bijwerkingen bij kanker

Patiënteninformatie over bijwerkingen van oncologische middelen met bijbehorende adviezen

Geselecteerde behandelingen: chemotherapie, doelgerichte therapie

Inleiding

U bent doorverwezen voor een behandeling met chemo-, immuno- of hormonale therapie. Tijdens het gesprek met de consulterend oncologie verpleegkundige, verpleegkundig specialist of longverpleegkundige hebben wij u geïnformeerd over de zaken die gaan komen.

Deze informatie is specifiek toegespitst op de behandeling die u gaat krijgen. U wordt onder andere geïnformeerd over;

  • de bereikbaarheid van de consulterend oncologie verpleegkundigen, longverpleegkundigen en de afdeling in het geval van klachten en vragen;
  • de medicijnen die u gaat krijgen
  • de bijwerkingen die u kunt (!) verwachten;
  • adviezen om met de bijwerkingen om te gaan;
  • redenen om contact op te nemen met het ziekenhuis.

Deze informatie is niet alleen voor uzelf van belang, maar ook voor bijvoorbeeld uw huisarts of andere hulpverleners waarmee u in contact komt.

Algemene informatie

Verpleegkundig spreekuur

Bij vragen of problemen kunt u van maandag tot en met vrijdag tussen 08.30 en 12.00 uur en tussen 14.00 en 16.00 uur via het secretariaat contact opnemen met de consulterend oncologieverpleegkundigen.

Het telefoonnummer is: 0475 - 382839.

Bij koorts of bloeding

Bij koorts (38,5ºC of hoger) of een bloeding (die niet binnen één half uur stelpt) kunt u 24 uur per dag gedurende 7 dagen per week telefonisch contact opnemen met afdeling oncologie. U komt dan in contact met een verpleegkundige. Met haar / hem kunt u uw probleem bespreken. Zo nodig kan zij / hij overleggen met een arts. Vaak zult u naar de spoedeisende hulp moeten komen, even afwachten of naar uw huisarts moeten gaan.

Het telefoonnummer is: 0475 - 382237.

Behandelschema

Deze behandeling bestaat uit twee medicijnen. Daarnaast kunnen nog enkele andere medicijnen voorgeschreven worden. Deze dienen als ondersteuning van de behandeling, bijvoorbeeld om bijwerkingen te beperken.

De behandeling wordt eenmaal per 2 weken gegeven, volgens onderstaand schema

Dag

1

2 t/m 7

8

9 t/m 14

15

16 t/m 21

Wijze van toediening

Cetuximab

x

x x rust

1e infuus in 2 uur, 

vanaf 2e kuur in 1 uur. 

Capecitabine

x

x

x

x

rust

2 x daags tabletten

Anti-emetica schema 106

Veilig omgaan met uitscheiding

Resten van medicijnen verlaten uw lichaam via uitscheidingsproducten (ook wel excreta genoemd). Bijvoorbeeld via plas, poep of als u moet overgeven. (Huid)contact met deze stoffen kan schadelijk zijn.

De risico's voor uw omgeving zijn thuis klein. U mag anderen gewoon aanraken, knuffelen of zoenen. Dit is niet schadelijk. Ook niet voor baby’s, kinderen of zwangere vrouwen. Wel is het belangrijk om een aantal adviezen te volgen. Hoelang u deze adviezen moet volgen, verschilt per middel.

Lees hier meer over adviezen die u thuis kunt volgen.

Hoelang zijn beschermende maatregelen nodig?

  • Capecitabine: 2 dagen
  • Cetuximab: geen risico

Capecitabine

Uw vingerafdrukken kunnen verdwijnen tijdens de behandeling. Dit is tijdelijk, maar kan vervelend zijn. Bijvoorbeeld als uw vingerafdruk nodig is bij een controle door de douane. Na het stoppen met dit middel komen uw vingerafdrukken weer onveranderd terug.

Gevolgen voor vruchtbaarheid en ongeboren kind

Deze informatie is relevant voor vrouwen én mannen in de vruchtbare leeftijd.
Vrouwen mogen tijdens de behandeling en ook in een bepaalde periode daarna meestal niet zwanger worden. Er kunnen risico’s zijn voor het ongeboren kind. Bij mannen is minder goed bekend of een behandeling, zoals chemotherapie, tijdelijk invloed kan hebben op de kwaliteit van het zaad en of dit risico’s met zich meebrengt voor het ongeboren kind.

Ook kan de behandeling van kanker ervoor zorgen dat u (later) minder vruchtbaar bent of eerder in de overgang komt. Dit hangt af van het soort medicijnen, de combinatie van medicijnen, de dosering, het soort kanker en uw leeftijd.

Bespreek vóór de start van de behandeling wat dit in uw situatie betekent. Bijvoorbeeld of – en hoe lang – u maatregelen moet nemen om een zwangerschap te voorkomen.
Heeft u een kinderwens? Bespreek dan met uw zorgverlener de mogelijkheid van invriezen van sperma of eicellen vóór het starten van de behandeling.

Bijwerkingen en adviezen

Benauwd zijn

Als u benauwd bent, heeft u moeite met ademen. Het voelt alsof u te weinig lucht krijgt. Dit kan u een angstig en gespannen gevoel geven.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • kortademig zijn
  • moeite om adem te halen als u rust, eet of praat
  • snel ademen
  • piepend ademen
  • pijn bij het ademen
  • snelle hartslag
Advies
  • Zoek balans en wissel momenten van inspanning en ontspanning/rust met elkaar af. 
  • Neem de tijd voor dingen die energie kosten. Verdeel activiteiten bijvoorbeeld in kleinere stappen.
  • Vraag familie, vrienden en kennissen om te helpen.
  • Zit of lig in een houding waarbij uw longen ruimte krijgen. Probeer bijvoorbeeld eens wat rechterop te gaan zitten.
  • Doe ademhalingsoefeningen. Een (oncologisch) fysiotherapeut kan u hierbij helpen.
  • Doe ontspanningsoefeningen. Meditatie of luisteren naar muziek kan helpen om een minder benauwd gevoel te hebben.
  • Zorg voor frisse lucht in huis voor luchtventilatie. U kunt bijvoorbeeld een ventilator gebruiken.
  • Rookt u? Stop dan met roken.
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • benauwd bent tijdens of na uw behandeling en deze niet verbetert.
    • pijn heeft bij het ademen.
    • moeite heeft met praten door het benauwd zijn.
    • duizelig of zwak bent.

Kijk in Hulp en ondersteuning op kanker.nl welke zorgverleners bij u in de buurt u kunnen helpen met ademhalingsoefeningen of stoppen met roken.

Laatst gewijzigd op 15 april 2025

Haarproblemen

Door de behandeling kan uw haar veranderen. 

meer haar op het lichaam dan normaal

Door de behandeling kunt u meer haar op uw lichaam krijgen dan normaal. Dit haar kan groeien op uw gezicht, hoofdhuid en/of bovenrug. Meestal gaat dit weer over als de behandeling stopt.

Advies

Bespreek uw klachten met uw zorgverlener tijdens uw volgende afspraak.

Gewijzigd: 29 juli 2026

Huidproblemen

Door de behandeling kan de huid geïrriteerd raken.

droge huid

Door de behandeling kan uw huid droog worden en gaan schilferen. De huid is kwetsbaar. Dat komt doordat uw huid minder nieuwe huidcellen maakt. Ook werkt de bescherming van uw huid minder goed door de behandeling.

 De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • schilfers of barstjes in de huid
  • gevoelig zijn voor zonlicht
  • rode huid
  • jeuk
  • kloven
Advies
  • Probeer de huid zo min mogelijk uit te drogen. Dit doet u door:
    • niet te vaak en niet te lang te douchen of in bad te gaan.
    • lauw water te gebruiken.
    • geen zeep of weinig zeep te gebruiken.
  • Droog de huid na het douchen voorzichtig af. Dep uw huid droog. Wrijf niet.
  • Gebruik een vette crème of lotion zonder parfum. Bijvoorbeeld koelzalf of cetomacrogolcrème. Dit kunt u kopen bij de drogist of apotheek.
  • Gebruik geen producten met alcohol op de huid, zoals parfum en aftershave.
  • Voorkom dat uw huid gaat irriteren op plekken waar het jeukt. Draag losse kleding, Kies kleding van katoen of andere zachte stoffen.
  • Gebruik iets koels tegen de jeuk. Bijvoorbeeld koelkompressen, koelzalf of mentholgel-poeder.
  • Blijf uit de zon, vooral tussen 12 en 15 uur.
  • Smeer zonnebrandcrème met minimaal factor 30. Smeer uw huid hiermee elke 2 uur in. Smeer ook opnieuw na het zwemmen of als u veel heeft gezweet.
  • Scheer met een elektrisch scheerapparaat in plaats van met een mesje.

Bespreek uw klachten met uw zorgverlener tijdens uw volgende afspraak. Heeft u veel last van de klachten? Of merkt u dat ze uw dagelijks leven lastiger maken? Neem dan eerder contact op met uw zorgverlener. 

Gewijzigd: 22 juli 2026

hand-voetsyndroom

Tijdens de behandeling kunt u last krijgen van het hand-voetsyndroom. Dit is een reactie op de behandeling die de huid van de handpalmen en voetzolen aantast. De klachten ontstaan binnen dagen, weken of maanden na de start van de behandeling. Hoeveel last u krijgt van het hand-voetsyndroom kan voor iedereen anders zijn. Meestal verdwijnen de klachten binnen 1 of 2 twee weken nadat de behandeling stopt.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • rode of gevoelige huid
  • zwelling van de handen of voeten
  • minder gevoel of 'doof gevoel' in uw handen en/of voeten
  • pijn of branderig gevoel
  • jeuk
  • droge huid en/of schilfers
  • kloven en/of blaren
Advies
  • Smeer uw handen en voeten 2 tot 3 keer per dag in. Gebruik een vette crème of zalf. Bijvoorbeeld ureumcrème, lanettezalf of vaseline-paraffine zalf.
  • Gebruik geen producten met alcohol op de huid zoals parfum.
  • Probeer de huid zo min mogelijk uit te drogen. Dit doet u door:
    • niet te vaak en niet te lang te douchen of baden.
    • lauw water te gebruiken.
    • uw huid goed af te drogen na het douchen.
  • Draag geen strakke kleren en/of schoenen. Draag geen hoge hakken.
  • Voorkom irritatie aan uw handen en voeten. Trek handschoenen aan als u gaat schoonmaken, tuinieren of zware dingen gaat tillen.
  • Probeer uw handen en voeten niet bloot te stellen aan extreme warmte en kou.
  • Draag handschoenen en pantoffels om uw handen en voeten te beschermen tegen kou.
  • Bescherm de huid tegen de zon. Blijf uit felle zon tussen 12:00 en 15:00 uur. Gebruik zonnebrandcrème met minimaal factor 30.
  • Controleer regelmatig uw handen en voeten op drukplekken of blaren. Een podotherapeut kan u zooltjes geven als u hier last van heeft. Vind er hier een bij u in de buurt.
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • veel pijn heeft
    • blaren of ernstige kloven heeft
    • wondjes heeft die niet genezen

Kijk bij Hulp en Ondersteuning op kanker.nl welke zorgverleners bij u in de buurt u kunnen helpen met het hand-voetsyndroom, zoals een oncologisch voetzorgverlener of een oncologisch handzorgverlener

Laatst gewijzigd: 20 augustus 2025

jeuk

Door de behandeling kunt u last krijgen van jeuk. Dit kan ongemakkelijk en vervelend zijn. Bij jeuk heeft u de drang om te krabben of te wrijven. Jeuk kan voorkomen over het hele lichaam of op een stuk van het lichaam.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • een rode huid of huiduitslag
  • slecht slapen
  • psychische klachten
Advies
  • Probeer niet te krabben of wrijven. Zorg voor afleiding zoals muziek of ontspanningsoefeningen.
  • Probeer de huid zo min mogelijk uit te drogen. Dit doet u door:
    • niet te vaak en niet te lang te douchen of baden.
    • lauw water te gebruiken.
    • geen of weinig zeep te gebruiken.
  • Droog de huid na het douchen voorzichtig af. Dep uw huid droog.
  • Gebruik geen producten met alcohol op de huid, zoals parfum en aftershave.
  • Gebruik een crème of lotion zonder parfum. Gebruik bijvoorbeeld koelzalf, cetomacrogolcrème of vaseline. Dit kunt u kopen bij de drogist of apotheek.
  • Vermijd irritatie van de huid waar het jeukt. Draag loszittende kleding en kleding van katoen of andere zachte stoffen.
  • Bespreek uw klachten met uw zorgverlener tijdens uw volgende afspraak. Heeft u veel last van de klachten en merkt u dat ze uw dagelijks leven moeilijk maken? Neem dan eerder contact op met uw zorgverlener. Deze gaat samen met u bekijken wat er mogelijk is. 

Laatst gewijzigd: 15 juli 2025

puistjes

Door de behandeling kunt u last krijgen van puistjes. Dit zijn kleine rode bultjes met of zonder pus. De puistjes lijken op acné. Ze komen meestal voor in het gezicht, op de hoofdhuid, borst of rug. Deze puistjes mogen niet behandeld worden met anti-acné middelen.
De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • rode bultjes
  • jeuk
  • droge huid
  • korstjes
  • pijn rondom de puistjes
  • branderig gevoel van de huid
  • psychische klachten of stress
Advies
  • Probeer niet aan de puistjes te komen. Zorg voor afleiding zoals muziek of ontspanningsoefeningen.
  • Probeer de huid zo min mogelijk uit te drogen. Dit doet u door:
    • niet te vaak en niet te lang te douchen of baden.
    • lauw water te gebruiken.
    • geen of weinig zeep te gebruiken.
  • Droog de huid na het douchen af door te deppen.
  • Gebruik geen producten met alcohol op de huid zoals parfum en aftershave.
  • Gebruik een crème of lotion zonder parfum. Uw zorgverlener kan u een neutrale crème voorschrijven.
  • Blijf uit felle zon en bescherm de huid tegen de zon.
  • Bespreek uw klachten met uw zorgverlener tijdens uw volgende afspraak. Deze gaat samen met u bekijken wat er mogelijk is. Neem contact op als de puistjes uitgroeien tot grote pijnlijke plekken of u een flinke ontsteking ziet.

Laatst gewijzigd: 15 juli 2025

Maag-darmklachten

Door de behandeling kunt u last krijgen van maag-darmklachten. Dit zijn klachten die te maken hebben met het spijsverteringskanaal. Deze loopt van de mond tot en met de anus. Klachten kunnen zijn: een ander ontlastingspatroon, maag- of buikpijn, opgeblazen gevoel of winderigheid.

misselijk zijn en overgeven

Door de behandeling kunt u misselijk worden en overgeven. Het hangt af van de kankersoort en behandeling hoeveel last u hiervan heeft.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • kokhalzen en overgeven
  • minder zin in eten
  • maagklachten, zoals een vol gevoel of pijn in de maag
  • buikpijn en/of buikkrampen
  • opgezette buik

Misselijk zijn en overgeven zijn vervelende bijwerkingen en kunnen u beperken in uw dagelijks leven. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies
  • Het is belangrijk dat u uw medicijnen altijd inneemt zoals u met uw zorgverlener hebt besproken. Houdt u aan de vaste tijden om uw medicijnen in te nemen, ook als u niet misselijk bent.
  • Door het overgeven verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
  • Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
  • Forceer het eten niet. Eet op momenten wanneer u minder misselijk bent en pauzeer bij hevige misselijkheid.
  • Eet geen vet, gefrituurd, zoet, zuur of scherp gekruid eten.
  • Vermijd sterke geuren tijdens het eten. Als de geur van eten u stoort, vraag anderen om het eten klaar te maken.
  • Als de geur van eten u stoort, probeer dan eten te eten dat koud is of op kamertemperatuur is.
  • Maak het eten zo ontspannen mogelijk. Voor sommige mensen is het fijn om afleiding te hebben van de televisie, muziek of gezelschap. Anderen vinden het juist fijn om in een rustige ruimte te eten.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen of yoga, kan ervoor zorgen dat u minder last heeft van misselijk zijn en overgeven.
  • Doe ontspanningsoefeningen. Massages, luisteren naar muziek en mediteren kunnen helpen tegen misselijk zijn.
  • Wilt u acupunctuur of acupressuur proberen? Bespreek dit dan eerst met uw arts.
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • langer dan 24 uur moet overgeven.
    • niet voldoende kunt drinken (minder dan 1,5 liter per dag) en/of als u last heeft van uitdroging. Dit is bijvoorbeeld te merken aan een droge mond en droge huid. En aan weinig of niet kunnen plassen en donkerbruine plas.

Uw zorgverlener kan samen met u kijken wat er mogelijk is. Dit hangt af van uw klachten. U kunt bijvoorbeeld extra medicijnen krijgen tegen het misselijk zijn.

Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen als u last heeft van misselijk zijn en overgeven. Vind hier een dietist bij u in de buurt die u kan helpen met deze klachten.

Laatst gewijzigd op 15 april 2025

buikpijn

Door de behandeling kunt u pijn in de buik krijgen. Vaak gaat buikpijn vanzelf weer over.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

Heeft u één of meer van deze klachten? Kijk dan bij de informatie over die bijwerking (bijvoorbeeld misselijkheid en overgeven) voor extra adviezen. 

Advies
  • Probeer te ontspannen. Een kruik of warm bad kan helpen.
  • Eet geen vet, gefrituurd, zoet, zuur of scherp gekruid eten.
  • Neem meteen contact met uw zorgverlener als u:
    • plotseling erge buikpijn heeft
    • buikpijn heeft die steeds erger wordt
    • langer dan 24 uur moet overgeven
    • bloed overgeeft
    • er bloed uit uw anus (poepgat) komt, met of zonder poep
    • plakkerige, zwarte poep heeft
    • niet meer kunt plassen, terwijl u wel nodig moet
    • koorts heeft (38,5 graden of meer).

Gewijzigd: 29 juli 2026

diarree

Diarree is waterige dunne ontlasting waarvoor u meer dan 3 keer per dag naar de wc moet. Bij diarree nemen de darmen minder vocht en voedingsstoffen op. Dit komt door irritatie van de darmen, waardoor de darmen minder goed werken. Vaak komt de aandrang plotseling. En is het ophouden van de diarree moeilijk of lukt het zelfs helemaal niet.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • een waterige of dunne ontlasting
  • bloed of slijm bij de ontlasting
  • buikpijn en/of buikkrampen
  • opgeblazen gevoel
  • vaak naar de wc moeten
  • misselijk zijn en overgeven
  • koorts
  • als u een stoma heeft voor de ontlasting, moet u het zakje vaker legen dan normaal.
Advies

Wat moet u doen bij diarree:

  • Neem contact op met uw zorgverlener als u:
    • langer dan 24 uur diarree heeft.
    • bloed of slijm bij de ontlasting heeft.
    • moet overgeven en diarree heeft.
  • Houd bij hoe vaak en hoe veel ontlasting u heeft.
  • Door de diarree verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade. Varieer met zowel zoete als zoute dranken. Genoeg drinken kan in het begin lastig zijn, omdat u niet altijd dorst heeft. Het kan dan helpen om op te schrijven wat u heeft gedronken.

Wat kunt u nog meer doen bij diarree:

  • Voeding is meestal niet de oorzaak van diarree. Een streng dieet is niet nodig. Wel kan het helpen om verschillende dingen te eten. Vasten of minder eten is niet verstandig.
  • Vermijd koffie, alcohol, zure dranken, producten met zoetstoffen of producten met lactose.
  • Eet of drink (tijdelijk) meer zout. Als u diarree heeft, verliest u meer zout dan normaal. Neem regelmatig een kopje soep of bouillon. Overleg met uw zorgverlener als u niet te veel zout mag eten.
  • Eet kleine porties. Kies in plaats van 3 grote maaltijden voor kleinere porties verdeeld over de dag.

Neem nooit medicijnen, supplementen of probiotica (bacteriën die de darmen kunnen helpen) tegen diarree zonder dit met uw zorgverlener te bespreken.

Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt eten bij diarree.

Ook kunt u bij diarree last krijgen van wondjes en pijn rondom de anus. Hieronder vindt u adviezen wat u moet doen als u wondjes en/of pijn rondom uw anus heeft:

  • Maak uw huid schoon met zacht toiletpapier.
  • Was de huid al deppend zonder zeep.
  • Gebruik vette zalf rondom het anale gebied om de jeuk te verzachten.

Laatst gewijzigd: 15 april 2025

minder zin in eten

Uw behandeling kan ervoor zorgen dat u minder zin hebt in eten. Meestal is dit tijdelijk. Als u last heeft van minder zin in eten, kunnen de volgende klachten optreden: 

  • minder eten dan normaal, of helemaal niet eten
  • weinig of geen interesse in eten
  • afvallen
  • andere smaak
  • moe zijn

Het is belangrijk om genoeg energie (calorieën), eiwitten, vocht en voedingsstoffen zoals vitamines en mineralen binnen te krijgen. Hieronder vindt u adviezen over wat u kunt doen als u minder zin heeft in eten. 

Advies
  • Eet wanneer u honger heeft. U hoeft niet te wachten op vaste eetmomenten.
  • Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
  • Kies voor energierijke voeding en volle producten.
  • Probeer ander eten uit dan normaal of maak het eten op een andere manier klaar.
  • Zorg dat u een (energierijk) tussendoortje bij u heeft als u ergens naar toe gaat.
  • Drinken gaat soms makkelijker dan eten. U kunt bijvoorbeeld een smoothie drinken met kwark, fruit en wat havermout.
  • Probeer vlak voor of tijdens een maaltijd niet veel te drinken, daardoor neemt de eetlust af.
  • Als de geur van eten u stoort, probeer dan eten te eten dat koud is of op kamertemperatuur is.
  • Maak de maaltijden zo ontspannen mogelijk. Voor sommige mensen is het fijn om afleiding te hebben van de televisie, muziek of gezelschap. Anderen vinden het juist fijn om in een rustige ruimte te eten.
  • Bespreek uw klachten met uw zorgverlener. Deze gaat samen met u bekijken wat er mogelijk is. 

Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen als u minder eetlust heeft.

Kijk hier welke diëtisten bij u in de buurt u kunnen helpen met uw klachten. 

Laatst gewijzigd op 06-01-2025

Moe zijn

Tijdens de behandeling van kanker, kunt u zich erg moe voelen. Dit kan ook nog na de behandeling voorkomen. Moe zijn wordt veroorzaakt door de kanker zelf en/of door de bijwerkingen van de behandeling. Doordat u moe bent, lukt het niet meer om dagelijkse activiteiten, zoals bewegen, werk of hobby’s goed te kunnen doen. De klachten worden ook niet minder door rust en/of slaap. Na een activiteit heeft u meer of langer rust nodig. Het lukt niet goed meer om de dingen te doen die u graag wilt of moet doen.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • Weinig/geen energie hebben
  • Nergens zin in hebben
  • Prikkelbaar zijn
  • Meer willen slapen en/of meer moeite hebben met slapen
  • Last van stemmingswisselingen
  • Als u beweegt, bent u snel moe
  • Geheugen- en concentratieproblemen
  • Minder belangstelling hebben voor de omgeving

Deze klachten kunnen ook na de behandeling nog lang blijven duren. Soms een paar maanden, soms zelfs jaren. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies
  • Meld uw klachten aan uw zorgverlener. Deze kan uw klachten met u bespreken en samen met u bekijken wat er mogelijk is. Bij sommige klachten kan de arts u doorverwijzen voor een behandeling met cognitieve gedragstherapie (CGT). Bij deze vorm van therapie leert u hoe u beter met de klachten kan omgaan.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals wandelen of yoga, zorgt ervoor dat u zich minder moe voelt. Een (oncologisch) fysiotherapeut kan u hierbij helpen.
  • Eet gezond en veel eiwitten. Een diëtist kan u hierbij helpen.
  • Stel grenzen. Bepaal zelf waaraan u uw energie wil besteden.
  • Zoek balans en wissel momenten van inspanning en ontspanning/rust met elkaar af. Plan niet te veel activiteiten op één dag. En wissel dingen die u moet doen af met dingen waar u energie van krijgt. Zorg ook voor een goede verdeling van mentale, sociale en lichamelijke activiteiten over de dag en de week.
  • Probeer op vaste tijden naar bed te gaan en op te staan. Ook zijn er andere adviezen die ervoor kunnen zorgen dat u beter kunt slapen. Bijvoorbeeld door vlak voor het slapen niet meer naar fel licht van een tv of mobiel te kijken. Meer adviezen kunt u hier vinden. 
  • De app “Untire Now” is een app die u helpt tegen moe zijn bij kanker. In deze app krijgt u handige tips en adviezen die u kunnen helpen bij het omgaan met moe zijn.
  • Vraag familie, vrienden en kennissen om te helpen met dingen die u te vermoeiend vindt om te doen.

Kijk hier welke zorgverleners bij u in de buurt u kunnen helpen met moe zijn.

Voor het laatst gewijzigd: 7 juli 2025

Reacties op het infuus

Krijgt u een infuus met medicijnen, dan kunt u daar allergische reacties op krijgen. Deze heten infuusreacties. Vaak krijgt u deze bij de eerste kuren, maar ze kunnen ook bij latere kuren optreden.

De meeste reacties treden meestal binnen 2 uur na toediening van het infuus op.  U heeft kans op:

  • piepende ademhaling
  • benauwdheid
  • opzwelling van het gezicht
  • blozen
  • verhoogde of verlaagde bloeddruk
  • koorts
  • huiduitslag
  • maagdarmklachten
Advies

U kunt zelf niets doen. In het ziekenhuis krijgt u vaak medicijnen om de reacties zoveel mogelijk te beperken (zoals paracetamol of een middel tegen misselijkheid).

Verandering aan de nagels

Door de behandeling kunnen uw nagels van uw handen en voeten veranderen. De klachten beginnen meestal een paar weken nadat u met uw behandeling bent gestart.

 De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • nagels groeien minder snel
  • witte of donkere lijnen op de nagels
  • nagels veranderen van kleur
  • minder sterk worden van de nagels, bijvoorbeeld nagels die afbreken, loslaten of zachter worden.
  • ribbels, putjes en of vlekken op de nagels
  • pijnlijke nagelbedden en/of nagelriemen
  • infectie van de nagels

Meestal verdwijnen de klachten binnen enkele weken tot maanden nadat de behandeling stopt

Advies
  • Knip de nagels kort en recht af.
  • Houd de nagels schoon.
  • Gebruik een crème om je handen en voeten mee in te smeren.
  • Vijl de nagels één richting op. De kans op scheurtjes is dan kleiner.
  • Draag handschoenen wanneer u in huis of in de tuin werkt.
  • Draag ruime sokken en schoenen.
  • Wilt u nagellak gebruiken? Gebruik dan bij voorkeur nagellak op waterbasis. Gebruik nagellak remover zonder aceton. Als de nagels gespleten, pijnlijk of beschadigd zijn, gebruik dan geen nagellak.
  • Wilt u kunstnagels, gelnagels of acrylnagels tijdens de behandeling? Bespreek met uw zorgverlener of dit mag.
  • Meld uw klachten aan uw zorgverlener. Deze kan samen met u bekijken wat er mogelijk is.
  • Kijk hier voor een oncologisch voetzorgverlener bij u in de buurt voor problemen met teennagels.
  • Kijk hier voor een oncologisch handzorgverlener bij u in de buurt voor problemen met vingernagels.

Gewijzigd: 30 juli 2026

Pijnlijke mond

Door de behandeling tegen kanker kan het slijmvlies in de mond ontstoken en beschadigd raken. Dit wordt ook wel orale mucositis genoemd. Deze klachten verdwijnen weer na het stoppen met de behandeling. Hoe snel dat is hangt af van de behandeling die u heeft gehad.

De volgende klachten kunnen optreden:  

  • zweren/blaren in de mond
  • rood mondslijmvlies
  • zwelling van het tandvlees of mondslijmvlies
  • snel bloedend tandvlees
  • brandend gevoel in mond of keel
  • pijn in de mond 
  • problemen met slikken
  • problemen met eten
  • andere smaak
  • droge mond
Advies
  • Het is belangrijk om een goed verzorgd en gezond gebit te hebben voor de behandeling. Maak daarom bij voorkeur vóór de start van de behandeling een controleafspraak bij uw tandarts. Ga daarna ook regelmatig naar de tandarts. Moet u tijdens de behandeling naar de tandarts? Vertel dan altijd dat u behandeld wordt en noem de soort behandeling die u krijgt.
  • Spoel uw mond met kraanwater of zout water. Los voor zout water 1-2 theelepels zout op in 1 liter water. U mag meerdere keren per dag uw mond spoelen.
  • Zorg voor een goede mondhygiëne. Poets uw tanden 2-3x per dag. Gebruik hiervoor een zachte (elektrische) tandenborstel en tandpasta met fluoride. Is uw mondslijmvlies gevoelig? Gebruik dan een tandpasta met fluoride, maar zonder menthol of SLS. Menthol en SLS kunnen het mondslijmvlies irriteren en gevoeliger maken.
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee of bouillon.
  • Vermijd scherp gekruide producten, zure producten, erg zoute producten, dranken met prik, vruchtensappen, alcohol en sportdrank. 
  • Kies voor zacht en/of vloeibaar eten.
  • Neem bij de volgende klachten contact op met uw zorgverlener:
    • koorts (38,5 graden of meer)
    • bloedende zweren of blaren in de mond of keel
    • de pijn te erg wordt of u niet meer goed kunt eten, drinken en slikken

Neem bij twijfel altijd contact op met uw zorgverlener. Uw zorgverlener kan samen met u kijken wat er mogelijk is. U kunt bijvoorbeeld medicijnen tegen de pijn krijgen. 

Adviezen voor mensen met een kunstgebit:

  • Draag het kunstgebit niet in de nacht.  
  • Borstel het kunstgebit schoon met neutrale zeep. 
  • Als u last heeft van mucositis, draag het kunstgebit dan zo weinig mogelijk om de slijmvliezen genoeg rust te geven.  

 Kijk op kanker.nl welke zorgverleners bij u in de buurt u kunnen helpen met een pijnlijke mond.  

Laatst gewijzigd op 13 juli 2026