bijwerkingen bij kanker

Patiënteninformatie over bijwerkingen van oncologische middelen met bijbehorende adviezen

Geselecteerde behandeling: doelgerichte therapie

Algemene informatie

De informatie in dit document is bedoeld als aanvulling op de informatie die u al heeft gekregen van uw behandelend oncoloog en de oncologieverpleegkundige. Het is bekend dat veel van de informatie die u tijdens de eerste gesprekken over uw ziekte en de behandeling krijgt verloren gaat, en dat de vragen over behandeling en mogelijk bijwerkingen meestal later komen. U kunt de informatie thuis rustig nalezen om u voor te bereiden op de behandeling die u gaat krijgen. Vragen kunt u stellen bij een volgend bezoek aan de polikliniek of via de uitgereikte telefoonnummers. Voor de het online overzicht van de telefoonnummers klik hier.

Wat is doelgerichte therapie?

Bij doelgerichte therapie worden er medicijnen gegeven om kankercellen te doden of de groei ervan te remmen. Deze medicijnen richten zich op specifieke eigenschappen van kankercellen. Dit doen ze door de werking van bepaalde eiwitten van de kankercel te blokkeren. Er zijn veel verschillende eigenschappen van de kankercellen die aangrijpingspunten kunnen zijn van doelgerichte therapie. Bijvoorbeeld de ongecontroleerde groei van sommige kankercellen. Of het proces waarbij kankercellen de aanmaak van nieuwe bloedvaten stimuleren. Een belangrijke voorwaarde voor doelgerichte therapie is dan ook dat de kankercellen die specifieke eigenschappen hebben. Dit kan namelijk per kankersoort verschillen. Bij sommige kankersoorten onderzoeken we eerst of de kankercellen die specifieke eigenschappen hebben. In de meeste gevallen wordt doelgerichte therapie gegeven in tabletvorm. Er zijn ook middelen die worden gegeven via het infuus. Voor algemene informatie over doelgerichte therapie klik hier.

Behandelschema

De behandeling die u gaat krijgen bestaat uit Erdafitinib. De kuur wordt in tabletvorm voorgeschreven en u kunt ze thuis innemen. U neemt 1 keer per dag de voorgeschreven medicatie in. Het aantal tabletten dat u per keer in moet nemen zal door uw internist–oncoloog worden voorgeschreven. Voor meer uitleg over het verloop van uw polibezoek klik hier.

Naast de voorgeschreven medicijnen kunnen nog andere medicijnen voorgeschreven worden ter ondersteuning van de behandeling.

Tijdens de behandeling zal goed worden gelet op de werking en bijwerkingen. Soms moet de behandeling onderbroken worden vanwege bijwerkingen. U kunt, in overleg met uw internist-oncoloog, doorgaan met de behandeling zolang deze effectief is en de bijwerkingen acceptabel. 

De apotheek heeft enige tijd nodig om de chemotherapie voor u te bereiden.

Hoelang zijn beschermende maatregelen nodig?

  • Erdafitinib: geen risico

Gevolgen voor vruchtbaarheid en ongeboren kind

Deze informatie is relevant voor vrouwen én mannen in de vruchtbare leeftijd.
Vrouwen mogen tijdens de behandeling en ook in een bepaalde periode daarna meestal niet zwanger worden. Er kunnen risico’s zijn voor het ongeboren kind. Bij mannen is minder goed bekend of een behandeling, zoals chemotherapie, tijdelijk invloed kan hebben op de kwaliteit van het zaad en of dit risico’s met zich meebrengt voor het ongeboren kind.

Ook kan de behandeling van kanker ervoor zorgen dat u (later) minder vruchtbaar bent of eerder in de overgang komt. Dit hangt af van het soort medicijnen, de combinatie van medicijnen, de dosering, het soort kanker en uw leeftijd.

Bespreek vóór de start van de behandeling wat dit in uw situatie betekent. Bijvoorbeeld of – en hoe lang – u maatregelen moet nemen om een zwangerschap te voorkomen.
Heeft u een kinderwens? Bespreek dan met uw zorgverlener de mogelijkheid van invriezen van sperma of eicellen vóór het starten van de behandeling.

Bijwerkingen en adviezen

Andere smaak

Door de behandeling kan uw smaak veranderen. Smaak en reuk hangen met elkaar samen. Als de geur verandert kan ook de smaak veranderen.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • een bittere, kartonachtige of metaalachtige smaak in de mond
  • eten smaakt niet meer zoals vroeger of kan flauw smaken
  • eten ruikt anders
  • eten dat u eerst niet lekker vond, smaakt nu wel of juist andersom
Advies
  • Probeer te ontdekken wat u lekker of niet lekker vindt. Dit helpt u om beter te kiezen wat u eet. Een voedingsdagboek kan daarbij helpen.
  • Gebruik kruiden en specerijen om uw eten meer smaak te geven.
  • Als de geur van eten u stoort, probeer dan eten te eten dat koud of op kamertemperatuur is.
  • Als u een metaalsmaak in uw mond heeft, kan het helpen om te eten met plastic bestek.
  • Zorg voor een goede mondhygiëne. Poets uw tanden 2-3x per dag. Gebruik hiervoor een zachte (elektrische) tandenborstel.
  • Spoel uw mond met kraanwater of zout water. Los voor zout water 1 theelepel zout op in een glas lauw water. Dit mag u meerdere keren per dag doen.
  • Zorg dat u regelmatig naar de tandarts gaat. Vertel bij een bezoek aan uw tandarts of mondhygiënist altijd dat u behandeld wordt en noem de soort behandeling die u krijgt.

Kijk hier voor meer praktische adviezen over wat u kunt doen als u last heeft van een andere smaak. Vind hier een diëtist bij u in de buurt die u kan helpen met uw klachten. 

Laatst gewijzigd: 13 oktober 2025

Bloeding

De medicijnen waarmee u behandeld wordt, kunnen bloedingen veroorzaken.

Bloedingen kunnen inwendig of uitwendig zijn. Gewoonlijk stopt de bloeding vanzelf.  Heel vaak veroorzaken medicijnen tegen kanker een tekort aan bloedplaatjes in het bloed. Bloedplaatjes spelen een belangrijke rol bij de bloedstolling. Heeft u een tekort aan bloedplaatjes, dan is het bloed dunner en stolt het minder snel. Klachten kunnen zijn:

  • bloedneus
  • bloed in de urine
  • zwarte ontlasting of bloed bij de ontlasting (dit kan duiden op een bloeding in de maag of darmen)
  • bloeduitstorting en blauwe plekken (zonder dat u zich heeft gestoten of bent gevallen)
  • bloed bij hoesten of braken
  • bloedend tandvlees
  • menstruatie die heviger wordt
Advies
  • pas op met stoten en krab geen wondjes open
  • als u een wondje heeft, druk dit dan een tijdje stevig dicht, bijvoorbeeld met een steriel gaasje
  • gebruik geen scherpe voorwerpen. Elektrisch scheren is beter dan met een mesje
  • probeer de ontlasting soepel te houden door veel te drinken: 1½ tot 2 liter per dag
  • gebruik bij het tandenpoetsen een zachte borstel
  • neem de temperatuur op onder de arm (niet in de anus), of gebruik een oorthermometer

Heeft u een of meer klachten die horen bij bloedingen, neem dan contact op met uw behandelend arts. Soms is een transfusie met bloedplaatjes nodig om de bloedplaatjes aan te vullen om zo bloedingen te stoppen of voorkomen.

Haarproblemen

Door de behandeling kan uw haar veranderen. 

veranderingen aan het haar

Door de behandeling kan uw haar veranderen. Het haar op uw hoofd kan dunner worden. Het kan ook lichter of wit worden. Soms gaat het haar krullen. Haar op andere plekken van uw lichaam kan ook veranderen. Er kan bijvoorbeeld haar in uw gezicht groeien. Soms worden uw wimpers of wenkbrauwen langer. U kunt zelf niks doen aan de veranderingen aan uw haar.

Advies
  • Praat met mensen om u heen als u verdrietig bent of zich zorgen maakt door de veranderingen aan uw haar.

 Adviezen dunner haar:

  • Borstel en was uw haar en hoofdhuid voorzichtig. Gebruik een milde shampoo. Was uw haar niet vaker dan 2 keer per week.
  • Gebruik geen föhn, stijltang, haarklemmen of producten zoals gel. Deze kunnen uw hoofdhuid beschadigen.
  • Bescherm de hoofdhuid tegen de zon met een hoedje of pet, of smeer uw hoofdhuid in met zonnebrandcrème (minimaal factor 30).
  • Draag bij koud weer een muts of sjaal om uw hoofd te bedekken. Kies zachte stoffen en materialen.

Look Good Feel Better kan u helpen met praktische tips over make-up, huidverzorging en haarwerken. Kijk hier voor meer informatie.

Gewijzigd: 29 juli 2026

Huidproblemen

Door de behandeling kan de huid geïrriteerd raken.

droge huid

Door de behandeling kan uw huid droog worden en gaan schilferen. De huid is kwetsbaar. Dat komt doordat uw huid minder nieuwe huidcellen maakt. Ook werkt de bescherming van uw huid minder goed door de behandeling.

 De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • schilfers of barstjes in de huid
  • gevoelig zijn voor zonlicht
  • rode huid
  • jeuk
  • kloven
Advies
  • Probeer de huid zo min mogelijk uit te drogen. Dit doet u door:
    • niet te vaak en niet te lang te douchen of in bad te gaan.
    • lauw water te gebruiken.
    • geen zeep of weinig zeep te gebruiken.
  • Droog de huid na het douchen voorzichtig af. Dep uw huid droog. Wrijf niet.
  • Gebruik een vette crème of lotion zonder parfum. Bijvoorbeeld koelzalf of cetomacrogolcrème. Dit kunt u kopen bij de drogist of apotheek.
  • Gebruik geen producten met alcohol op de huid, zoals parfum en aftershave.
  • Voorkom dat uw huid gaat irriteren op plekken waar het jeukt. Draag losse kleding, Kies kleding van katoen of andere zachte stoffen.
  • Gebruik iets koels tegen de jeuk. Bijvoorbeeld koelkompressen, koelzalf of mentholgel-poeder.
  • Blijf uit de zon, vooral tussen 12 en 15 uur.
  • Smeer zonnebrandcrème met minimaal factor 30. Smeer uw huid hiermee elke 2 uur in. Smeer ook opnieuw na het zwemmen of als u veel heeft gezweet.
  • Scheer met een elektrisch scheerapparaat in plaats van met een mesje.

Bespreek uw klachten met uw zorgverlener tijdens uw volgende afspraak. Heeft u veel last van de klachten? Of merkt u dat ze uw dagelijks leven lastiger maken? Neem dan eerder contact op met uw zorgverlener. 

Gewijzigd: 22 juli 2026

hand-voetsyndroom

Tijdens de behandeling kunt u last krijgen van het hand-voetsyndroom. Dit is een reactie op de behandeling die de huid van de handpalmen en voetzolen aantast. De klachten ontstaan binnen dagen, weken of maanden na de start van de behandeling. Hoeveel last u krijgt van het hand-voetsyndroom kan voor iedereen anders zijn. Meestal verdwijnen de klachten binnen 1 of 2 twee weken nadat de behandeling stopt.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • rode of gevoelige huid
  • zwelling van de handen of voeten
  • minder gevoel of 'doof gevoel' in uw handen en/of voeten
  • pijn of branderig gevoel
  • jeuk
  • droge huid en/of schilfers
  • kloven en/of blaren
Advies
  • Smeer uw handen en voeten 2 tot 3 keer per dag in. Gebruik een vette crème of zalf. Bijvoorbeeld ureumcrème, lanettezalf of vaseline-paraffine zalf.
  • Gebruik geen producten met alcohol op de huid zoals parfum.
  • Probeer de huid zo min mogelijk uit te drogen. Dit doet u door:
    • niet te vaak en niet te lang te douchen of baden.
    • lauw water te gebruiken.
    • uw huid goed af te drogen na het douchen.
  • Draag geen strakke kleren en/of schoenen. Draag geen hoge hakken.
  • Voorkom irritatie aan uw handen en voeten. Trek handschoenen aan als u gaat schoonmaken, tuinieren of zware dingen gaat tillen.
  • Probeer uw handen en voeten niet bloot te stellen aan extreme warmte en kou.
  • Draag handschoenen en pantoffels om uw handen en voeten te beschermen tegen kou.
  • Bescherm de huid tegen de zon. Blijf uit felle zon tussen 12:00 en 15:00 uur. Gebruik zonnebrandcrème met minimaal factor 30.
  • Controleer regelmatig uw handen en voeten op drukplekken of blaren. Een podotherapeut kan u zooltjes geven als u hier last van heeft. Vind er hier een bij u in de buurt.
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • veel pijn heeft
    • blaren of ernstige kloven heeft
    • wondjes heeft die niet genezen

Kijk bij Hulp en Ondersteuning op kanker.nl welke zorgverleners bij u in de buurt u kunnen helpen met het hand-voetsyndroom, zoals een oncologisch voetzorgverlener of een oncologisch handzorgverlener

Laatst gewijzigd: 20 augustus 2025

Maag-darmklachten

Door de behandeling kunt u last krijgen van maag-darmklachten. Dit zijn klachten die te maken hebben met het spijsverteringskanaal. Deze loopt van de mond tot en met de anus. Klachten kunnen zijn: een ander ontlastingspatroon, maag- of buikpijn, opgeblazen gevoel of winderigheid.

misselijk zijn en overgeven

Door de behandeling kunt u misselijk worden en overgeven. Het hangt af van de kankersoort en behandeling hoeveel last u hiervan heeft.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • kokhalzen en overgeven
  • minder zin in eten
  • maagklachten, zoals een vol gevoel of pijn in de maag
  • buikpijn en/of buikkrampen
  • opgezette buik

Misselijk zijn en overgeven zijn vervelende bijwerkingen en kunnen u beperken in uw dagelijks leven. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies
  • Het is belangrijk dat u uw medicijnen altijd inneemt zoals u met uw zorgverlener hebt besproken. Houdt u aan de vaste tijden om uw medicijnen in te nemen, ook als u niet misselijk bent.
  • Door het overgeven verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
  • Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
  • Forceer het eten niet. Eet op momenten wanneer u minder misselijk bent en pauzeer bij hevige misselijkheid.
  • Eet geen vet, gefrituurd, zoet, zuur of scherp gekruid eten.
  • Vermijd sterke geuren tijdens het eten. Als de geur van eten u stoort, vraag anderen om het eten klaar te maken.
  • Als de geur van eten u stoort, probeer dan eten te eten dat koud is of op kamertemperatuur is.
  • Maak het eten zo ontspannen mogelijk. Voor sommige mensen is het fijn om afleiding te hebben van de televisie, muziek of gezelschap. Anderen vinden het juist fijn om in een rustige ruimte te eten.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen of yoga, kan ervoor zorgen dat u minder last heeft van misselijk zijn en overgeven.
  • Doe ontspanningsoefeningen. Massages, luisteren naar muziek en mediteren kunnen helpen tegen misselijk zijn.
  • Wilt u acupunctuur of acupressuur proberen? Bespreek dit dan eerst met uw arts.
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • langer dan 24 uur moet overgeven.
    • niet voldoende kunt drinken (minder dan 1,5 liter per dag) en/of als u last heeft van uitdroging. Dit is bijvoorbeeld te merken aan een droge mond en droge huid. En aan weinig of niet kunnen plassen en donkerbruine plas.

Uw zorgverlener kan samen met u kijken wat er mogelijk is. Dit hangt af van uw klachten. U kunt bijvoorbeeld extra medicijnen krijgen tegen het misselijk zijn.

Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen als u last heeft van misselijk zijn en overgeven. Vind hier een dietist bij u in de buurt die u kan helpen met deze klachten.

Laatst gewijzigd op 15 april 2025

buikpijn

Door de behandeling kunt u pijn in de buik krijgen. Vaak gaat buikpijn vanzelf weer over.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

Heeft u één of meer van deze klachten? Kijk dan bij de informatie over die bijwerking (bijvoorbeeld misselijkheid en overgeven) voor extra adviezen. 

Advies
  • Probeer te ontspannen. Een kruik of warm bad kan helpen.
  • Eet geen vet, gefrituurd, zoet, zuur of scherp gekruid eten.
  • Neem meteen contact met uw zorgverlener als u:
    • plotseling erge buikpijn heeft
    • buikpijn heeft die steeds erger wordt
    • langer dan 24 uur moet overgeven
    • bloed overgeeft
    • er bloed uit uw anus (poepgat) komt, met of zonder poep
    • plakkerige, zwarte poep heeft
    • niet meer kunt plassen, terwijl u wel nodig moet
    • koorts heeft (38,5 graden of meer).

Gewijzigd: 29 juli 2026

diarree

Diarree is waterige dunne ontlasting waarvoor u meer dan 3 keer per dag naar de wc moet. Bij diarree nemen de darmen minder vocht en voedingsstoffen op. Dit komt door irritatie van de darmen, waardoor de darmen minder goed werken. Vaak komt de aandrang plotseling. En is het ophouden van de diarree moeilijk of lukt het zelfs helemaal niet.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • een waterige of dunne ontlasting
  • bloed of slijm bij de ontlasting
  • buikpijn en/of buikkrampen
  • opgeblazen gevoel
  • vaak naar de wc moeten
  • misselijk zijn en overgeven
  • koorts
  • als u een stoma heeft voor de ontlasting, moet u het zakje vaker legen dan normaal.
Advies

Wat moet u doen bij diarree:

  • Neem contact op met uw zorgverlener als u:
    • langer dan 24 uur diarree heeft.
    • bloed of slijm bij de ontlasting heeft.
    • moet overgeven en diarree heeft.
  • Houd bij hoe vaak en hoe veel ontlasting u heeft.
  • Door de diarree verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade. Varieer met zowel zoete als zoute dranken. Genoeg drinken kan in het begin lastig zijn, omdat u niet altijd dorst heeft. Het kan dan helpen om op te schrijven wat u heeft gedronken.

Wat kunt u nog meer doen bij diarree:

  • Voeding is meestal niet de oorzaak van diarree. Een streng dieet is niet nodig. Wel kan het helpen om verschillende dingen te eten. Vasten of minder eten is niet verstandig.
  • Vermijd koffie, alcohol, zure dranken, producten met zoetstoffen of producten met lactose.
  • Eet of drink (tijdelijk) meer zout. Als u diarree heeft, verliest u meer zout dan normaal. Neem regelmatig een kopje soep of bouillon. Overleg met uw zorgverlener als u niet te veel zout mag eten.
  • Eet kleine porties. Kies in plaats van 3 grote maaltijden voor kleinere porties verdeeld over de dag.

Neem nooit medicijnen, supplementen of probiotica (bacteriën die de darmen kunnen helpen) tegen diarree zonder dit met uw zorgverlener te bespreken.

Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt eten bij diarree.

Ook kunt u bij diarree last krijgen van wondjes en pijn rondom de anus. Hieronder vindt u adviezen wat u moet doen als u wondjes en/of pijn rondom uw anus heeft:

  • Maak uw huid schoon met zacht toiletpapier.
  • Was de huid al deppend zonder zeep.
  • Gebruik vette zalf rondom het anale gebied om de jeuk te verzachten.

Laatst gewijzigd: 15 april 2025

minder zin in eten

Uw behandeling kan ervoor zorgen dat u minder zin hebt in eten. Meestal is dit tijdelijk. Als u last heeft van minder zin in eten, kunnen de volgende klachten optreden: 

  • minder eten dan normaal, of helemaal niet eten
  • weinig of geen interesse in eten
  • afvallen
  • andere smaak
  • moe zijn

Het is belangrijk om genoeg energie (calorieën), eiwitten, vocht en voedingsstoffen zoals vitamines en mineralen binnen te krijgen. Hieronder vindt u adviezen over wat u kunt doen als u minder zin heeft in eten. 

Advies
  • Eet wanneer u honger heeft. U hoeft niet te wachten op vaste eetmomenten.
  • Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
  • Kies voor energierijke voeding en volle producten.
  • Probeer ander eten uit dan normaal of maak het eten op een andere manier klaar.
  • Zorg dat u een (energierijk) tussendoortje bij u heeft als u ergens naar toe gaat.
  • Drinken gaat soms makkelijker dan eten. U kunt bijvoorbeeld een smoothie drinken met kwark, fruit en wat havermout.
  • Probeer vlak voor of tijdens een maaltijd niet veel te drinken, daardoor neemt de eetlust af.
  • Als de geur van eten u stoort, probeer dan eten te eten dat koud is of op kamertemperatuur is.
  • Maak de maaltijden zo ontspannen mogelijk. Voor sommige mensen is het fijn om afleiding te hebben van de televisie, muziek of gezelschap. Anderen vinden het juist fijn om in een rustige ruimte te eten.
  • Bespreek uw klachten met uw zorgverlener. Deze gaat samen met u bekijken wat er mogelijk is. 

Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen als u minder eetlust heeft.

Kijk hier welke diëtisten bij u in de buurt u kunnen helpen met uw klachten. 

Laatst gewijzigd op 06-01-2025

verstopping

Bij verstopping moet u niet zo vaak naar het toilet als u normaal doet. Of het is moeilijk om te poepen. Een ander woord voor verstopping is obstipatie. Verstopping ontstaat doordat poep te lang in de dikke darm blijft zitten. Als u last heeft van verstopping moet u harder persen om te poepen. Of u moet minder dan 3 keer per week naar het toilet om te poepen. Verstopping kan veroorzaakt worden door uw behandeling of door medicijnen die u krijgt bij uw behandeling. Bijvoorbeeld door medicijnen tegen de misselijkheid.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • harde, droge poep
  • bloed bij het poepen/aambeien
  • buikpijn/darmkrampen
  • opgeblazen gevoel in de buik
  • minder eetlust door een vol gevoel
  • misselijk zijn
  • het lekken van dunne poep langs de harde poep (overloopdiarree)
  • pijn bij het poepen door scheurtjes in de anus (na hard persen)

 Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies
  • Ga meteen naar het toilet als u moet, stel dit niet uit. Door een goede houding op het toilet aan te nemen kan het zijn dat u makkelijker kunt poepen. U kunt hiervoor een krukje gebruiken. Zet uw voeten op het krukje en buig iets naar voren. Op deze manier zal het poepen makkelijker gaan.
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
  • Eet voldoende vezels (30-40 gram per dag). Vezels zitten in volkoren producten, fruit, noten en groenten.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen, fietsen of yoga, kan zorgen voor minder klachten van verstopping.
  • Soms heeft u zorgverlener al medicijnen voorgeschreven tegen verstopping. Bijvoorbeeld macrogol. Macrogol houdt water vast in de darmen, waardoor uw poep zachter wordt. Hierdoor kunt u makkelijker naar het toilet. Uw zorgverlener bespreekt met u hoe en wanneer u deze medicijnen mag innemen.
  • Heeft u last van verstopping en helpen de genoemde adviezen niet? Neem dan contact op met uw zorgverlener. Uw zorgverlener kan medicijnen voorschrijven die bij een verstopping helpen of die een verstopping voorkomen.

 Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen bij verstopping.

Let op: verstopping kan ook optreden als de darm wordt afgesloten door de kanker. Dit wordt ook wel een ileus genoemd. De adviezen zullen dan niet helpen. Heeft u last van verstopping en moet u daarbij ook overgeven? Neem dan contact op met uw zorgverlener.

Laatst gewijzigd: 07-01-2025

Minder bloedcellen

In het beenmerg worden nieuwe bloedcellen aangemaakt. Door de behandeling kan de aanmaak van nieuwe bloedcellen door het beenmerg verminderen. Dan treedt een tekort aan verschillende bloedcellen op. Meestal merkt u daar weinig of niets van, maar het is wel belangrijk te weten op welke signalen of veranderingen u moet letten.

bloedarmoede

Door de behandeling maakt uw lichaam tijdelijk minder rode bloedcellen aan. Hierdoor kunt u bloedarmoede krijgen. Een ander woord hiervoor is anemie. Rode bloedcellen zorgen voor het vervoer van zuurstof naar weefsels en organen.

Uw zorgverlener controleert uw bloed. Als het aantal rode bloedcellen in het bloed te laag wordt, kan de arts de behandeling aanpassen. Zelf kunt u niets doen om een tekort te voorkomen. Het herstel hangt af van het type behandeling en kan per persoon verschillen.

 De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • snel moe voelen
  • moeite met ademen
  • duizelig of licht in het hoofd zijn
  • hoofdpijn
  • snelle hartslag of hartkloppingen
  • minder kleur in het gezicht
  • niet goed kunnen concentreren
  • oorsuizen
  • ziek of niet lekker voelen
  • koude handen en voeten
Advies
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals wandelen of yoga, zorgt ervoor dat u zich minder moe voelt.
  • Stel grenzen. Zoek balans en wissel momenten van inspanning en ontspanning/rust met elkaar af. Plan niet te veel activiteiten op één dag.
  • Vraag familie, vrienden en kennissen om te helpen met dingen die u te vermoeiend vindt om te doen.
  • Vertel uw arts als u bloedverdunners gebruikt.
  • Eet gezond en veel eiwitten. Een diëtist kan u hierbij helpen.
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • benauwd bent in rust
    • pijn op de borst heeft
    • een onregelmatige hartslag heeft.

Let op: bloedarmoede kan ook optreden als u een bloeding heeft. De adviezen zullen dan niet helpen. Neem daarom direct contact op met uw zorgverlener als de bloeding niet stopt.

Laatst gewijzigd: 6 mei 2025

Moe zijn

Tijdens de behandeling van kanker, kunt u zich erg moe voelen. Dit kan ook nog na de behandeling voorkomen. Moe zijn wordt veroorzaakt door de kanker zelf en/of door de bijwerkingen van de behandeling. Doordat u moe bent, lukt het niet meer om dagelijkse activiteiten, zoals bewegen, werk of hobby’s goed te kunnen doen. De klachten worden ook niet minder door rust en/of slaap. Na een activiteit heeft u meer of langer rust nodig. Het lukt niet goed meer om de dingen te doen die u graag wilt of moet doen.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • Weinig/geen energie hebben
  • Nergens zin in hebben
  • Prikkelbaar zijn
  • Meer willen slapen en/of meer moeite hebben met slapen
  • Last van stemmingswisselingen
  • Als u beweegt, bent u snel moe
  • Geheugen- en concentratieproblemen
  • Minder belangstelling hebben voor de omgeving

Deze klachten kunnen ook na de behandeling nog lang blijven duren. Soms een paar maanden, soms zelfs jaren. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies
  • Meld uw klachten aan uw zorgverlener. Deze kan uw klachten met u bespreken en samen met u bekijken wat er mogelijk is. Bij sommige klachten kan de arts u doorverwijzen voor een behandeling met cognitieve gedragstherapie (CGT). Bij deze vorm van therapie leert u hoe u beter met de klachten kan omgaan.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals wandelen of yoga, zorgt ervoor dat u zich minder moe voelt. Een (oncologisch) fysiotherapeut kan u hierbij helpen.
  • Eet gezond en veel eiwitten. Een diëtist kan u hierbij helpen.
  • Stel grenzen. Bepaal zelf waaraan u uw energie wil besteden.
  • Zoek balans en wissel momenten van inspanning en ontspanning/rust met elkaar af. Plan niet te veel activiteiten op één dag. En wissel dingen die u moet doen af met dingen waar u energie van krijgt. Zorg ook voor een goede verdeling van mentale, sociale en lichamelijke activiteiten over de dag en de week.
  • Probeer op vaste tijden naar bed te gaan en op te staan. Ook zijn er andere adviezen die ervoor kunnen zorgen dat u beter kunt slapen. Bijvoorbeeld door vlak voor het slapen niet meer naar fel licht van een tv of mobiel te kijken. Meer adviezen kunt u hier vinden. 
  • De app “Untire Now” is een app die u helpt tegen moe zijn bij kanker. In deze app krijgt u handige tips en adviezen die u kunnen helpen bij het omgaan met moe zijn.
  • Vraag familie, vrienden en kennissen om te helpen met dingen die u te vermoeiend vindt om te doen.

Kijk hier welke zorgverleners bij u in de buurt u kunnen helpen met moe zijn.

Voor het laatst gewijzigd: 7 juli 2025

Nierproblemen

Door de behandeling kunnen uw nieren beschadigen. Hierdoor kunnen de nieren afvalstoffen en andere schadelijke stoffen minder goed uit het bloed halen. Deze stoffen blijven dan langer in het lichaam.

 Uw zorgverlener controleert uw bloed om te zien of uw nieren goed werken. Werken uw nieren minder goed? Dan kan de arts de behandeling aanpassen. Meestal merkt u zelf niet dat uw nieren minder goed werken. Pas bij heel erge nierproblemen kunt u klachten krijgen.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • vocht vasthouden, te merken aan dikke vingers, dikke enkels of zwaarder worden
  • minder plassen dan normaal
  • hoofdpijn
  • moe zijn
  • kramp in de spieren
  • minder zin in eten
  • kortademig zijn
  • hoge bloeddruk
  • jeukende en/of droge huid
Advies
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water of thee.
  • Neem meteen contact op met uw zorgverlener als u:
    • Niet genoeg kunt drinken: minder dan 1,5 liter per dag.
    • Last heeft van uitdroging. Dit is bijvoorbeeld te merken aan een droge mond en droge huid. En aan weinig of niet kunnen plassen en donkerbruine plas.

Gewijzigd: 29 juli 2026

Problemen met zien

Door de behandeling kunt u last krijgen van uw ogen en zicht. Zelden kan de behandeling een beschadiging veroorzaken aan het netvlies, hoornvlies of de ooglens.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • wazig zien
  • vervormd beeld/zien
  • dubbel zien
  • verlies van zicht
  • last hebben van (fel) licht
  • pijnlijke of rode ogen
  • hoofdpijn

U kunt zelf niets doen om deze klachten te voorkomen. Problemen met zien gaan meestal vanzelf over.

Advies

Merkt u dat u slechter ziet of pijn heeft aan de ogen? Neem dan direct contact op met uw zorgverlener. Uw zorgverlener kan samen met u bekijken wat er mogelijk is in uw situatie.

Laatst gewijzigd: 15 juli 2025

Verandering aan de nagels

Door de behandeling kunnen uw nagels van uw handen en voeten veranderen. De klachten beginnen meestal een paar weken nadat u met uw behandeling bent gestart.

 De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • nagels groeien minder snel
  • witte of donkere lijnen op de nagels
  • nagels veranderen van kleur
  • minder sterk worden van de nagels, bijvoorbeeld nagels die afbreken, loslaten of zachter worden.
  • ribbels, putjes en of vlekken op de nagels
  • pijnlijke nagelbedden en/of nagelriemen
  • infectie van de nagels

Meestal verdwijnen de klachten binnen enkele weken tot maanden nadat de behandeling stopt

Advies
  • Knip de nagels kort en recht af.
  • Houd de nagels schoon.
  • Gebruik een crème om je handen en voeten mee in te smeren.
  • Vijl de nagels één richting op. De kans op scheurtjes is dan kleiner.
  • Draag handschoenen wanneer u in huis of in de tuin werkt.
  • Draag ruime sokken en schoenen.
  • Wilt u nagellak gebruiken? Gebruik dan bij voorkeur nagellak op waterbasis. Gebruik nagellak remover zonder aceton. Als de nagels gespleten, pijnlijk of beschadigd zijn, gebruik dan geen nagellak.
  • Wilt u kunstnagels, gelnagels of acrylnagels tijdens de behandeling? Bespreek met uw zorgverlener of dit mag.
  • Meld uw klachten aan uw zorgverlener. Deze kan samen met u bekijken wat er mogelijk is.
  • Kijk hier voor een oncologisch voetzorgverlener bij u in de buurt voor problemen met teennagels.
  • Kijk hier voor een oncologisch handzorgverlener bij u in de buurt voor problemen met vingernagels.

Gewijzigd: 30 juli 2026

Afvallen

Tijdens de behandeling kunt u gewicht verliezen. Afvallen kan het gevolg zijn van:

  • een pijnlijke mond (ontstekingen van mondslijmvlies) waardoor eten moeilijker wordt
  • sterk verminderde eetlust, door misselijkheid of veranderde reuk- en smaak
  • maagdarmproblemen: vertraagde maagontlediging (uw eten verteert slecht of kan niet goed door de maag passeren), buikpijn, verstopping of diarree
  • eten niet binnen kunnen houden door braken
Advies

Overleg met uw behandelend arts welke van de onderstaande adviezen bruikbaar zijn voor u.   

  • neem eten wat u lekker vindt en waarvan u kunt genieten, want het genot van eten en drinken is minstens zo belangrijk
  • drink voldoende, minstens 1,5 - 2 liter per dag; dit zijn 10-12 glazen.
  • neem geen grote maaltijden ineens, maar vaak kleine en voedzame beetjes


U kunt bij uw arts vragen naar een doorverwijzing naar een diëtist. 
Kijk hier voor gespecialiseerde diëtisten bij u in de buurt
Leer hier meer over voeding en kanker

Laatst gewijzigd: 15 april 2026

Droge mond

Door de behandeling kunt u een droge mond krijgen. Kauwen, slikken en praten kunnen daardoor lastiger zijn. 

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • problemen met kauwen en/of slikken
  • andere smaak
  • infecties in de mond
  • minder goed kunnen praten
  • slechte adem
  • minder goed kunnen slapen
  • problemen met het kunstgebit

Advies
  • Het is belangrijk om een goed verzorgd en gezond gebit te hebben voor de behandeling. Maak daarom vóór de start van de behandeling een controleafspraak bij uw tandarts. Ga daarna ook regelmatig naar de tandarts. Zo helpt u gaatjes en schade aan uw gebit te voorkomen. Moet u tijdens de behandeling naar de tandarts? Vertel dan altijd dat u behandeld wordt. Vertel ook welke behandeling u krijgt.
  • Houd uw mond goed schoon. Poets uw tanden 2-3x per dag. Gebruik hiervoor een zachte (elektrische) tandenborstel en tandpasta met fluoride.
  • Houd uw lippen vet met lippenbalsem of vaseline.
  • Spoel uw mond met kraanwater of zout water. Los voor zout water 1-2 theelepels zout op in 1 liter water. U mag meerdere keren per dag uw mond spoelen.
  • U kunt middelen gebruiken die speeksel vervangen. Bijvoorbeeld sprays, gels of plaktabletten. Dit koopt u bij de apotheek of drogist.
  • Het is belangrijk om genoeg te drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water of thee.
  • Kauwen en zuigen op (suikervrij) snoep, ijsblokjes of kauwgom kan helpen.
  • Neem regelmatig een slokje water. Zou houdt u uw mond vochtig.
  • Maak eten vochtiger. Dan kunt u het makkelijker doorslikken. Dit helpt vooral bij droge producten zoals brood, koekjes, crackers en aardappelen. Gebruik bijvoorbeeld jus, saus, yoghurt of melk.
  • Drink geen of minder koffie. Drink ook minder zure dranken en dranken met suiker.
  • Rook niet en drink geen alcohol.
  • Kijk hier voor meer praktische adviezen over voeding en een droge mond.
Laatst gewijzigd: 18-8-2026

Oogirritatie

Door de behandeling kan er irritatie van de ogen optreden. Dit wordt veroorzaakt door irritatie van het hoornvlies of doordat de traanklieren onvoldoende traanvocht aanmaken. Dit zorgt ervoor dat de ogen droog worden.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • roodheid
  • prikkende ogen
  • pijnlijk gevoel alsof er zand in de ogen zit
  • ontstoken oogleden
  • droogheid
  • tranen
  • wazig zien
Advies
  • Heeft u een van deze klachten, meld deze dan aan uw behandelend arts. In geval van een ontsteking kan uw behandelend arts oogdruppels voorschrijven. Ook als u last heeft van droge ogen kunnen oogdruppels helpen.draag liever geen contactlenzen tijdens de behandeling. Uw ogen raken dan minder snel geirriteerd.
  • Bescherm uw ogen tegen scherp licht; soms helpt een zonnebril
  • Gebruik geen oogmake-up.

Pijnlijke mond

Door de behandeling tegen kanker kan het slijmvlies in de mond ontstoken en beschadigd raken. Dit wordt ook wel orale mucositis genoemd. Deze klachten verdwijnen weer na het stoppen met de behandeling. Hoe snel dat is hangt af van de behandeling die u heeft gehad.

De volgende klachten kunnen optreden:  

  • zweren/blaren in de mond
  • rood mondslijmvlies
  • zwelling van het tandvlees of mondslijmvlies
  • snel bloedend tandvlees
  • brandend gevoel in mond of keel
  • pijn in de mond 
  • problemen met slikken
  • problemen met eten
  • andere smaak
  • droge mond
Advies
  • Het is belangrijk om een goed verzorgd en gezond gebit te hebben voor de behandeling. Maak daarom bij voorkeur vóór de start van de behandeling een controleafspraak bij uw tandarts. Ga daarna ook regelmatig naar de tandarts. Moet u tijdens de behandeling naar de tandarts? Vertel dan altijd dat u behandeld wordt en noem de soort behandeling die u krijgt.
  • Spoel uw mond met kraanwater of zout water. Los voor zout water 1-2 theelepels zout op in 1 liter water. U mag meerdere keren per dag uw mond spoelen.
  • Zorg voor een goede mondhygiëne. Poets uw tanden 2-3x per dag. Gebruik hiervoor een zachte (elektrische) tandenborstel en tandpasta met fluoride. Is uw mondslijmvlies gevoelig? Gebruik dan een tandpasta met fluoride, maar zonder menthol of SLS. Menthol en SLS kunnen het mondslijmvlies irriteren en gevoeliger maken.
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee of bouillon.
  • Vermijd scherp gekruide producten, zure producten, erg zoute producten, dranken met prik, vruchtensappen, alcohol en sportdrank. 
  • Kies voor zacht en/of vloeibaar eten.
  • Neem bij de volgende klachten contact op met uw zorgverlener:
    • koorts (38,5 graden of meer)
    • bloedende zweren of blaren in de mond of keel
    • de pijn te erg wordt of u niet meer goed kunt eten, drinken en slikken

Neem bij twijfel altijd contact op met uw zorgverlener. Uw zorgverlener kan samen met u kijken wat er mogelijk is. U kunt bijvoorbeeld medicijnen tegen de pijn krijgen. 

Adviezen voor mensen met een kunstgebit:

  • Draag het kunstgebit niet in de nacht.  
  • Borstel het kunstgebit schoon met neutrale zeep. 
  • Als u last heeft van mucositis, draag het kunstgebit dan zo weinig mogelijk om de slijmvliezen genoeg rust te geven.  

 Kijk op kanker.nl welke zorgverleners bij u in de buurt u kunnen helpen met een pijnlijke mond.  

Laatst gewijzigd op 13 juli 2026