bijwerkingen bij kanker

Patiënteninformatie over bijwerkingen van oncologische middelen met bijbehorende adviezen

Geselecteerde behandeling: hormonale therapie

Algemene informatie

Algemene inleiding

De informatie in dit document is bedoeld als aanvulling op de informatie die u al heeft gekregen van uw behandelend oncoloog en de oncologieverpleegkundige. Het is bekend dat veel van de informatie die u tijdens de eerste gesprekken over uw ziekte en de behandeling krijgt verloren gaat, en dat de vragen over behandeling en mogelijk bijwerkingen meestal later komen. U kunt de informatie thuis rustig nalezen om u voor te bereiden op de behandeling die u gaat krijgen. Vragen kunt u stellen bij een volgend bezoek aan de polikliniek of via de uitgereikte telefoonnummers. Voor de het online overzicht van de telefoonnummers klik hier.

Behandelschema

Somastatine analogen

Somatostatine analogen zijn eiwitten die zich vast hechten aan de cellen van de tumor, en daarna de uitscheiding van hormonenblokkeren.Er komen op die manier minder hormonen in het bloed terecht. De genoemde lichamelijke klachten kunnen daardoor verminderen. Er zijn verschillende soorten somatostatine analogen zoals octreotide (Sandostatine) en Sandostatine LAR. Octreotide iseenkortwerkend medicijn dat onderhuids via een injectie toegediend wordt. Aanvankelijk zal dit driemaal daagsgebeuren. Als hierna blijkt dat het medicijn goed verdragen wordt,zal worden overgegaan op een toediening van een langwerkende somatostatine analoog, Sandostatine LAR. Dit langwerkend octreotide moet in de bilspier worden gespoten.

Voor het toedienen van de onderhuidse injecties krijgt u instructie. Dit kan door de verpleegkundige op de polikliniek gedaan worden, maar ook kan de thuiszorg ingeschakeld worden om u hier thuis instructie over te geven.

De injectie met de lang werkende somatostatine analogen kunt u niet zelf toedienen. Dit kan uw huisarts doen of er kan geregeld worden dat er een verpleegkundige bij u thuis komt om het u toe te dienen. Nadat u de eerste injectie met het lang werkend somatostatine analogen heeft gekregen, moet u nog ongeveer 14 dagen doorgaan met de onderhuidse injecties drie maal daags. Uw internist-oncoloog zal u dit vertellen.

In principe gebruikt u de medicatie continu. Soms moet de behandeling onderbroken worden of de dosering aangepast worden vanwege de bijwerkingen.

Tijdens de behandeling zal goed worden gelet op de werking en bijwerkingen van de medicatie. Als de werking goed is en de bijwerkingen acceptabel zijn, kan de internist-oncoloog besluiten om door te gaan met de medicijnen.

Belangrijk

NET’s die hormonen of andere stoffen uitscheiden, kunnen dit extra doen als het lichaam blootgesteld wordt aan bepaalde stressfactoren. De klachten die door deze hormonen veroorzaakt worden, zullen dan ook tijdelijk toenemen. De ernst en duur hiervan wisselt per situatie. Als het ernstig is wordt het ook wel een “crisis” genoemd. In sommige gevallen kan bijvoorbeeld de diarree zo ernstig worden dat patiënten in korte tijd uitgedroogd raken. Voorbeelden van stressfactoren zijn: bepaalde voeding, tandheelkundige ingrepen en operaties.

Bij voeding is de reactie meestal kortdurend en niet ernstig. Bij tandheelkundige ingrepen en operaties kan de reactie heviger zijn. Daarom adviseren we patiënten altijd om rondom deze situaties extra octreotide te gebruiken ter preventie van een “crisis”. Het is heel belangrijk dat u de internist-oncoloog of oncologieverpleegkundige direct informeert als u een ingreep moet ondergaan. Zij zullen de dosering aan u geven en de recepten regelen. Als het bekend is dat de NET tumor bij u geen hormonen of andere stoffen uitscheidt zijn deze maatregelen niet nodig.

Beschermende maatregelen ten aanzien van excreta

  • Octreotide: geen risico

Gevolgen voor vruchtbaarheid en ongeboren kind

Deze informatie is relevant voor vrouwen én mannen in de vruchtbare leeftijd.
Vrouwen mogen tijdens de behandeling en ook in een bepaalde periode daarna meestal niet zwanger worden. Er kunnen risico’s zijn voor het ongeboren kind. Bij mannen is minder goed bekend of een behandeling, zoals chemotherapie, tijdelijk invloed kan hebben op de kwaliteit van het zaad en of dit risico’s met zich meebrengt voor het ongeboren kind.

Ook kan de behandeling van kanker ervoor zorgen dat u (later) minder vruchtbaar bent. Dit hangt af van het soort medicijnen, de combinatie van medicijnen, de dosering, het soort kanker en uw leeftijd.

Bespreek vóór de start van de behandeling wat dit in uw situatie betekent. Bijvoorbeeld of – en hoe lang – u maatregelen moet nemen om een zwangerschap te voorkomen.
Heeft u een kinderwens? Bespreek dan met uw zorgverlener de mogelijkheid van invriezen van sperma of eicellen vóór het starten van de behandeling.

Bijwerkingen en adviezen

Galstenen

Vooral na lang gebruik kunnen galstenen ontstaan. Dit is te merken aan aanvallen van pijn, meestal in de rechterbovenbuik. Vaak gaat dit samen met misselijk zijn en overgeven. Waarschuw dan de arts.

Maag-darmklachten

Door de behandeling kunt u last krijgen van maag-darmklachten. Dit zijn klachten die te maken hebben met het spijsverteringskanaal. Deze loopt van de mond tot en met de anus. Klachten kunnen zijn: een ander ontlastingspatroon, maag- of buikpijn, opgeblazen gevoel of winderigheid.

misselijk zijn en overgeven

Door de behandeling kunt u misselijk worden en overgeven. Het hangt af van de kankersoort en behandeling hoeveel last u hiervan heeft.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • kokhalzen en overgeven
  • minder zin in eten
  • maagklachten, zoals een vol gevoel of pijn in de maag
  • buikpijn of buikkrampen
  • opgezette buik

Misselijk zijn en overgeven zijn vervelende bijwerkingen en kunnen u beperken in uw dagelijks leven. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies
  • Het is belangrijk dat u uw medicijnen altijd inneemt zoals u met uw zorgverlener hebt besproken. Houdt u aan de vaste tijden om uw medicijnen in te nemen, ook als u niet misselijk bent.
  • Door het overgeven verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
  • Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
  • Forceer het eten niet. Eet op momenten wanneer u minder misselijk bent en pauzeer bij hevige misselijkheid.
  • Eet geen vet, gefrituurd, zoet, zuur of scherp gekruid eten.
  • Vermijd sterke geuren tijdens het eten. Als de geur van eten u stoort, vraag anderen om het eten klaar te maken.
  • Als de geur van eten u stoort, probeer dan eten te eten dat koud is of op kamertemperatuur is.
  • Maak het eten zo ontspannen mogelijk. Voor sommige mensen is het fijn om afleiding te hebben van de televisie, muziek of gezelschap. Anderen vinden het juist fijn om in een rustige ruimte te eten.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen of yoga, kan ervoor zorgen dat u minder last heeft van misselijk zijn en overgeven.
  • Doe ontspanningsoefeningen. Massages, luisteren naar muziek en mediteren kunnen helpen tegen misselijk zijn.
  • Wilt u acupunctuur of acupressuur proberen? Bespreek dit dan eerst met uw arts.
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • langer dan 24 uur moet overgeven.
    • niet voldoende kunt drinken (minder dan 1,5 liter per dag) en/of als u last heeft van uitdroging. Dit is bijvoorbeeld te merken aan een droge mond en droge huid. En aan weinig of niet kunnen plassen en donkerbruine plas.

Uw zorgverlener kan samen met u kijken wat er mogelijk is. Dit hangt af van uw klachten. U kunt bijvoorbeeld extra medicijnen krijgen tegen het misselijk zijn.

Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen als u last heeft van misselijk zijn en overgeven. Vind hier een dietist bij u in de buurt die u kan helpen met deze klachten.

Laatst gewijzigd op 15 april 2025

buikpijn

Door de behandeling kunt u pijn in de buik krijgen. Dat kan van de maagstreek tot in de onderbuik zijn. 

diarree

Diarree is waterige dunne ontlasting waarvoor u meer dan 3 keer per dag naar de wc moet. Bij diarree nemen de darmen minder vocht en voedingsstoffen op. Dit komt door irritatie van de darmen, waardoor de darmen minder goed werken. Vaak komt de aandrang plotseling. En is het ophouden van de diarree moeilijk of lukt het zelfs helemaal niet.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • een waterige of dunne ontlasting
  • bloed of slijm bij de ontlasting
  • buikpijn en/of buikkrampen
  • opgeblazen gevoel
  • vaak naar de wc moeten
  • misselijk zijn en overgeven
  • koorts
  • als u een stoma heeft voor de ontlasting, moet u het zakje vaker legen dan normaal.
Advies

Wat moet u doen bij diarree:

  • Neem contact op met uw zorgverlener als u:
    • langer dan 24 uur diarree heeft.
    • bloed of slijm bij de ontlasting heeft.
    • moet overgeven en diarree heeft.
  • Houd bij hoe vaak en hoe veel ontlasting u heeft.
  • Door de diarree verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade. Varieer met zowel zoete als zoute dranken. Genoeg drinken kan in het begin lastig zijn, omdat u niet altijd dorst heeft. Het kan dan helpen om op te schrijven wat u heeft gedronken.

Wat kunt u nog meer doen bij diarree:

  • Voeding is meestal niet de oorzaak van diarree. Een streng dieet is niet nodig. Wel kan het helpen om verschillende dingen te eten. Vasten of minder eten is niet verstandig.
  • Vermijd koffie, alcohol, zure dranken, producten met zoetstoffen of producten met lactose.
  • Eet of drink (tijdelijk) meer zout. Als u diarree heeft, verliest u meer zout dan normaal. Neem regelmatig een kopje soep of bouillon. Overleg met uw zorgverlener als u niet te veel zout mag eten.
  • Eet kleine porties. Kies in plaats van 3 grote maaltijden voor kleinere porties verdeeld over de dag.

Neem nooit medicijnen, supplementen of probiotica (bacteriën die de darmen kunnen helpen) tegen diarree zonder dit met uw zorgverlener te bespreken.

Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt eten bij diarree.

Ook kunt u bij diarree last krijgen van wondjes en pijn rondom de anus. Hieronder vindt u adviezen wat u moet doen als u wondjes en/of pijn rondom uw anus heeft:

  • Maak uw huid schoon met zacht toiletpapier.
  • Was de huid al deppend zonder zeep.
  • Gebruik vette zalf rondom het anale gebied om de jeuk te verzachten.

Laatst gewijzigd: 15 april 2025

verstopping

Bij verstopping moet u niet zo vaak naar het toilet als u normaal doet. Of het is moeilijk om te poepen. Een ander woord voor verstopping is obstipatie. Verstopping ontstaat doordat poep te lang in de dikke darm blijft zitten. Als u last heeft van verstopping moet u harder persen om te poepen. Of u moet minder dan 3 keer per week naar het toilet om te poepen. Verstopping kan veroorzaakt worden door uw behandeling of door medicijnen die u krijgt bij uw behandeling. Bijvoorbeeld door medicijnen tegen de misselijkheid.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • harde, droge poep
  • bloed bij het poepen/aambeien
  • buikpijn/darmkrampen
  • opgeblazen gevoel in de buik
  • minder eetlust door een vol gevoel
  • misselijk zijn
  • het lekken van dunne poep langs de harde poep (overloopdiarree)
  • pijn bij het poepen door scheurtjes in de anus (na hard persen)

 Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies
  • Ga meteen naar het toilet als u moet, stel dit niet uit. Door een goede houding op het toilet aan te nemen kan het zijn dat u makkelijker kunt poepen. U kunt hiervoor een krukje gebruiken. Zet uw voeten op het krukje en buig iets naar voren. Op deze manier zal het poepen makkelijker gaan.
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
  • Eet voldoende vezels (30-40 gram per dag). Vezels zitten in volkoren producten, fruit, noten en groenten.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen, fietsen of yoga, kan zorgen voor minder klachten van verstopping.
  • Soms heeft u zorgverlener al medicijnen voorgeschreven tegen verstopping. Bijvoorbeeld macrogol. Macrogol houdt water vast in de darmen, waardoor uw poep zachter wordt. Hierdoor kunt u makkelijker naar het toilet. Uw zorgverlener bespreekt met u hoe en wanneer u deze medicijnen mag innemen.
  • Heeft u last van verstopping en helpen de genoemde adviezen niet? Neem dan contact op met uw zorgverlener. Uw zorgverlener kan medicijnen voorschrijven die bij een verstopping helpen of die een verstopping voorkomen.

 Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen bij verstopping.

Let op: verstopping kan ook optreden als de darm wordt afgesloten door de kanker. Dit wordt ook wel een ileus genoemd. De adviezen zullen dan niet helpen. Heeft u last van verstopping en moet u daarbij ook overgeven? Neem dan contact op met uw zorgverlener.

Laatst gewijzigd: 07-01-2025

Reacties op de prikplek

Door de behandeling kan op de prikplek een reactie ontstaan. De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • rode huid
  • zwelling
  • warm gevoel
  • pijn
  • blauwe plek
  • irritatie van het bloedvat
  • hard aanvoelen van de huid of het bloedvat

U kunt zelf niks doen aan een reactie op de prikplek. Meestal verdwijnen de klachten weer binnen enkele uren tot dagen.

Advies

Neem direct contact op met uw zorgverlener als de huid rond de prikplek warm aanvoelt, pijnlijk of dik wordt of als er rode strepen ontstaan. Dit kan wijzen op een ontsteking van de ader. Een ander woord hiervoor is flebitis.

Laatst gewijzigd: 7 mei 2025

Teveel suiker in het bloed

Door de behandeling kan het suikergehalte in het bloed verhogen.
Dit kan de volgende klachten geven:

  • dorst
  • droge mond
  • vaak plassen
  • vermoeidheid
  • jeuk
  • afvallen
  • slecht genezende wondjes
  • zoete geur uit de mond
  • problemen met zien
  • snel en diep ademhalen
Advies

Heeft u één of meer van deze klachten, dan is het verstandig om contact op te nemen met uw behandelend arts. Als uw suikergehalte in het bloed is verhoogd, krijgt u misschien een dieet en aanvullende medicijnen. Ook controleert de arts regelmatig het suikergehalte in uw bloed.

Hoofdpijn

Door de behandeling kunt u last krijgen van hoofdpijn. Hoofdpijn is pijn of druk in je hoofd. De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • een drukkend, knellend of bonzend gevoel in het hoofd
  • last hebben van (fel) licht of geluid
  • misselijk zijn en overgeven
  • duizelig zijn
  • wazig of dubbel zien
  • loopneus of verstopte neus
  • stijve nek
Advies
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
  • Probeer op vaste tijden naar bed te gaan en op te staan.
  • Zorg dat u voldoende beweegt overdag. Denk hierbij aan wandelen of yoga.
  • Probeer niet te veel drankjes te drinken waar cafeïne in zit. Bijvoorbeeld koffie, cola of energiedrank. Drinkt u dit vaak? Probeer dit dan rustig te verminderen. Stop niet opeens helemaal, want dat kan juist hoofdpijn geven.
  • Door stress en spanning kunt u soms ook hoofdpijn krijgen. Zorg voor ontspanning.
  • Verminder de tijd die u kijkt naar een tv, computer of telefoon om vermoeide ogen te voorkomen.
  • Rust uit in een koele, donkere, rustige kamer.
  • Als u veel last heeft van uw hoofdpijn, kunt u een pijnstiller nemen. Bijvoorbeeld paracetamol. Maar doe dit niet te vaak en niet te lang achter elkaar. Overleg met uw zorgverlener als u vaak een pijnstiller nodig heeft.
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • pijn in de nek heeft bij het buigen van uw nek
    • koorts heeft (38,5 graden of meer)
    • klachten heeft zoals een scheve mond, onduidelijk of verward praten of minder gevoel of kracht in een arm of been
    • langer dan 24 uur moet overgeven

Laatst gewijzigd: 10 december 2025