bijwerkingen bij kanker

Patiënteninformatie over bijwerkingen van oncologische middelen met bijbehorende adviezen

Geselecteerde behandeling: hormonale therapie

Algemene informatie

Deze behandeling is in de vorm van tabletten en een onderhuidse injectie. De tabletten kunt u gewoon thuis innemen. De injecties worden gezet door uw huisarts.

U kunt hier meer informatie vinden over onze afdeling Medische Oncologie.

Het is mogelijk dat u thuis klachten krijgt van de behandeling. Doet zich iets ongewoons voor dat u niet vertrouwt, aarzel dan niet om contact op te nemen. Klik voor wanneer en hoe contact opnemenhier
 
Wij verzoeken u om vragen over recepten, poliafspraken, verzetten van afspraken of vragen die niet direct beantwoord hoeven te worden te stellen via mijnRadboud.

Behandelschema

Goserline-injectie:
U krijgt de injectie bij de huisarts. De huisarts zet de injectie onderhuids in de buik. De injectie krijgt u 1x per 3 maanden. 

Bicalutamide: 
U neemt een tablet Bicaluatmide 1x per dag in op een vast tijdstip, bij voorkeur in de ochtend. De tabletten moeten in het geheel worden ingenomen met een half glas water. 

Hoelang zijn beschermende maatregelen nodig?

  • Bicalutamide: geen risico

Gevolgen voor vruchtbaarheid en ongeboren kind

Deze informatie is relevant voor vrouwen én mannen in de vruchtbare leeftijd.
Vrouwen mogen tijdens de behandeling en ook in een bepaalde periode daarna meestal niet zwanger worden. Er kunnen risico’s zijn voor het ongeboren kind. Bij mannen is minder goed bekend of een behandeling, zoals chemotherapie, tijdelijk invloed kan hebben op de kwaliteit van het zaad en of dit risico’s met zich meebrengt voor het ongeboren kind.

Ook kan de behandeling van kanker ervoor zorgen dat u (later) minder vruchtbaar bent of eerder in de overgang komt. Dit hangt af van het soort medicijnen, de combinatie van medicijnen, de dosering, het soort kanker en uw leeftijd.

Bespreek vóór de start van de behandeling wat dit in uw situatie betekent. Bijvoorbeeld of – en hoe lang – u maatregelen moet nemen om een zwangerschap te voorkomen.
Heeft u een kinderwens? Bespreek dan met uw zorgverlener de mogelijkheid van invriezen van sperma of eicellen vóór het starten van de behandeling.

Bijwerkingen en adviezen

Blaasproblemen

Door de behandeling kunnen blaasproblemen ontstaan door beschadiging of irritatie van de blaaswand.

bloed in uw plas

Door de behandeling kan het slijmvlies van de blaas geïrriteerd raken. Dit kan zorgen voor wondjes in de blaas die gaan bloeden. Hierdoor kan er bloed in uw plas terechtkomen.

Een klein beetje bloed (spoortje) in de plas komt soms voor. Dit kan er al voor zorgen dat uw plas roze van kleur wordt. Vaak gaat het vanzelf weer weg. Hier hoeft u niet voor te bellen.

Advies
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • veel bloed plast; meer dan een half kopje.
    • pijn heeft bij het plassen.
    • koorts heeft (38,5 graden of meer).
    • last heeft van koude rillingen (klappertanden en rillen).

Laatst gewijzigd: 7 mei 2025

Duizelig zijn

Door de behandeling kunt u zich duizelig voelen. Bijvoorbeeld als u snel op staat van een stoel. Meestal voelt u zich een paar seconden duizelig.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • onstabiel of wankel lopen
  • licht gevoel in het hoofd
  • wazig zien of sterretjes zien
  • draaierig voelen
  • misselijk zijn
Advies
  • Neem contact op met uw zorgverlener als u:
    • zich duizelig blijft voelen en dit niet verdwijnt.
    • flauwvalt.
    • hartkloppingen of een onregelmatige hartslag heeft.
    • problemen met praten, slikken of lopen heeft.
    • minder kracht in uw armen of benen heeft.
  • Sta langzaam op. Neem de tijd om van houding te veranderen. Bijvoorbeeld als u opstaat of uit bed komt.
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.

Laatst gewijzigd: 6 mei 2025

Huidproblemen

Door de behandeling kan de huid geïrriteerd raken.

huiduitslag

Door de behandeling kunt u huiduitslag krijgen. Dit kan over uw hele huid voorkomen. Het kan ook op één plek zitten, bijvoorbeeld op uw borst

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • rode huid
  • jeuk
  • bultjes op de huid
  • dikke huid
  • blaren of blaasjes op de huid
  • wondjes en korstjes op de huid
Advies
  • Neem meteen contact op met uw zorgverlener als u blaren of blaasjes heeft.
  • Verzorg uw huid goed. Was de huid met lauw water. Gebruik geen zeep of weinig zeep.
  • Gebruik geen producten met alcohol op de huid, zoals parfum en aftershave.
  • Scheer de huid niet op de plek waar de huiduitslag zit.
  • Blijf uit de zon, vooral tussen 12 en 15 uur.
  • Smeer zonnebrandcrème met minimaal factor 30. Smeer uw huid hiermee elke 2 uur in. Smeer ook opnieuw na het zwemmen of als u veel heeft gezweet.
  • Draag geen strakke kleren of strakke schoenen.
  • Gebruik koelkompressen om de klachten tijdelijk te verminderen.
  • Gebruik een vette crème of lotion zonder parfum. Bijvoorbeeld koelzalf of cetomacrogolcrème. Dit kunt u kopen bij de drogist of apotheek. Dit voorkomt de huiduitslag niet, maar kan wel helpen bij klachten.
  • Vertel het altijd aan uw zorgverlener als u huiduitslag heeft.

Gewijzigd: 22 juli 2026

Maag-darmklachten

Door de behandeling kunt u last krijgen van maag-darmklachten. Dit zijn klachten die te maken hebben met het spijsverteringskanaal. Deze loopt van de mond tot en met de anus. Klachten kunnen zijn: een ander ontlastingspatroon, maag- of buikpijn, opgeblazen gevoel of winderigheid.

misselijk zijn en overgeven

Door de behandeling kunt u misselijk worden en overgeven. Het hangt af van de kankersoort en behandeling hoeveel last u hiervan heeft.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • kokhalzen en overgeven
  • minder zin in eten
  • maagklachten, zoals een vol gevoel of pijn in de maag
  • buikpijn en/of buikkrampen
  • opgezette buik

Misselijk zijn en overgeven zijn vervelende bijwerkingen en kunnen u beperken in uw dagelijks leven. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies
  • Het is belangrijk dat u uw medicijnen altijd inneemt zoals u met uw zorgverlener hebt besproken. Houdt u aan de vaste tijden om uw medicijnen in te nemen, ook als u niet misselijk bent.
  • Door het overgeven verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
  • Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
  • Forceer het eten niet. Eet op momenten wanneer u minder misselijk bent en pauzeer bij hevige misselijkheid.
  • Eet geen vet, gefrituurd, zoet, zuur of scherp gekruid eten.
  • Vermijd sterke geuren tijdens het eten. Als de geur van eten u stoort, vraag anderen om het eten klaar te maken.
  • Als de geur van eten u stoort, probeer dan eten te eten dat koud is of op kamertemperatuur is.
  • Maak het eten zo ontspannen mogelijk. Voor sommige mensen is het fijn om afleiding te hebben van de televisie, muziek of gezelschap. Anderen vinden het juist fijn om in een rustige ruimte te eten.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen of yoga, kan ervoor zorgen dat u minder last heeft van misselijk zijn en overgeven.
  • Doe ontspanningsoefeningen. Massages, luisteren naar muziek en mediteren kunnen helpen tegen misselijk zijn.
  • Wilt u acupunctuur of acupressuur proberen? Bespreek dit dan eerst met uw arts.
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • langer dan 24 uur moet overgeven.
    • niet voldoende kunt drinken (minder dan 1,5 liter per dag) en/of als u last heeft van uitdroging. Dit is bijvoorbeeld te merken aan een droge mond en droge huid. En aan weinig of niet kunnen plassen en donkerbruine plas.

Uw zorgverlener kan samen met u kijken wat er mogelijk is. Dit hangt af van uw klachten. U kunt bijvoorbeeld extra medicijnen krijgen tegen het misselijk zijn.

Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen als u last heeft van misselijk zijn en overgeven. Vind hier een dietist bij u in de buurt die u kan helpen met deze klachten.

Laatst gewijzigd op 15 april 2025

buikpijn

Door de behandeling kunt u pijn in de buik krijgen. Vaak gaat buikpijn vanzelf weer over.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

Heeft u één of meer van deze klachten? Kijk dan bij de informatie over die bijwerking (bijvoorbeeld misselijkheid en overgeven) voor extra adviezen. 

Advies
  • Probeer te ontspannen. Een kruik of warm bad kan helpen.
  • Eet geen vet, gefrituurd, zoet, zuur of scherp gekruid eten.
  • Neem meteen contact met uw zorgverlener als u:
    • plotseling erge buikpijn heeft
    • buikpijn heeft die steeds erger wordt
    • langer dan 24 uur moet overgeven
    • bloed overgeeft
    • er bloed uit uw anus (poepgat) komt, met of zonder poep
    • plakkerige, zwarte poep heeft
    • niet meer kunt plassen, terwijl u wel nodig moet
    • koorts heeft (38,5 graden of meer).

Gewijzigd: 29 juli 2026

verstopping

Bij verstopping moet u niet zo vaak naar het toilet als u normaal doet. Of het is moeilijk om te poepen. Een ander woord voor verstopping is obstipatie. Verstopping ontstaat doordat poep te lang in de dikke darm blijft zitten. Als u last heeft van verstopping moet u harder persen om te poepen. Of u moet minder dan 3 keer per week naar het toilet om te poepen. Verstopping kan veroorzaakt worden door uw behandeling of door medicijnen die u krijgt bij uw behandeling. Bijvoorbeeld door medicijnen tegen de misselijkheid.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • harde, droge poep
  • bloed bij het poepen/aambeien
  • buikpijn/darmkrampen
  • opgeblazen gevoel in de buik
  • minder eetlust door een vol gevoel
  • misselijk zijn
  • het lekken van dunne poep langs de harde poep (overloopdiarree)
  • pijn bij het poepen door scheurtjes in de anus (na hard persen)

 Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies
  • Ga meteen naar het toilet als u moet, stel dit niet uit. Door een goede houding op het toilet aan te nemen kan het zijn dat u makkelijker kunt poepen. U kunt hiervoor een krukje gebruiken. Zet uw voeten op het krukje en buig iets naar voren. Op deze manier zal het poepen makkelijker gaan.
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
  • Eet voldoende vezels (30-40 gram per dag). Vezels zitten in volkoren producten, fruit, noten en groenten.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen, fietsen of yoga, kan zorgen voor minder klachten van verstopping.
  • Soms heeft u zorgverlener al medicijnen voorgeschreven tegen verstopping. Bijvoorbeeld macrogol. Macrogol houdt water vast in de darmen, waardoor uw poep zachter wordt. Hierdoor kunt u makkelijker naar het toilet. Uw zorgverlener bespreekt met u hoe en wanneer u deze medicijnen mag innemen.
  • Heeft u last van verstopping en helpen de genoemde adviezen niet? Neem dan contact op met uw zorgverlener. Uw zorgverlener kan medicijnen voorschrijven die bij een verstopping helpen of die een verstopping voorkomen.

 Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen bij verstopping.

Let op: verstopping kan ook optreden als de darm wordt afgesloten door de kanker. Dit wordt ook wel een ileus genoemd. De adviezen zullen dan niet helpen. Heeft u last van verstopping en moet u daarbij ook overgeven? Neem dan contact op met uw zorgverlener.

Laatst gewijzigd: 07-01-2025

Minder bloedcellen

In het beenmerg worden nieuwe bloedcellen aangemaakt. Door de behandeling kan de aanmaak van nieuwe bloedcellen door het beenmerg verminderen. Dan treedt een tekort aan verschillende bloedcellen op. Meestal merkt u daar weinig of niets van, maar het is wel belangrijk te weten op welke signalen of veranderingen u moet letten.

bloedarmoede

Door de behandeling maakt uw lichaam tijdelijk minder rode bloedcellen aan. Hierdoor kunt u bloedarmoede krijgen. Een ander woord hiervoor is anemie. Rode bloedcellen zorgen voor het vervoer van zuurstof naar weefsels en organen.

Uw zorgverlener controleert uw bloed. Als het aantal rode bloedcellen in het bloed te laag wordt, kan de arts de behandeling aanpassen. Zelf kunt u niets doen om een tekort te voorkomen. Het herstel hangt af van het type behandeling en kan per persoon verschillen.

 De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • snel moe voelen
  • moeite met ademen
  • duizelig of licht in het hoofd zijn
  • hoofdpijn
  • snelle hartslag of hartkloppingen
  • minder kleur in het gezicht
  • niet goed kunnen concentreren
  • oorsuizen
  • ziek of niet lekker voelen
  • koude handen en voeten
Advies
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals wandelen of yoga, zorgt ervoor dat u zich minder moe voelt.
  • Stel grenzen. Zoek balans en wissel momenten van inspanning en ontspanning/rust met elkaar af. Plan niet te veel activiteiten op één dag.
  • Vraag familie, vrienden en kennissen om te helpen met dingen die u te vermoeiend vindt om te doen.
  • Vertel uw arts als u bloedverdunners gebruikt.
  • Eet gezond en veel eiwitten. Een diëtist kan u hierbij helpen.
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • benauwd bent in rust
    • pijn op de borst heeft
    • een onregelmatige hartslag heeft.

Let op: bloedarmoede kan ook optreden als u een bloeding heeft. De adviezen zullen dan niet helpen. Neem daarom direct contact op met uw zorgverlener als de bloeding niet stopt.

Laatst gewijzigd: 6 mei 2025

Moe zijn

Tijdens de behandeling van kanker, kunt u zich erg moe voelen. Dit kan ook nog na de behandeling voorkomen. Moe zijn wordt veroorzaakt door de kanker zelf en/of door de bijwerkingen van de behandeling. Doordat u moe bent, lukt het niet meer om dagelijkse activiteiten, zoals bewegen, werk of hobby’s goed te kunnen doen. De klachten worden ook niet minder door rust en/of slaap. Na een activiteit heeft u meer of langer rust nodig. Het lukt niet goed meer om de dingen te doen die u graag wilt of moet doen.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • Weinig/geen energie hebben
  • Nergens zin in hebben
  • Prikkelbaar zijn
  • Meer willen slapen en/of meer moeite hebben met slapen
  • Last van stemmingswisselingen
  • Als u beweegt, bent u snel moe
  • Geheugen- en concentratieproblemen
  • Minder belangstelling hebben voor de omgeving

Deze klachten kunnen ook na de behandeling nog lang blijven duren. Soms een paar maanden, soms zelfs jaren. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies
  • Meld uw klachten aan uw zorgverlener. Deze kan uw klachten met u bespreken en samen met u bekijken wat er mogelijk is. Bij sommige klachten kan de arts u doorverwijzen voor een behandeling met cognitieve gedragstherapie (CGT). Bij deze vorm van therapie leert u hoe u beter met de klachten kan omgaan.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals wandelen of yoga, zorgt ervoor dat u zich minder moe voelt. Een (oncologisch) fysiotherapeut kan u hierbij helpen.
  • Eet gezond en veel eiwitten. Een diëtist kan u hierbij helpen.
  • Stel grenzen. Bepaal zelf waaraan u uw energie wil besteden.
  • Zoek balans en wissel momenten van inspanning en ontspanning/rust met elkaar af. Plan niet te veel activiteiten op één dag. En wissel dingen die u moet doen af met dingen waar u energie van krijgt. Zorg ook voor een goede verdeling van mentale, sociale en lichamelijke activiteiten over de dag en de week.
  • Probeer op vaste tijden naar bed te gaan en op te staan. Ook zijn er andere adviezen die ervoor kunnen zorgen dat u beter kunt slapen. Bijvoorbeeld door vlak voor het slapen niet meer naar fel licht van een tv of mobiel te kijken. Meer adviezen kunt u hier vinden. 
  • De app “Untire Now” is een app die u helpt tegen moe zijn bij kanker. In deze app krijgt u handige tips en adviezen die u kunnen helpen bij het omgaan met moe zijn.
  • Vraag familie, vrienden en kennissen om te helpen met dingen die u te vermoeiend vindt om te doen.

Kijk hier welke zorgverleners bij u in de buurt u kunnen helpen met moe zijn.

Voor het laatst gewijzigd: 7 juli 2025

Penis wordt niet of minder stijf

Door de behandeling kan uw penis minder goed of niet stijf worden. Dit noemen we ook wel erectieproblemen. Hierdoor kan seks lastiger zijn. Dit kan komen door bijvoorbeeld emoties, stress, moe zijn of veranderingen in uw hormonen. Meestal is dit tijdelijk. Vaak gaat het over als u stopt met de behandeling.

Advies
  • Bespreek uw klachten met uw zorgverlener tijdens uw volgende afspraak. Heeft u veel last van de klachten? Of maken de klachten uw dagelijks leven lastig? Neem dan eerder contact op met uw zorgverlener. Uw zorgverlener bespreekt met u wat mogelijk is.
  • Probeer een gezond gewicht te krijgen of te houden.
  • Rook niet. Drink weinig of geen alcohol.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Ga bijvoorbeeld wandelen, fietsen of yoga doen.
  • Praat met mensen om u heen als u zich verdrietig, bang of gestrest voelt.
  • Lees hier meer over wat u zelf kunt doen bij erectieproblemen.
  • Klik hier voor een seksuoloog bij u in de buurt

Gewijzigd: 22 juli 2026

Veel zweten

Door de behandeling kunt u veel gaan zweten. In uw huid zitten zweetkliertjes. Daar komt vocht uit: zweet. Dat vocht op uw huid verdampt. Het verdampen neemt warmte mee. Zo raakt uw lichaam de extra warmte kwijt. En blijft uw lichaam op een normale temperatuur. Veel zweten kan overdag en in de nacht voorkomen.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • ineens warm krijgen (of blozen)
  • rillingen of trillen
  • roze, rode of geïrriteerde huid
  • hartkloppingen
  • nare luchtjes
Advies
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • veel zweet en ook koorts heeft (38,5 graden of meer)
    • veel minder plast dan u gewend bent. Of als uw plas donkerbruin is.
    • last krijgt van een snelle hartslag of hartkloppingen
  • Bij veel zweten heeft het lichaam extra vocht nodig. Door zweten verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, sap of limonade.
  • Vermijd scherp gekruid eten of hete dranken. Ook alcohol of roken kunnen ervoor zorgen dat u meer gaat zweten.
  • Houd uzelf koel. Draag kleding in laagjes. Dan kunt u iets uittrekken als u het warm krijgt. Of draag luchtige, wijde kleding. Kies voor katoen of linnen. Zorg ook voor een koele (slaap-)kamer.
  • Zweet heeft geen geur. Het gaat pas ruiken door bacteriën op de huid. Zorg daarom voor een goede persoonlijke verzorging. Douche of was uzelf elke dag. Verwissel natte kleding en beddengoed.
  • Voorkom dat de huid geïrriteerd raakt. Houd de huid droog. Gebruik geen extra parfum of deodorant.
  • Door stress en emoties kunt u soms ook zweten. Zorg voor ontspanning zoals meditatie of yoga. Als u denkt over bijvoorbeeld acupunctuur, bespreek dit dan eerst met uw zorgverlener.

Laatst gewijzigd: 15 april 2025

Vocht vasthouden

Door de behandeling kan uw lichaam meer vocht vasthouden. Dit heet oedeem. Meestal verdwijnt het vocht vanzelf weer. Hoelang dat duurt, hangt af van de behandeling. Ook kan het per persoon anders zijn.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • dikke enkels of onderbenen
  • dikke vingers, handen of armen
  • opgezwollen gezicht
  • zwaarder worden
  • moeite met ademen
  • benauwd worden bij plat liggen
  • minder plassen dan u gewend bent
Advies
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals wandelen of yoga, kan ervoor zorgen dat het vocht weer terugkomt in de bloedsomloop. Dat helpt om minder vocht vast te houden.
  • Leg uw benen voeten hoog als u zit of ligt. Zorg dat uw benen hoger liggen dan uw billen. Gebruik bijvoorbeeld een voetenbankje of leg kussens op de bank of onder uw matras.
  • Gebruik compressiesokken.
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • benauwd bent terwijl u niets doet of als u ligt
    • (plotselinge) pijn of druk op de borst heeft
    • plotseling een zwelling in het gezicht krijgt
    • één been heeft dat dikker, roder of pijnlijker is dan het andere been.

Let op: Deze bijwerking gaat over vocht vasthouden door chemotherapie, immuuntherapie, doelgerichte therapie of hormoontherapie. Houdt u door een andere oorzaak vocht vast? Dan kunnen de adviezen anders zijn. Bespreek dit dan met uw zorgverlener.

Laatst gewijzigd: 15 april 2025

Zwelling van de borsten bij mannen

Door de behandeling kunt u als man een zwelling van de borsten krijgen. Dit komt doordat de hormonen in uw lichaam in de war raken. Hierdoor groeien de klieren in de borsten en worden de borsten groter.

De volgende klachten kunnen voorkomen: 

  • uw borsten worden dikker
  • een platte ronde bult in één of in beide borsten
  • pijnlijke borsten
Advies
  • Bespreek uw klachten met uw zorgverlener tijdens uw volgende afspraak. Deze bekijkt samen met u wat er mogelijk is.

Laatst gewijzigd: 13 augustus 2025

Minder zin in seks

Door de behandeling kunt u minder zin hebben om te vrijen. Dat betekent niet automatisch dat u minder behoefte heeft aan intimiteit. Ook uw partner kan het soms moeilijk vinden om lichamelijk contact te hebben, bijvoorbeeld omdat deze denkt dat u daar nog niet aan toe bent. Voor u beiden is het belangrijk dat er aandacht is voor de verschillende gevoelens en behoeften. Neem samen de tijd om weer vertrouwd te raken met uw lichaam en te verwerken wat er veranderd is door de ziekte en de behandeling. Het is een situatie waar u en uw partner zelf een oplossing voor kunnen zoeken, eventueel met behulp van een therapeut.

Meer informatie over seksualiteit en intimiteit

Advies
  • ziekte, vermoeidheid en angst kunnen de zin in seks negatief beïnvloeden. Dit kan ongerustheid en spanningen veroorzaken voor beide partners. U zult beiden de veranderingen moeten leren aanvaarden. Een eerlijke en open communicatie is erg belangrijk. Praat met u partner over uw gevoelens
  • tijdstip van het vrijen: mogelijk speelt vermoeidheid ook mee. Door het vrijen op een ander tijdstip (bijvoorbeeld ‘s ochtends) heeft u er misschien meer energie voor.
  • problemen op seksueel gebied zijn soms moeilijk bespreekbaar. Het is voor u goed om te weten dat het niet ongebruikelijk is om klachten op seksueel gebied met uw arts/verpleegkundige te bespreken.
  • indien nodig kan uw behandelend arts u doorverwijzen naar een seksuoloog.   
  • Klik hier voor een seksuoloog bij u in de buurt

Opvliegers

Door de behandeling kunt u last krijgen van opvliegers. Opvliegers zijn korte, plotselinge warmteaanvallen. Vaak in het gezicht, de nek en borst. Tijdens een opvlieger stijgt de temperatuur van de huid. Meestal duurt een opvlieger een paar minuten.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • ineens warm krijgen
  • rillingen of trillen
  • roze of rode huid
  • zweten
  • hartkloppingen
Advies
  • Vermijd scherp gekruid eten, hete dranken en alcohol.
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan (koud) water, sap of limonade.
  • Houd uzelf koel. Draag kleding in laagjes. Dan kunt u iets uittrekken als u het warm krijgt. Of draag luchtige, wijde kleding. Kies voor katoen, linnen, viscose of zijde. Zorg ook voor een koele (slaap)kamer.

Laatst gewijzigd: 13 augustus 2025