bijwerkingen bij kanker

Patiënteninformatie over bijwerkingen van oncologische middelen met bijbehorende adviezen

Geselecteerde behandeling: hormonale therapie

Inleiding

U bent doorverwezen voor een behandeling met chemo-, immuno- of hormonale therapie. Tijdens het gesprek met de consulterend oncologie verpleegkundige, verpleegkundig specialist of longverpleegkundige hebben wij u geïnformeerd over de zaken die gaan komen.

Deze informatie is specifiek toegespitst op de behandeling die u gaat krijgen. U wordt onder andere geïnformeerd over;

  • de bereikbaarheid van de consulterend oncologie verpleegkundigen, longverpleegkundigen en de afdeling in het geval van klachten en vragen;
  • de medicijnen die u gaat krijgen
  • de bijwerkingen die u kunt (!) verwachten;
  • adviezen om met de bijwerkingen om te gaan;
  • redenen om contact op te nemen met het ziekenhuis.

Deze informatie is niet alleen voor uzelf van belang, maar ook voor bijvoorbeeld uw huisarts of andere hulpverleners waarmee u in contact komt.

Algemene informatie

Hormonale therapie bij borstkanker

Operatie, bestraling en chemotherapie zijn de meest bekende behandelmethoden bij kanker. Bij bepaalde soorten kanker wordt soms hormonale therapie gegeven. Behandeling met hormoonblokkerende medicijnen kan onder andere toegepast worden bij borstkanker, prostaatkanker, baarmoederkanker en carcinoïd, een bijzondere vorm van kanker in de buik of borst. Deze tumoren groeien onder invloed van hormonen.

Wat zijn hormonen?

Verschillende klieren en weefsels (zoals: schildklier, zaadballen, eierstokken, bijnieren en vetweefsel) maken hormonen aan. Via het bloed worden de hormonen naar bepaalde organen en weefsels in het lichaam vervoerd. De verschillende hormonen hebben ieder hun eigen uitwerking op één of meer organen en weefsels. Sommige hormonen zorgen ervoor dat bepaalde organen of weefsels groeien. Anderen zijn nodig om bepaalde organen goed te laten werken. Terwijl weer andere hormonen onmisbaar zijn voor een goede werking van bijvoorbeeld de stofwisseling of de menstruatiecyclus.

De geslachtshormonen zijn een belangrijke groep hormonen die door het lichaam worden aangemaakt.

De werking van hormonen bij borstkanker

De cellen in de borsten hebben geslachtshormonen (oestrogenen en progesteron) nodig voor de ontwikkeling en het functioneren van de borsten. De geslachtshormonen kunnen er voor zorgen dat kankercellen (die in de borsten aanwezig zijn) kunnen groeien en zich verder ontwikkelen. Zolang geslachtshormonen aanwezig zijn, kan een tumor die gevoelig is voor hormonen in de borst blijven groeien. Zonder deze hormonen kan de groei van de tumor stoppen, kan de tumor kleiner worden of kan de tumor zelfs (tijdelijk) verdwijnen. Je wilt de kans zo klein mogelijk maken dat nog eventueel aanwezige tumorcellen in de toekomst gaan uitgroeien tot een gezwel.

Hormonale therapie bij borstkanker richt zich op het afremmen of blokkeren van geslachtshormonen waardoor de ziekte kan worden bestreden.

Hormoongevoeligheid

De keuze voor een behandeling met hormonale therapie hangt onder meer af van de aanwezigheid van zogeheten 'hormoonreceptoren'. De hormoonreceptoren bevinden zich in de kankercellen en vangen hormonen op. Als de receptoren een binding aangaan met vrouwelijke geslachtshormonen, worden in de cel verschillende signalen afgegeven, bijvoorbeeld een signaal tot celdeling.

In het borstweefsel kunnen verschillende hormoonreceptoren worden aangetoond, zoals de 'oestrogeenreceptor (ER)' en de 'progesteronreceptor (PR)'. Als de borstkankercellen receptoren hebben voor oestrogenen en/of progestagenen, spreekt men van 'receptor positieve borstkanker'. Bij afwezigheid van deze receptoren spreekt men van 'receptor negatieve borstkanker'.

De aanwezigheid van hormoonreceptoren in borstkankercellen voorspelt de kans dat iemand gunstig op de hormonale therapie reageert.

Wanneer hormonale therapie bij borstkanker?

Hormonale therapie kan worden toegepast als een aanvullende behandeling. Vaak worden verschillende behandelingen in combinatie met elkaar gegeven in de hoop alle aanwezige kankercellen te doden, zodat later geen uitzaaiingen ontstaan. Bijvoorbeeld hormonale therapie aanvullend op een operatie, bestraling en/of chemotherapie.

Daarnaast kan een behandeling met hormonen overwogen worden bij patiënten met uitgezaaide borstkanker. Hierbij wordt met hormonale therapie geprobeerd de tumor te verkleinen of te laten verdwijnen om zodoende de levensduur te vergroten en eventuele klachten te verminderen.

In een enkel geval wordt besloten tot behandeling met alleen hormonale therapie zonder operatie, chemotherapie of bestraling. Dit is afhankelijk van een aantal factoren, zoals de leeftijd en de gezondheidstoestand van de patiënt.

Soorten hormonale therapie

Er zijn verschillende manieren waarop hormonale therapie bij borstkanker kan worden toegepast.

  1. Een anti-oestrogeen (bijv. Tamoxifen en Faslodex). Is de tumor hormoongevoelig, dan heeft deze oestrogeen receptoren. Deze receptoren proberen een verbinding aan te gaan met oestrogenen. Deze binding kan geblokkeerd worden door Tamoxifen, wat tot gevolg heeft dat de kankercellen in het borstweefsel of elders in het lichaam als het ware niet meer gestimuleerd worden en dus ook niet kunnen groeien of zich vermeerderen.
  2. Een aromataseremmer (bijv. Anastrozole, Letrozole en Exemestane). In het lichaam zorgt het enzym aromatase ervoor dat er oestrogenen worden gemaakt. Met behulp van een aromataseremmer wordt geprobeerd de actieve werking van dit enzym te remmen of stil te leggen. Daarmee wordt voorkomen dat er onder invloed van dit enzym nog oestrogenen worden geproduceerd.
  3. Een LHRH-analoog (bijv. Gosereline, Busereline, en Leuproreline). Het lichaamseigen luteotroop hormoon (LH) en het follikel stimulerend hormoon (FSH) stimuleren de productie van oestrogenen in de eierstokken, hetgeen bij een hormoongevoelige borstkanker moet worden tegengegaan. Een LHRH-analoog onderdrukt de door de hypofyse aangemaakte LH en FSH. Daardoor kan er nauwelijks nog oestrogeen geproduceerd worden door de eierstokken.
  4. Een progestativum (bijv. Megestrol acetaat en Medoxyprogesteron acetaat). Progestativa zijn stoffen die op het zwangerschapshormoon (Progesteron) lijken. Bij toediening van hoge doses hiervan kan remming van tumorgroei optreden. Dit effect komt voor een deel tot stand via de receptor van Progesteron, maar ook andere werkingsmechanismen spelen een rol.
  5. Een ovariëctomie. De oestrogeenproductie in de eierstokken wordt gestopt wanneer door een ovariëctomie beide eierstokken worden weggehaald.

Niet iedere hormoonbehandeling is voor elke vrouw geschikt en hangt af van een aantal factoren:

  • Hormoongevoeligheid van de tumor (zie alinea ‘hormoongevoeligheid')
  • Leeftijd en conditie van de patiënt
  • Voor of na de overgang (pre- of postmenopauzaal)
  • Groeisnelheid van de tumor
  • Aanwezigheid van uitzaaiingen

Vruchtbaarheid en zwangerschap

Als de hormonale therapie niet leidt tot een blijvende uitval van de eierstokfunctie, kan de vruchtbaarheid behouden blijven en een zwangerschap mogelijk zijn.

De kans op onvruchtbaarheid ten gevolge van hormonale therapie is afhankelijk van meerdere factoren, zoals leeftijd, soort behandeling en eventuele voorgaande behandelingen (u kunt uw behandelend arts benaderen wanneer u hier vragen over heeft). Jonge vrouwen kunnen tijdens de hormonale therapie tijdelijk onvruchtbaar zijn, maar wanneer deze therapie is afgerond, kan de menstruatiecyclus zich weer volledig herstellen. Vrouwen die wat leeftijd betreft dicht bij de "normale" overgangsleeftijd zitten, 45-55 jaar, hebben meer kans dat door de hormonale therapie de overgang eerder inzet, waardoor de eierstokfunctie verloren gaat.

Bij de meeste hormonale therapieën wordt de functie van de eierstokken niet in één keer stop gezet. Een zwangerschap gedurende de hormonale therapie wordt afgeraden vanwege de mogelijke effecten van de medicijnen op de vrucht. Een goede anticonceptie (niet de pil) gedurende hormonale therapie wordt daarom aangeraden. Samen met uw behandelend arts kunt u nagaan welk anticonceptiemiddel u het best kunt gebruiken.

De overgang

Vóór de overgang (premenopauzaal) produceren de eierstokken vrouwelijke geslachtshormonen. Na de overgang (postmenopauzaal) produceren de eierstokken geen hormonen meer. Het wegnemen of stilleggen van de productie van de geslachtshormonen in de eierstokken in de postmenopauzale fase heeft dan niet veel zin meer.

Toch worden er nog vrouwelijke hormonen elders in het lichaam geproduceerd, namelijk in het vetweefsel en in de bijnieren. Om de hormoonproductie in deze delen van het lichaam tegen te gaan zijn medicijnen nodig die zich specifiek richten op die delen van het lichaam. De voorgeschreven hormonale therapie kan dus anders zijn voor premenopauzale en postmenopauzale vrouwen.

Tamoxifen

Samen met uw arts heeft u besloten dat u wordt behandeld met Tamoxifen. Tamoxifen remt de werking van oestrogeen (vrouwelijk geslachtshormoon). Het blokkeert de hormoonreceptoren ('de ontvangers') van oestrogeen in de kankercel. Hierdoor worden de borstkankercellen niet gestimuleerd en kunnen dus niet groeien of vermeerderen.

Naast de kankercellen in de borst bereikt de Tamoxifen ook eventuele kankercellen die in het bloed en/of de lymfbanen terecht zijn gekomen (om zich elders in het lichaam te nestelen).

Belangrijk

  • Neem de tabletten, volgens voorschrift, op een vast tijdstip in.
  • Wanneer u bloedverdunners gebruikt, kunnen deze als gevolg van de hormonale therapie anders werken. Geef aan de medewerkers van de trombosedienst door, dat u hormonale therapie krijgt.

Verpleegkundig spreekuur

Bij problemen of vragen kunt u van maandag t/m vrijdag tussen 8.00 en 16.00 uur contact opnemen met de consulterend oncologie verpleegkundigen. Spreek s.v.p. de voicemail in, u wordt zo spoedig mogelijk teruggebeld. 

Het telefoonnummer is: 0475 - 382839.

Behandelschema

Middelen
  • Tamoxifen

Voetnoot behandelplan

  • Droge vagina
  • Duizeligheid
  • Dunner wordend haar
  • Gewichtstoename
  • Hoofdpijn
  • Huiduitslag
  • Oogproblemen
  • Spier- en gewrichtspijn
  • Stemmingswisselingen (depressieve gevoelens)
  • Trombose
  • Vaginaal bloedverlies en/of afscheiding
  • Vaginale schimmelinfectie

Het is niet te voorspellen of bij u bijwerkingen op zullen treden. Het al dan niet optreden van de bijwerkingen en de mate waarin deze optreden, zegt niets over het effect van de behandeling op uw ziekte. Wanneer de klachten niet acceptabel zijn voor u neem dan contact op met uw arts . Hieronder volgt een overzicht van de meest voorkomende bijwerkingen.

Droge vagina

Door de hormonale therapie verandert het slijmvlies van de vagina en kan daardoor droger worden.

Advies

Een droge vagina kan hinderlijk zijn bij het vrijen. Hiervoor kunt u bij apotheek of drogist terecht voor een glijmiddel om deze klachten tegen te gaan. (Bijv. Replens®; vaginale gel)

Belangrijk

Wees alert bij jeuk en/of verandering, in geur en kleur, van de vaginale afscheiding. Dit kan namelijk ook wijzen op een schimmelinfectie. Neem contact op met uw behandelend arts.

Duizeligheid

Advies

Sta rustig op, kies een oriëntatiepunt en beweeg niet te abrupt.

Belangrijk

Het wordt afgeraden om auto te rijden en/of machines te bedienen gedurende de periode dat u hinder heeft van duizeligheid.

Dunner wordend haar

Advies

Verzorg uw haar voorzichtig: was het haar met lauw water, gebruik een milde shampoo en crèmespoeling. Droog het haar voorzichtig.

Gewichtstoename

Gewichtstoename kan niet aan de medicatie worden geweten, behalve een geringe toename door vocht vasthouden. De soms aanzienlijke gewichtstoename lijkt meer te komen door het weinig bewegen door ziekte en vermoeidheid, het meer eten door stress en de aansporingen om vooral goed en lekker te eten en het vaker eten om de misselijkheid weg te eten.

Advies

  • Lichaamsbeweging is belangrijk. U wordt geadviseerd om bijvoorbeeld te wandelen, fietsen, dansen en / of te zwemmen. Probeer in het dagelijks leven meer te bewegen door vaker de trap en de fiets te nemen.
  • Probeer gewichtstoename te voorkomen of te beperken door zoete en hartige tussendoortjes te laten staan, vaker te kiezen voor magere of halfvolle producten, geen suiker toe te voegen, light frisdrank te gebruiken en door geen maaltijden over te slaan.
  • Vraag een verwijzing naar een diëtist voor een persoonlijk advies.

Hoofdpijn

Advies

  • Leg een koud, nat washandje op uw hoofd.
  • Zorg voor ontspanning.
  • Afleiding zoeken.
  • Zorg voor een rustige omgeving.
  • Gebruik eventueel pijnstillers.

Huiduitslag

Huiduitslag kunnen rode bultjes, maar ook verheven rode plekken zijn. Soms is er niets te zien op de huid, maar de huid irriteert wel.

Advies

  • U houdt uw huid in een goede conditie door deze regelmatig in te smeren met een lotion of crème op waterbasis. Bij een droge huid kunt u uw huid 2 maal daags in smeren.
  • Wanneer u last heeft van jeuk, kunt u de huid koelen en de jeuk bestrijden door uw huid in te smeren of te wrijven met mentholtalkpoeder of mentholcrème.

Oogproblemen

U kunt problemen krijgen met uw ogen, bijvoorbeeld: staar en problemen aan het hoornvlies. Wanneer u merkt dat u last heeft van uw ogen, bijvoorbeeld brandende ogen en/of achteruitgang van het zicht is het van belang dat u contact opneemt met uw behandelend arts.

Spier- en gewrichtspijn

Gewrichtsklachten kunnen optreden ten gevolge van verminderde aanmaak van gewrichtsvloeistof.

Advies

  • warme douche
  • beweging

Stemmingswisselingen (depressieve gevoelens)

Door de verandering in de hormoonhuishouding bent u gevoeliger voor stemmingswisselingen.

Advies

  • Geef uw gevoel de ruimte. Probeer uw gevoelens bespreekbaar te maken met uw naasten.
  • Zorg voor voldoende lichaamsbeweging. Door te bewegen kunt u zich energieker voelen.

Belangrijk

U kunt de stemmingswisselingen met uw behandelend arts of verpleegkundige bespreken. Eventueel kan uw arts (in overleg met u) de hulp van een psycholoog inschakelen.

Trombose

Trombose is een bloedstolsel (bloedprop) in een bloedvat. Door groei van het stolsel kan het bloedvat verstoppen, waardoor het bloed niet goed door het bloedvat kan stromen. Wanneer de bloedtoevoer is belemmerd kunnen de volgende verschijnselen optreden:

  • Het been of de arm is rood en dik, voelt warm aan en is pijnlijk/gevoelig.

Belangrijk

Neem bij bovenstaande verschijnselen direct contact op met uw behandelend arts. 

Vaginaal bloedverlies en/of afscheiding

Advies

  • Raadpleeg uw arts bij vaginaal bloedverlies.
  • Zorg voor een goede persoonlijke hygiëne.

Vaginale schimmelinfectie

Ten gevolge van de hormonale therapie verandert het slijmvlies van de vagina en wordt daardoor droger. Hierdoor kan gemakkelijker een schimmelinfectie ontstaan.

Preventief advies

De vagina niet wassen met zeep; geen knellende lingerie dragen.

Bij klachten van jeuk, verandering in geur en kleur van vaginale afscheiding, moet u contact opnemen met uw behandelend arts. Zonodig kan uw behandelend arts hiervoor een vaginale crème voorschrijven (bijv. Daktarin®).

Extra info veilig omgaan met excreta

Wanneer u met een chemokuur of een ander middel wordt behandeld, dan zullen de chemische stoffen uit de medicijnen via excreta uit uw lichaam verdwijnen. Excreta is een medische term voor alles wat het lichaam uitscheidt: urine, ontlasting, wondvocht, bloed, traanvocht, transpiratie, sperma, braaksel en speeksel. Dit wordt ook wel uitscheidingsproducten genoemd.

Direct (huid)contact van met name middelen uit een chemokuur in uitscheidingsproducten kan schadelijk zijn voor uw gezondheid. En voor de gezondheid van uw naasten. De chemische stoffen blijven een aantal dagen na de kuur schadelijk. Het verschilt per middel hoe lang dit is. Het kan variëren van 1 dag tot 7 dagen.

De risico's zijn voor u en uw omgeving klein, omdat u thuis slechts gedurende korte tijd in aanraking komt met cytostatica. Toch is het goed om een aantal maatregelen te nemen. Zo kunt u de risico's tot een minimum beperken.

Lees hier meer over adviezen voor patiënten die behandeld worden met chemotherapie

Beschermende maatregelen ten aanzien van excreta

  • Tamoxifen: geen risico

Middelen met hun bijwerkingen

Tamoxifen (hormonale therapie)

Bijwerkingen en adviezen

Moe zijn

Tijdens de behandeling van kanker, kunt u zich erg moe voelen. Dit kan ook nog na de behandeling voorkomen. Moe zijn wordt veroorzaakt door de kanker zelf en/of door de bijwerkingen van de behandeling. Doordat u moe bent, lukt het niet meer om dagelijkse activiteiten, zoals bewegen, werk of hobby’s goed te kunnen doen. De klachten worden ook niet minder door rust en/of slaap. Na een activiteit heeft u meer of langer rust nodig. Het lukt niet goed meer om de dingen te doen die u graag wilt of moet doen.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • Weinig/geen energie hebben
  • Nergens zin in hebben
  • Prikkelbaar zijn
  • Meer willen slapen en/of meer moeite hebben met slapen
  • Last van stemmingswisselingen
  • Als u beweegt, bent u snel moe
  • Geheugen- en concentratieproblemen
  • Minder belangstelling hebben voor de omgeving

Deze klachten kunnen ook na de behandeling nog lang blijven duren. Soms een paar maanden, soms zelfs jaren. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies
  • Meld uw klachten aan uw behandelaar. Uw behandelaar kan uw klachten met u bespreken en samen met u bekijken wat er mogelijk is. Bij sommige klachten kan de arts u doorverwijzen voor een behandeling met cognitieve gedragstherapie (CGT). Bij deze vorm van therapie leert u hoe u beter met de klachten kan omgaan.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals wandelen of yoga, zorgt ervoor dat u zich minder moe voelt. Een (oncologisch) fysiotherapeut kan u hierbij helpen.
  • Eet gezond en veel eiwitten. Een diëtist kan u hierbij helpen.
  • Stel grenzen. Bepaal zelf waaraan u uw energie wil besteden.
  • Zoek balans en wissel momenten van inspanning en ontspanning/rust met elkaar af. Plan niet te veel activiteiten op één dag. En wissel dingen die u moet doen af met dingen waar u energie van krijgt. Zorg ook voor een goede verdeling van mentale, sociale en lichamelijke activiteiten over de dag en de week.
  • Probeer op vaste tijden naar bed te gaan en op te staan. Ook zijn er andere adviezen die ervoor kunnen zorgen dat u beter kunt slapen. Bijvoorbeeld door vlak voor het slapen niet meer naar fel licht van een tv of mobiel te kijken. Meer adviezen kunt u hier vinden. 
  • Vraag familie, vrienden en kennissen om te helpen met dingen die u te vermoeiend vindt om te doen.

Kijk in de Verwijsgids Kanker welke zorgverleners bij u in de buurt u kunnen helpen met moe zijn.

Voor het laatst gewijzigd: 6 december 2023

Vaginale klachten

Door de behandeling met hormoontherapie worden de slijmvliezen door de afname van het hormoon oestrogeen droger en dunner. Behalve de slijmvliezen van ogen, neus en mond zijn het vooral de slijmvliezen van de vagina die klachten kunnen geven. Zo wordt de vagina gevoeliger voor irritaties. Klachten waar u last van kunt hebben zijn:

  • droogheid
  • afscheiding
  • jeuk
  • bloedverlies
  • pijn bij het vrijen, doordat de vagina droog is

Een droge vagina kan vervelend zijn bij het vrijen. Neem voldoende tijd bij het voorspel. Het is nu extra belangrijk om aan te geven wat u prettig en onprettig vindt of wat zelfs pijnlijk is.

Advies
  • Gebruik zo nodig een glijmiddel. Een glijmiddel kunt u zonder recept bij de drogist of apotheek kopen. Let er wel op dat deze glijmiddelen geen hormonen bevatten! Voorbeelden zijn Replens, Sensilube of KY-gel. Breng het glijmiddel aan rondom de vaginale opening en op de penis. De meeste glijmiddelen zijn vrij lang werkzaam. Desgewenst kunt u de glijmiddelen enige tijd voorhet vrijen al aanbrengen.
  • Gebruik geen zeep bij het wassen van de vagina en draag luchtig katoenen ondergoed.
  • Bespreek uw lichamelijke veranderingen met uw partner.
  • Neem contact op met uw arts bij vaginaal bloedverlies. Let op bij jeuk en/of verandering, in geur en kleur, van de vaginale afscheiding. Dit kan namelijk ook wijzen op een schimmelinfectie. Neem dan contact op met uw arts.

Veel zweten

Door de behandeling kunt u veel gaan zweten. Een ander woord hiervoor is transpireren. Door te zweten raakt het lichaam via miljoenen zweetkliertjes vocht kwijt. Dit vocht komt op de huid terecht en daar verdampt het. Op deze manier zorgt het lichaam bij warmte of grote inspanning voor een ideale lichaamstemperatuur. De volgende klachten kunnen optreden:

  • u kunt teveel vocht verliezen
  • nare luchtjes
  • irritatie van de huid
Advies
  • zorg dat u voldoende vocht aanvult, drink 1½ tot 2 liter per /dag; dit zijn 16 kopjes of 14 bekers per dag
  • besteed extra aandacht aan lichaamsverzorging, vooral de liezen en onder de borsten
  • was uw hele lichaam minimaal een keer per dag met pH-neutrale zeep en gebruik lauwwarm water; dit voorkomt irritatie van de huid
  • draag kleding en gebruik beddengoed van natuurlijke stoffen (bijvoorbeeld katoen en linnen) en verschoon deze regelmatig.

Opvliegers

Door de behandeling kunt u last krijgen van opvliegers. Opvliegers zijn korte, plotselinge warmteaanvallen. Ook kunt u gaan zweten en wordt u rood in het gezicht (blozen), nek en hals.

Tijdens de opvlieger stijgt de temperatuur van de huid. Meestal duurt een opvlieger een paar minuten.

Advies
  • sommige mensen krijgen minder opvliegers als ze stress, cafeïne, alcohol en gekruid eten vermijden
  • draag meerdere lagen kleding, zodat u wat uit kunt doen tijdens een opvlieger
  • iets kouds drinken aan het begin van een opvlieger kan verlichting geven

Verandering in de menstruatie

Door de behandeling kan er een verandering optreden in de menstruatie, bijvoorbeeld:

  • de menstruatie komt onregelmatig
  • de menstruatie duurt langer dan normaal
  • de menstruatie duurt korter dan normaal
  • u verliest minder bloed
  • de menstruatie blijft weg
  • u verliest juist meer bloed dan normaal
  • als u veel bloed verliest, kan dit bloedarmoede geven

 Klachten bij bloedarmoede kunnen zijn: 

  • bleek zien
  • vermoeid zijn
  • kortademigheid
  • gevoel van spierzwakte bij inspanning
Advies
  • Heeft u last van overmatig bloedverlies, overleg dat met uw behandelend arts. Die kan medicijnen voorschrijven om de bloedingen te verminderen.