijkt u hier.
  • Een slaapmuts kan helpen tegen irritatie van de hoofdhuid tijdens het slapen.
  • U kunt het haar alvast kort knippen of scheren voordat het begint uit te vallen. Mogelijk ervaart u dan minder ongemak als het begint uit te vallen.

U kunt een haarwerk of andere hoofdbedekking opzetten als u dat wil. Soms wordt dit vergoed door uw zorgverzekeraar. Een haarwerkspecialist kan u helpen bij het kiezen van een haarstukje, haarwerk of toupim bijvoorbeeld.

Laatst gewijzigd: 7 januari 2026

Huidproblemen

Door de behandeling kan de huid geïrriteerd raken.

hand-voetsyndroom

Tijdens de behandeling kunt u last krijgen van het hand-voetsyndroom. Dit is een reactie op de behandeling die de huid van de handpalmen en voetzolen aantast. De klachten ontstaan binnen dagen, weken of maanden na de start van de behandeling. Hoeveel last u krijgt van het hand-voetsyndroom kan voor iedereen anders zijn. Meestal verdwijnen de klachten binnen 1 of 2 twee weken nadat de behandeling stopt.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • rode of gevoelige huid
  • zwelling van de handen of voeten
  • minder gevoel of 'doof gevoel' in uw handen en/of voeten
  • pijn of branderig gevoel
  • jeuk
  • droge huid en/of schilfers
  • kloven en/of blaren
Advies
  • Smeer uw handen en voeten 2 tot 3 keer per dag in. Gebruik een vette crème of zalf. Bijvoorbeeld ureumcrème, lanettezalf of vaseline-paraffine zalf.
  • Gebruik geen producten met alcohol op de huid zoals parfum.
  • Probeer de huid zo min mogelijk uit te drogen. Dit doet u door:
    • niet te vaak en niet te lang te douchen of baden.
    • lauw water te gebruiken.
    • uw huid goed af te drogen na het douchen.
  • Draag geen strakke kleren en/of schoenen. Draag geen hoge hakken.
  • Voorkom irritatie aan uw handen en voeten. Trek handschoenen aan als u gaat schoonmaken, tuinieren of zware dingen gaat tillen.
  • Probeer uw handen en voeten niet bloot te stellen aan extreme warmte en kou.
  • Draag handschoenen en pantoffels om uw handen en voeten te beschermen tegen kou.
  • Bescherm de huid tegen de zon. Blijf uit felle zon tussen 12:00 en 15:00 uur. Gebruik zonnebrandcrème met minimaal factor 30.
  • Controleer regelmatig uw handen en voeten op drukplekken of blaren. Een podotherapeut kan u zooltjes geven als u hier last van heeft. Vind er hier een bij u in de buurt.
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • veel pijn heeft
    • blaren of ernstige kloven heeft
    • wondjes heeft die niet genezen

Kijk bij Hulp en Ondersteuning op kanker.nl welke zorgverleners bij u in de buurt u kunnen helpen met het hand-voetsyndroom, zoals een oncologisch voetzorgverlener of een oncologisch handzorgverlener

Laatst gewijzigd: 20 augustus 2025

huiduitslag

Door de behandeling kunt u huiduitslag krijgen. Dit kan over uw hele huid voorkomen. Het kan ook op één plek zitten, bijvoorbeeld op uw borst

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • rode huid
  • jeuk
  • bultjes op de huid
  • dikke huid
  • blaren of blaasjes op de huid
  • wondjes en korstjes op de huid
Advies
  • Neem meteen contact op met uw zorgverlener als u blaren of blaasjes heeft.
  • Verzorg uw huid goed. Was de huid met lauw water. Gebruik geen zeep of weinig zeep.
  • Gebruik geen producten met alcohol op de huid, zoals parfum en aftershave.
  • Scheer de huid niet op de plek waar de huiduitslag zit.
  • Blijf uit de zon, vooral tussen 12 en 15 uur.
  • Smeer zonnebrandcrème met minimaal factor 30. Smeer uw huid hiermee elke 2 uur in. Smeer ook opnieuw na het zwemmen of als u veel heeft gezweet.
  • Draag geen strakke kleren of strakke schoenen.
  • Gebruik koelkompressen om de klachten tijdelijk te verminderen.
  • Gebruik een vette crème of lotion zonder parfum. Bijvoorbeeld koelzalf of cetomacrogolcrème. Dit kunt u kopen bij de drogist of apotheek. Dit voorkomt de huiduitslag niet, maar kan wel helpen bij klachten.
  • Vertel het altijd aan uw zorgverlener als u huiduitslag heeft.

Gewijzigd: 22 juli 2026

Klachten centraal zenuwstelsel

Door de behandeling kan het centraal zenuwstelsel niet goed functioneren. Het centrale zenuwstelsel omvat de hersenen en het ruggenmerg. Het zenuwstelsel regelt de werking van het hele lichaam. Een netwerk van zenuwen door het hele lichaam verbindt de hersenen en het ruggenmerg met de rest van het lichaam. Op die manier worden signalen van en naar het centrale zenuwstelsel doorgegeven om het lichaam aan te sturen.

Als de zenuwfunctie niet goed werkt, kunnen de volgende klachten ontstaan:

  • onvast lopen
  • moeite om bewegingen te coördineren
  • geheugenverlies
  • depressie
  • hoofdpijn
  • wazig zien
  • sufheid
  • verwardheid
  • onrust
  • spierspasmen
  • trillen
  • spraakstoornis
  • epileptische aanvallen

Deze klachten zijn soms enkele uren na het begin van de behandeling merkbaar. Maar het kan ook enkele weken duren voordat u iets voelt. De verschijnselen zijn meestal tijdelijk en verdwijnen vaak binnen enkele maanden na beëindiging van de behandeling.

Advies

Meld klachten aan uw behandelend arts. Indien nodig past deze de behandeling aan.

Maag-darmklachten

Door de behandeling kunt u last krijgen van maag-darmklachten. Dit zijn klachten die te maken hebben met het spijsverteringskanaal. Deze loopt van de mond tot en met de anus. Klachten kunnen zijn: een ander ontlastingspatroon, maag- of buikpijn, opgeblazen gevoel of winderigheid.

misselijk zijn en overgeven

Door de behandeling kunt u misselijk worden en overgeven. Het hangt af van de kankersoort en behandeling hoeveel last u hiervan heeft.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • kokhalzen en overgeven
  • minder zin in eten
  • maagklachten, zoals een vol gevoel of pijn in de maag
  • buikpijn en/of buikkrampen
  • opgezette buik

Misselijk zijn en overgeven zijn vervelende bijwerkingen en kunnen u beperken in uw dagelijks leven. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies
  • Het is belangrijk dat u uw medicijnen altijd inneemt zoals u met uw zorgverlener hebt besproken. Houdt u aan de vaste tijden om uw medicijnen in te nemen, ook als u niet misselijk bent.
  • Door het overgeven verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
  • Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
  • Forceer het eten niet. Eet op momenten wanneer u minder misselijk bent en pauzeer bij hevige misselijkheid.
  • Eet geen vet, gefrituurd, zoet, zuur of scherp gekruid eten.
  • Vermijd sterke geuren tijdens het eten. Als de geur van eten u stoort, vraag anderen om het eten klaar te maken.
  • Als de geur van eten u stoort, probeer dan eten te eten dat koud is of op kamertemperatuur is.
  • Maak het eten zo ontspannen mogelijk. Voor sommige mensen is het fijn om afleiding te hebben van de televisie, muziek of gezelschap. Anderen vinden het juist fijn om in een rustige ruimte te eten.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen of yoga, kan ervoor zorgen dat u minder last heeft van misselijk zijn en overgeven.
  • Doe ontspanningsoefeningen. Massages, luisteren naar muziek en mediteren kunnen helpen tegen misselijk zijn.
  • Wilt u acupunctuur of acupressuur proberen? Bespreek dit dan eerst met uw arts.
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • langer dan 24 uur moet overgeven.
    • niet voldoende kunt drinken (minder dan 1,5 liter per dag) en/of als u last heeft van uitdroging. Dit is bijvoorbeeld te merken aan een droge mond en droge huid. En aan weinig of niet kunnen plassen en donkerbruine plas.

Uw zorgverlener kan samen met u kijken wat er mogelijk is. Dit hangt af van uw klachten. U kunt bijvoorbeeld extra medicijnen krijgen tegen het misselijk zijn.

Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen als u last heeft van misselijk zijn en overgeven. Vind hier een dietist bij u in de buurt die u kan helpen met deze klachten.

Laatst gewijzigd op 15 april 2025

buikpijn

Door de behandeling kunt u pijn in de buik krijgen. Vaak gaat buikpijn vanzelf weer over.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

Heeft u één of meer van deze klachten? Kijk dan bij de informatie over die bijwerking (bijvoorbeeld misselijkheid en overgeven) voor extra adviezen. 

Advies
  • Probeer te ontspannen. Een kruik of warm bad kan helpen.
  • Eet geen vet, gefrituurd, zoet, zuur of scherp gekruid eten.
  • Neem meteen contact met uw zorgverlener als u:
    • plotseling erge buikpijn heeft
    • buikpijn heeft die steeds erger wordt
    • langer dan 24 uur moet overgeven
    • bloed overgeeft
    • er bloed uit uw anus (poepgat) komt, met of zonder poep
    • plakkerige, zwarte poep heeft
    • niet meer kunt plassen, terwijl u wel nodig moet
    • koorts heeft (38,5 graden of meer).

Gewijzigd: 29 juli 2026

diarree

Diarree is waterige dunne ontlasting waarvoor u meer dan 3 keer per dag naar de wc moet. Bij diarree nemen de darmen minder vocht en voedingsstoffen op. Dit komt door irritatie van de darmen, waardoor de darmen minder goed werken. Vaak komt de aandrang plotseling. En is het ophouden van de diarree moeilijk of lukt het zelfs helemaal niet.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • een waterige of dunne ontlasting
  • bloed of slijm bij de ontlasting
  • buikpijn en/of buikkrampen
  • opgeblazen gevoel
  • vaak naar de wc moeten
  • misselijk zijn en overgeven
  • koorts
  • als u een stoma heeft voor de ontlasting, moet u het zakje vaker legen dan normaal.
Advies

Wat moet u doen bij diarree:

  • Neem contact op met uw zorgverlener als u:
    • langer dan 24 uur diarree heeft.
    • bloed of slijm bij de ontlasting heeft.
    • moet overgeven en diarree heeft.
  • Houd bij hoe vaak en hoe veel ontlasting u heeft.
  • Door de diarree verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade. Varieer met zowel zoete als zoute dranken. Genoeg drinken kan in het begin lastig zijn, omdat u niet altijd dorst heeft. Het kan dan helpen om op te schrijven wat u heeft gedronken.

Wat kunt u nog meer doen bij diarree:

  • Voeding is meestal niet de oorzaak van diarree. Een streng dieet is niet nodig. Wel kan het helpen om verschillende dingen te eten. Vasten of minder eten is niet verstandig.
  • Vermijd koffie, alcohol, zure dranken, producten met zoetstoffen of producten met lactose.
  • Eet of drink (tijdelijk) meer zout. Als u diarree heeft, verliest u meer zout dan normaal. Neem regelmatig een kopje soep of bouillon. Overleg met uw zorgverlener als u niet te veel zout mag eten.
  • Eet kleine porties. Kies in plaats van 3 grote maaltijden voor kleinere porties verdeeld over de dag.

Neem nooit medicijnen, supplementen of probiotica (bacteriën die de darmen kunnen helpen) tegen diarree zonder dit met uw zorgverlener te bespreken.

Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt eten bij diarree.

Ook kunt u bij diarree last krijgen van wondjes en pijn rondom de anus. Hieronder vindt u adviezen wat u moet doen als u wondjes en/of pijn rondom uw anus heeft:

  • Maak uw huid schoon met zacht toiletpapier.
  • Was de huid al deppend zonder zeep.
  • Gebruik vette zalf rondom het anale gebied om de jeuk te verzachten.

Laatst gewijzigd: 15 april 2025

minder zin in eten

Uw behandeling kan ervoor zorgen dat u minder zin hebt in eten. Meestal is dit tijdelijk. Als u last heeft van minder zin in eten, kunnen de volgende klachten optreden: 

  • minder eten dan normaal, of helemaal niet eten
  • weinig of geen interesse in eten
  • afvallen
  • andere smaak
  • moe zijn

Het is belangrijk om genoeg energie (calorieën), eiwitten, vocht en voedingsstoffen zoals vitamines en mineralen binnen te krijgen. Hieronder vindt u adviezen over wat u kunt doen als u minder zin heeft in eten. 

Advies
  • Eet wanneer u honger heeft. U hoeft niet te wachten op vaste eetmomenten.
  • Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
  • Kies voor energierijke voeding en volle producten.
  • Probeer ander eten uit dan normaal of maak het eten op een andere manier klaar.
  • Zorg dat u een (energierijk) tussendoortje bij u heeft als u ergens naar toe gaat.
  • Drinken gaat soms makkelijker dan eten. U kunt bijvoorbeeld een smoothie drinken met kwark, fruit en wat havermout.
  • Probeer vlak voor of tijdens een maaltijd niet veel te drinken, daardoor neemt de eetlust af.
  • Als de geur van eten u stoort, probeer dan eten te eten dat koud is of op kamertemperatuur is.
  • Maak de maaltijden zo ontspannen mogelijk. Voor sommige mensen is het fijn om afleiding te hebben van de televisie, muziek of gezelschap. Anderen vinden het juist fijn om in een rustige ruimte te eten.
  • Bespreek uw klachten met uw zorgverlener. Deze gaat samen met u bekijken wat er mogelijk is. 

Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen als u minder eetlust heeft.

Kijk hier welke diëtisten bij u in de buurt u kunnen helpen met uw klachten. 

Laatst gewijzigd op 06-01-2025

verstopping

Bij verstopping moet u niet zo vaak naar het toilet als u normaal doet. Of het is moeilijk om te poepen. Een ander woord voor verstopping is obstipatie. Verstopping ontstaat doordat poep te lang in de dikke darm blijft zitten. Als u last heeft van verstopping moet u harder persen om te poepen. Of u moet minder dan 3 keer per week naar het toilet om te poepen. Verstopping kan veroorzaakt worden door uw behandeling of door medicijnen die u krijgt bij uw behandeling. Bijvoorbeeld door medicijnen tegen de misselijkheid.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • harde, droge poep
  • bloed bij het poepen/aambeien
  • buikpijn/darmkrampen
  • opgeblazen gevoel in de buik
  • minder eetlust door een vol gevoel
  • misselijk zijn
  • het lekken van dunne poep langs de harde poep (overloopdiarree)
  • pijn bij het poepen door scheurtjes in de anus (na hard persen)

 Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies
  • Ga meteen naar het toilet als u moet, stel dit niet uit. Door een goede houding op het toilet aan te nemen kan het zijn dat u makkelijker kunt poepen. U kunt hiervoor een krukje gebruiken. Zet uw voeten op het krukje en buig iets naar voren. Op deze manier zal het poepen makkelijker gaan.
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
  • Eet voldoende vezels (30-40 gram per dag). Vezels zitten in volkoren producten, fruit, noten en groenten.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen, fietsen of yoga, kan zorgen voor minder klachten van verstopping.
  • Soms heeft u zorgverlener al medicijnen voorgeschreven tegen verstopping. Bijvoorbeeld macrogol. Macrogol houdt water vast in de darmen, waardoor uw poep zachter wordt. Hierdoor kunt u makkelijker naar het toilet. Uw zorgverlener bespreekt met u hoe en wanneer u deze medicijnen mag innemen.
  • Heeft u last van verstopping en helpen de genoemde adviezen niet? Neem dan contact op met uw zorgverlener. Uw zorgverlener kan medicijnen voorschrijven die bij een verstopping helpen of die een verstopping voorkomen.

 Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen bij verstopping.

Let op: verstopping kan ook optreden als de darm wordt afgesloten door de kanker. Dit wordt ook wel een ileus genoemd. De adviezen zullen dan niet helpen. Heeft u last van verstopping en moet u daarbij ook overgeven? Neem dan contact op met uw zorgverlener.

Laatst gewijzigd: 07-01-2025

Moe zijn

Tijdens de behandeling van kanker, kunt u zich erg moe voelen. Dit kan ook nog na de behandeling voorkomen. Moe zijn wordt veroorzaakt door de kanker zelf en/of door de bijwerkingen van de behandeling. Doordat u moe bent, lukt het niet meer om dagelijkse activiteiten, zoals bewegen, werk of hobby’s goed te kunnen doen. De klachten worden ook niet minder door rust en/of slaap. Na een activiteit heeft u meer of langer rust nodig. Het lukt niet goed meer om de dingen te doen die u graag wilt of moet doen.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • Weinig/geen energie hebben
  • Nergens zin in hebben
  • Prikkelbaar zijn
  • Meer willen slapen en/of meer moeite hebben met slapen
  • Last van stemmingswisselingen
  • Als u beweegt, bent u snel moe
  • Geheugen- en concentratieproblemen
  • Minder belangstelling hebben voor de omgeving

Deze klachten kunnen ook na de behandeling nog lang blijven duren. Soms een paar maanden, soms zelfs jaren. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies
  • Meld uw klachten aan uw zorgverlener. Deze kan uw klachten met u bespreken en samen met u bekijken wat er mogelijk is. Bij sommige klachten kan de arts u doorverwijzen voor een behandeling met cognitieve gedragstherapie (CGT). Bij deze vorm van therapie leert u hoe u beter met de klachten kan omgaan.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals wandelen of yoga, zorgt ervoor dat u zich minder moe voelt. Een (oncologisch) fysiotherapeut kan u hierbij helpen.
  • Eet gezond en veel eiwitten. Een diëtist kan u hierbij helpen.
  • Stel grenzen. Bepaal zelf waaraan u uw energie wil besteden.
  • Zoek balans en wissel momenten van inspanning en ontspanning/rust met elkaar af. Plan niet te veel activiteiten op één dag. En wissel dingen die u moet doen af met dingen waar u energie van krijgt. Zorg ook voor een goede verdeling van mentale, sociale en lichamelijke activiteiten over de dag en de week.
  • Probeer op vaste tijden naar bed te gaan en op te staan. Ook zijn er andere adviezen die ervoor kunnen zorgen dat u beter kunt slapen. Bijvoorbeeld door vlak voor het slapen niet meer naar fel licht van een tv of mobiel te kijken. Meer adviezen kunt u hier vinden. 
  • De app “Untire Now” is een app die u helpt tegen moe zijn bij kanker. In deze app krijgt u handige tips en adviezen die u kunnen helpen bij het omgaan met moe zijn.
  • Vraag familie, vrienden en kennissen om te helpen met dingen die u te vermoeiend vindt om te doen.

Kijk hier welke zorgverleners bij u in de buurt u kunnen helpen met moe zijn.

Voor het laatst gewijzigd: 7 juli 2025

Hoofdpijn

Door de behandeling kunt u last krijgen van hoofdpijn. Hoofdpijn is pijn of druk in je hoofd. De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • een drukkend, knellend of bonzend gevoel in het hoofd
  • last hebben van (fel) licht of geluid
  • misselijk zijn en overgeven
  • duizelig zijn
  • wazig of dubbel zien
  • loopneus of verstopte neus
  • stijve nek
Advies
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
  • Probeer op vaste tijden naar bed te gaan en op te staan.
  • Zorg dat u voldoende beweegt overdag. Denk hierbij aan wandelen of yoga.
  • Probeer niet te veel drankjes te drinken waar cafeïne in zit. Bijvoorbeeld koffie, cola of energiedrank. Drinkt u dit vaak? Probeer dit dan rustig te verminderen. Stop niet opeens helemaal, want dat kan juist hoofdpijn geven.
  • Door stress en spanning kunt u soms ook hoofdpijn krijgen. Zorg voor ontspanning.
  • Verminder de tijd die u kijkt naar een tv, computer of telefoon om vermoeide ogen te voorkomen.
  • Rust uit in een koele, donkere, rustige kamer.
  • Als u veel last heeft van uw hoofdpijn, kunt u een pijnstiller nemen. Bijvoorbeeld paracetamol. Maar doe dit niet te vaak en niet te lang achter elkaar. Overleg met uw zorgverlener als u vaak een pijnstiller nodig heeft.
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • pijn in de nek heeft bij het buigen van uw nek
    • koorts heeft (38,5 graden of meer)
    • klachten heeft zoals een scheve mond, onduidelijk of verward praten of minder gevoel of kracht in een arm of been
    • langer dan 24 uur moet overgeven

Laatst gewijzigd: 10 december 2025

Pijnlijke mond

Door de behandeling tegen kanker kan het slijmvlies in de mond ontstoken en beschadigd raken. Dit wordt ook wel orale mucositis genoemd. Deze klachten verdwijnen weer na het stoppen met de behandeling. Hoe snel dat is hangt af van de behandeling die u heeft gehad.

De volgende klachten kunnen optreden:  

  • zweren/blaren in de mond
  • rood mondslijmvlies
  • zwelling van het tandvlees of mondslijmvlies
  • snel bloedend tandvlees
  • brandend gevoel in mond of keel
  • pijn in de mond 
  • problemen met slikken
  • problemen met eten
  • andere smaak
  • droge mond
Advies
  • Het is belangrijk om een goed verzorgd en gezond gebit te hebben voor de behandeling. Maak daarom bij voorkeur vóór de start van de behandeling een controleafspraak bij uw tandarts. Ga daarna ook regelmatig naar de tandarts. Moet u tijdens de behandeling naar de tandarts? Vertel dan altijd dat u behandeld wordt en noem de soort behandeling die u krijgt.
  • Spoel uw mond met kraanwater of zout water. Los voor zout water 1-2 theelepels zout op in 1 liter water. U mag meerdere keren per dag uw mond spoelen.
  • Zorg voor een goede mondhygiëne. Poets uw tanden 2-3x per dag. Gebruik hiervoor een zachte (elektrische) tandenborstel en tandpasta met fluoride. Is uw mondslijmvlies gevoelig? Gebruik dan een tandpasta met fluoride, maar zonder menthol of SLS. Menthol en SLS kunnen het mondslijmvlies irriteren en gevoeliger maken.
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee of bouillon.
  • Vermijd scherp gekruide producten, zure producten, erg zoute producten, dranken met prik, vruchtensappen, alcohol en sportdrank. 
  • Kies voor zacht en/of vloeibaar eten.
  • Neem bij de volgende klachten contact op met uw zorgverlener:
    • koorts (38,5 graden of meer)
    • bloedende zweren of blaren in de mond of keel
    • de pijn te erg wordt of u niet meer goed kunt eten, drinken en slikken

Neem bij twijfel altijd contact op met uw zorgverlener. Uw zorgverlener kan samen met u kijken wat er mogelijk is. U kunt bijvoorbeeld medicijnen tegen de pijn krijgen. 

Adviezen voor mensen met een kunstgebit:

  • Draag het kunstgebit niet in de nacht.  
  • Borstel het kunstgebit schoon met neutrale zeep. 
  • Als u last heeft van mucositis, draag het kunstgebit dan zo weinig mogelijk om de slijmvliezen genoeg rust te geven.  

 Kijk op kanker.nl welke zorgverleners bij u in de buurt u kunnen helpen met een pijnlijke mond.  

Laatst gewijzigd op 13 juli 2026