Alectinib
Geselecteerde behandeling: doelgerichte therapie
Algemene informatie
Deze behandeling is in de vorm van capsules. Deze kunt u gewoon thuis innemen.
Het is mogelijk dat u thuis klachten krijgt van de behandeling. Doet zich iets ongewoons voor dat u niet vertrouwt, aarzel dan niet om contact op te nemen. Klik voor wanneer en hoe contact opnemen hier!
Voor vragen en/of klachten kunt u bellen met het callcenter op telefoonnummer (024) 3618800.
Op werkdagen tussen 08.00 – 12.00 uur en tussen 14.00 – 16.00 uur belt u met de doktersassistente of verpleegkundige op het Callcenter op telefoonnummer (024) 3618800. Houd uw registratienummer bij de hand. De doktersassistente of verpleegkundige zal u eerst enkele vragen stellen. Zo nodig overlegt de doktersassistente of verpleegkundige met uw verpleegkundig specialist en/ of behandelend arts.
Buiten bovengenoemde kantoortijden belt u bij spoed (ook ’s avonds, ’s nachts en in het weekend) met de verpleegkundige van de verpleegafdeling op hetzelfde telefoonnummer (024) 3618800. Houd uw registratienummer bij de hand. De verpleegkundige zal u eerst enkele vragen stellen. Zo nodig overlegt de verpleegkundige met de dienstdoende arts.
Wij verzoeken u om vragen over recepten, poliafspraken, verzetten van afspraken of vragen die niet direct beantwoord hoeven te worden te stellen via mijnRadboud.
Behandelschema
U neemt alectinib 2x per dag op vaste tijdstippen bij de maaltijd in. De capsules moeten in het geheel worden ingenomen met een half glas water. Niet breken, open maken, fijnmaken of kauwen.
U mag tijdens de behandeling geen grapefruit of grapefruitsap innemen.
Indien u het medicijn bent vergeten en is de normale tijd om in te nemen minder dan 6 uur geleden? Neem dan de capsules alsnog in.
Indien u het medicijn bent vergeten en is de normale tijd om in te nemen langer dan 6 uur geleden? Sla de vergeten dosering over.
Indien u moet braken, neem dan geen nieuwe capsule in, maar neem de capsule op het volgende geplande tijdstip in.
Uw zorgverlener bespreekt met u hoe lang u dit middel gaat gebruiken.
Voetnoot behandelplan
Bij het gebruik van dit middel kan de huid sneller verbranden. Bescherm daarom de huid tegen de zon.
Hoelang zijn beschermende maatregelen nodig?
- Alectinib: geen risico
Gevolgen voor vruchtbaarheid en ongeboren kind
Deze informatie is relevant voor vrouwen én mannen in de vruchtbare leeftijd.
Vrouwen mogen tijdens de behandeling en ook in een bepaalde periode daarna meestal niet zwanger worden. Er kunnen
risico’s zijn voor het ongeboren kind. Bij mannen is minder goed bekend of een behandeling, zoals chemotherapie,
tijdelijk invloed kan hebben op de kwaliteit van het zaad en of dit risico’s met zich meebrengt voor het ongeboren
kind.
Ook kan de behandeling van kanker ervoor zorgen dat u (later) minder vruchtbaar bent of eerder in de overgang komt. Dit hangt af van het soort medicijnen, de combinatie van medicijnen, de dosering, het soort kanker en uw leeftijd.
Bespreek vóór de start van de behandeling wat dit in uw situatie betekent. Bijvoorbeeld of – en hoe lang – u
maatregelen moet nemen om een zwangerschap te voorkomen.
Heeft u een kinderwens? Bespreek dan met uw zorgverlener de mogelijkheid van invriezen van sperma of eicellen vóór
het starten van de behandeling.
Middelen met hun bijwerkingen
Alectinib (doelgerichte therapie)
Bijwerkingen en adviezen
Hartproblemen
Door de behandeling kan uw hart beschadigen of gaan ontsteken. Hierdoor kan uw hart minder goed pompen. Ook kan uw hartslag veranderen. Het hart klopt dan bijvoorbeeld niet regelmatig of te snel.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- hartkloppingen
- onregelmatige of snelle hartslag
- (plotselinge) pijn of druk op de borst
- (plotseling) kortademig zijn, of het gevoel hebben dat u niet genoeg lucht krijgt
- vocht vasthouden in de benen, te merken aan dikke enkels of onderbenen
- duizelig zijn
- flauwvallen of bijna flauwvallen
- minder kunnen doen dan normaal omdat u benauwd of erg moe bent
- zwaarder worden (2-3 kilo in een paar dagen)
- pijn op de borst met zweten, misselijk zijn en/of overgeven
Bel meteen 112 als de volgende klachten langer dan 5 minuten duren, ook als u rust:
- (plotselinge) pijn of druk op de borst
- pijn die zich verspreidt naar de linkerschouder, linkerarm of kaak
- kortademig zijn, niet goed kunnen doorademen
- (plotseling) benauwd zijn in rust.
Advies
- Neem klachten altijd serieus.
- Wacht niet af bij nieuwe of erger wordende klachten aan uw hart of ademhaling.
- Neem altijd contact op als u twijfelt.
- Probeer een gezond gewicht te houden.
- Eet gezond en gevarieerd.
- Rook niet en drink geen alcohol.
- Zorg dat u voldoende beweegt. Bijvoorbeeld door te wandelen, te fietsen of yoga te doen.
- Denkt u dat u hartproblemen heeft die hierboven niet staan en vertrouwt u het niet? Bel dan meteen 112.
Laatst gewijzigd op 18-8-2026
Huidproblemen
Door de behandeling kan de huid geïrriteerd raken.
huiduitslag
Door de behandeling kunt u huiduitslag krijgen. Dit kan over uw hele huid voorkomen. Het kan ook op één plek zitten, bijvoorbeeld op uw borst
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- rode huid
- jeuk
- bultjes op de huid
- dikke huid
- blaren of blaasjes op de huid
- wondjes en korstjes op de huid
Advies
- Neem meteen contact op met uw zorgverlener als u blaren of blaasjes heeft.
- Verzorg uw huid goed. Was de huid met lauw water. Gebruik geen zeep of weinig zeep.
- Gebruik geen producten met alcohol op de huid, zoals parfum en aftershave.
- Scheer de huid niet op de plek waar de huiduitslag zit.
- Blijf uit de zon, vooral tussen 12 en 15 uur.
- Smeer zonnebrandcrème met minimaal factor 30. Smeer uw huid hiermee elke 2 uur in. Smeer ook opnieuw na het zwemmen of als u veel heeft gezweet.
- Draag geen strakke kleren of strakke schoenen.
- Gebruik koelkompressen om de klachten tijdelijk te verminderen.
- Gebruik een vette crème of lotion zonder parfum. Bijvoorbeeld koelzalf of cetomacrogolcrème. Dit kunt u kopen bij de drogist of apotheek. Dit voorkomt de huiduitslag niet, maar kan wel helpen bij klachten.
- Vertel het altijd aan uw zorgverlener als u huiduitslag heeft.
Gewijzigd: 22 juli 2026
puistjes
Door de behandeling kunt u last krijgen van puistjes. Dit zijn kleine rode bultjes met of zonder pus. De puistjes lijken op acné. Ze komen meestal voor in het gezicht, op de hoofdhuid, borst of rug. Deze puistjes mogen niet behandeld worden met anti-acné middelen.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- rode bultjes
- jeuk
- droge huid
- korstjes
- pijn rondom de puistjes
- branderig gevoel van de huid
- psychische klachten of stress
Advies
- Probeer niet aan de puistjes te komen. Zorg voor afleiding zoals muziek of ontspanningsoefeningen.
- Probeer de huid zo min mogelijk uit te drogen. Dit doet u door:
- niet te vaak en niet te lang te douchen of baden.
- lauw water te gebruiken.
- geen of weinig zeep te gebruiken.
- Droog de huid na het douchen af door te deppen.
- Gebruik geen producten met alcohol op de huid zoals parfum en aftershave.
- Gebruik een crème of lotion zonder parfum. Uw zorgverlener kan u een neutrale crème voorschrijven.
- Blijf uit felle zon en bescherm de huid tegen de zon.
- Bespreek uw klachten met uw zorgverlener tijdens uw volgende afspraak. Deze gaat samen met u bekijken wat er mogelijk is. Neem contact op als de puistjes uitgroeien tot grote pijnlijke plekken of u een flinke ontsteking ziet.
Laatst gewijzigd: 15 juli 2025
Leverproblemen
Door de behandeling kan uw lever minder goed gaan werken. De lever is belangrijk. Bijvoorbeeld om nuttige stoffen uit het eten te halen. Deze stoffen gebruikt uw lichaam om goed te werken. De lever breekt ook afvalstoffen af. Verder helpt de lever bij het stollen van uw bloed.
Uw zorgverlener controleert uw bloed om te zien of uw lever goed werkt. Werkt uw lever minder goed? Dan kan de arts de behandeling aanpassen. Meestal merkt u zelf niet dat uw lever minder goed werkt. Pas bij heel erge leverproblemen kunt u klachten krijgen.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- moe zijn
- geel oogwit en gele huid, dit kan wijzen op geelzucht
- jeuk
- niet lekker voelen
- pijn rechtsboven in de buik
- lichtgrijze poep
- donkere plas (theekleur)
- uw buik wordt dikker
- afvallen zonder dat u weet waarom
Advies
- Drink geen alcohol. Alcohol kan ervoor zorgen dat uw lever minder goed werkt.
- Neem meteen contact op met uw zorgverlener als u:
- geel oogwit of gele huid krijgt
- veel pijn in de buik heeft
- lichtgrijze poep heeft.
Gewijzigd op 29 juli 2026
Maag-darmklachten
Door de behandeling kunt u last krijgen van maag-darmklachten. Dit zijn klachten die te maken hebben met het spijsverteringskanaal. Deze loopt van de mond tot en met de anus. Klachten kunnen zijn: een ander ontlastingspatroon, maag- of buikpijn, opgeblazen gevoel of winderigheid.
misselijk zijn en overgeven
Door de behandeling kunt u misselijk worden en overgeven. Het hangt af van de kankersoort en behandeling hoeveel last u hiervan heeft.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- kokhalzen en overgeven
- minder zin in eten
- maagklachten, zoals een vol gevoel of pijn in de maag
- buikpijn en/of buikkrampen
- opgezette buik
Misselijk zijn en overgeven zijn vervelende bijwerkingen en kunnen u beperken in uw dagelijks leven. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.
Advies
- Het is belangrijk dat u uw medicijnen altijd inneemt zoals u met uw zorgverlener hebt besproken. Houdt u aan de vaste tijden om uw medicijnen in te nemen, ook als u niet misselijk bent.
- Door het overgeven verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
- Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
- Forceer het eten niet. Eet op momenten wanneer u minder misselijk bent en pauzeer bij hevige misselijkheid.
- Eet geen vet, gefrituurd, zoet, zuur of scherp gekruid eten.
- Vermijd sterke geuren tijdens het eten. Als de geur van eten u stoort, vraag anderen om het eten klaar te maken.
- Als de geur van eten u stoort, probeer dan eten te eten dat koud is of op kamertemperatuur is.
- Maak het eten zo ontspannen mogelijk. Voor sommige mensen is het fijn om afleiding te hebben van de televisie, muziek of gezelschap. Anderen vinden het juist fijn om in een rustige ruimte te eten.
- Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen of yoga, kan ervoor zorgen dat u minder last heeft van misselijk zijn en overgeven.
- Doe ontspanningsoefeningen. Massages, luisteren naar muziek en mediteren kunnen helpen tegen misselijk zijn.
- Wilt u acupunctuur of acupressuur proberen? Bespreek dit dan eerst met uw arts.
- Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
- langer dan 24 uur moet overgeven.
- niet voldoende kunt drinken (minder dan 1,5 liter per dag) en/of als u last heeft van uitdroging. Dit is bijvoorbeeld te merken aan een droge mond en droge huid. En aan weinig of niet kunnen plassen en donkerbruine plas.
Uw zorgverlener kan samen met u kijken wat er mogelijk is. Dit hangt af van uw klachten. U kunt bijvoorbeeld extra medicijnen krijgen tegen het misselijk zijn.
Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen als u last heeft van misselijk zijn en overgeven. Vind hier een dietist bij u in de buurt die u kan helpen met deze klachten.
Laatst gewijzigd op 15 april 2025
diarree
Diarree is waterige dunne ontlasting waarvoor u meer dan 3 keer per dag naar de wc moet. Bij diarree nemen de darmen minder vocht en voedingsstoffen op. Dit komt door irritatie van de darmen, waardoor de darmen minder goed werken. Vaak komt de aandrang plotseling. En is het ophouden van de diarree moeilijk of lukt het zelfs helemaal niet.
De volgende klachten kunnen optreden:
- een waterige of dunne ontlasting
- bloed of slijm bij de ontlasting
- buikpijn en/of buikkrampen
- opgeblazen gevoel
- vaak naar de wc moeten
- misselijk zijn en overgeven
- koorts
- als u een stoma heeft voor de ontlasting, moet u het zakje vaker legen dan normaal.
Advies
Wat moet u doen bij diarree:
- Neem contact op met uw zorgverlener als u:
- langer dan 24 uur diarree heeft.
- bloed of slijm bij de ontlasting heeft.
- moet overgeven en diarree heeft.
- Houd bij hoe vaak en hoe veel ontlasting u heeft.
- Door de diarree verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade. Varieer met zowel zoete als zoute dranken. Genoeg drinken kan in het begin lastig zijn, omdat u niet altijd dorst heeft. Het kan dan helpen om op te schrijven wat u heeft gedronken.
Wat kunt u nog meer doen bij diarree:
- Voeding is meestal niet de oorzaak van diarree. Een streng dieet is niet nodig. Wel kan het helpen om verschillende dingen te eten. Vasten of minder eten is niet verstandig.
- Vermijd koffie, alcohol, zure dranken, producten met zoetstoffen of producten met lactose.
- Eet of drink (tijdelijk) meer zout. Als u diarree heeft, verliest u meer zout dan normaal. Neem regelmatig een kopje soep of bouillon. Overleg met uw zorgverlener als u niet te veel zout mag eten.
- Eet kleine porties. Kies in plaats van 3 grote maaltijden voor kleinere porties verdeeld over de dag.
Neem nooit medicijnen, supplementen of probiotica (bacteriën die de darmen kunnen helpen) tegen diarree zonder dit met uw zorgverlener te bespreken.
Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt eten bij diarree.
Ook kunt u bij diarree last krijgen van wondjes en pijn rondom de anus. Hieronder vindt u adviezen wat u moet doen als u wondjes en/of pijn rondom uw anus heeft:
- Maak uw huid schoon met zacht toiletpapier.
- Was de huid al deppend zonder zeep.
- Gebruik vette zalf rondom het anale gebied om de jeuk te verzachten.
Laatst gewijzigd: 15 april 2025
verstopping
Bij verstopping moet u niet zo vaak naar het toilet als u normaal doet. Of het is moeilijk om te poepen. Een ander woord voor verstopping is obstipatie. Verstopping ontstaat doordat poep te lang in de dikke darm blijft zitten. Als u last heeft van verstopping moet u harder persen om te poepen. Of u moet minder dan 3 keer per week naar het toilet om te poepen. Verstopping kan veroorzaakt worden door uw behandeling of door medicijnen die u krijgt bij uw behandeling. Bijvoorbeeld door medicijnen tegen de misselijkheid.
De volgende klachten kunnen optreden:
- harde, droge poep
- bloed bij het poepen/aambeien
- buikpijn/darmkrampen
- opgeblazen gevoel in de buik
- minder eetlust door een vol gevoel
- misselijk zijn
- het lekken van dunne poep langs de harde poep (overloopdiarree)
- pijn bij het poepen door scheurtjes in de anus (na hard persen)
Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.
Advies
- Ga meteen naar het toilet als u moet, stel dit niet uit. Door een goede houding op het toilet aan te nemen kan het zijn dat u makkelijker kunt poepen. U kunt hiervoor een krukje gebruiken. Zet uw voeten op het krukje en buig iets naar voren. Op deze manier zal het poepen makkelijker gaan.
- Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
- Eet voldoende vezels (30-40 gram per dag). Vezels zitten in volkoren producten, fruit, noten en groenten.
- Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen, fietsen of yoga, kan zorgen voor minder klachten van verstopping.
- Soms heeft u zorgverlener al medicijnen voorgeschreven tegen verstopping. Bijvoorbeeld macrogol. Macrogol houdt water vast in de darmen, waardoor uw poep zachter wordt. Hierdoor kunt u makkelijker naar het toilet. Uw zorgverlener bespreekt met u hoe en wanneer u deze medicijnen mag innemen.
- Heeft u last van verstopping en helpen de genoemde adviezen niet? Neem dan contact op met uw zorgverlener. Uw zorgverlener kan medicijnen voorschrijven die bij een verstopping helpen of die een verstopping voorkomen.
Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen bij verstopping.
Let op: verstopping kan ook optreden als de darm wordt afgesloten door de kanker. Dit wordt ook wel een ileus genoemd. De adviezen zullen dan niet helpen. Heeft u last van verstopping en moet u daarbij ook overgeven? Neem dan contact op met uw zorgverlener.
Laatst gewijzigd: 07-01-2025
Minder bloedcellen
In het beenmerg worden nieuwe bloedcellen aangemaakt. Door de behandeling kan de aanmaak van nieuwe bloedcellen door het beenmerg verminderen. Dan treedt een tekort aan verschillende bloedcellen op. Meestal merkt u daar weinig of niets van, maar het is wel belangrijk te weten op welke signalen of veranderingen u moet letten.
bloedarmoede
Door de behandeling maakt uw lichaam tijdelijk minder rode bloedcellen aan. Hierdoor kunt u bloedarmoede krijgen. Een ander woord hiervoor is anemie. Rode bloedcellen zorgen voor het vervoer van zuurstof naar weefsels en organen.
Uw zorgverlener controleert uw bloed. Als het aantal rode bloedcellen in het bloed te laag wordt, kan de arts de behandeling aanpassen. Zelf kunt u niets doen om een tekort te voorkomen. Het herstel hangt af van het type behandeling en kan per persoon verschillen.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- snel moe voelen
- moeite met ademen
- duizelig of licht in het hoofd zijn
- hoofdpijn
- snelle hartslag of hartkloppingen
- minder kleur in het gezicht
- niet goed kunnen concentreren
- oorsuizen
- ziek of niet lekker voelen
- koude handen en voeten
Advies
- Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals wandelen of yoga, zorgt ervoor dat u zich minder moe voelt.
- Stel grenzen. Zoek balans en wissel momenten van inspanning en ontspanning/rust met elkaar af. Plan niet te veel activiteiten op één dag.
- Vraag familie, vrienden en kennissen om te helpen met dingen die u te vermoeiend vindt om te doen.
- Vertel uw arts als u bloedverdunners gebruikt.
- Eet gezond en veel eiwitten. Een diëtist kan u hierbij helpen.
- Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
- benauwd bent in rust
- pijn op de borst heeft
- een onregelmatige hartslag heeft.
Let op: bloedarmoede kan ook optreden als u een bloeding heeft. De adviezen zullen dan niet helpen. Neem daarom direct contact op met uw zorgverlener als de bloeding niet stopt.
Laatst gewijzigd: 6 mei 2025
Pijn in spieren of gewrichten
Door de behandeling kunt u pijn krijgen in spieren en/of gewrichten.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- stijve spieren en/of gewrichten
- stijf zijn, wat na bewegen verbetert
- moeite met bewegen
- gespannen gevoel in uw spieren
- moe zijn
Advies
- Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen of fietsen, kan ervoor zorgen dat u minder last heeft van pijn in spieren of gewrichten. Een (oncologisch) fysiotherapeut kan u hierbij helpen. Vind er hier een bij u in de buurt.
- Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, sap of limonade.
- Als u denkt over bijvoorbeeld acupunctuur, bespreek dit dan eerst met uw zorgverlener.
- Neem een warme douche of gebruik een kruik.
- Een massage of yoga kan helpen tegen pijn in de spieren of gewrichten.
- Bespreek uw klachten met uw zorgverlener. Deze bekijkt samen met u wat er mogelijk is.
- Neem meteen contact op met uw zorgverlener als u:
- koorts heeft (38,5 graden of meer)
- (rode/warme) zwelling heeft in uw gewrichten
- minder kracht heeft in de spieren (bijvoorbeeld moeite met opstaan)
- spierpijn heeft na immunotherapie
Laatst gewijzigd: 7 januari 2026
Vocht vasthouden
Door de behandeling kan uw lichaam meer vocht vasthouden. Dit heet oedeem. Meestal verdwijnt het vocht vanzelf weer. Hoelang dat duurt, hangt af van de behandeling. Ook kan het per persoon anders zijn.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- dikke enkels of onderbenen
- dikke vingers, handen of armen
- opgezwollen gezicht
- zwaarder worden
- moeite met ademen
- benauwd worden bij plat liggen
- minder plassen dan u gewend bent
Advies
- Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals wandelen of yoga, kan ervoor zorgen dat het vocht weer terugkomt in de bloedsomloop. Dat helpt om minder vocht vast te houden.
- Leg uw benen voeten hoog als u zit of ligt. Zorg dat uw benen hoger liggen dan uw billen. Gebruik bijvoorbeeld een voetenbankje of leg kussens op de bank of onder uw matras.
- Gebruik compressiesokken.
- Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
- benauwd bent terwijl u niets doet of als u ligt
- (plotselinge) pijn of druk op de borst heeft
- plotseling een zwelling in het gezicht krijgt
- één been heeft dat dikker, roder of pijnlijker is dan het andere been.
Let op: Deze bijwerking gaat over vocht vasthouden door chemotherapie, immuuntherapie, doelgerichte therapie of hormoontherapie. Houdt u door een andere oorzaak vocht vast? Dan kunnen de adviezen anders zijn. Bespreek dit dan met uw zorgverlener.
Laatst gewijzigd: 15 april 2025
Zwaarder worden
Er kunnen verschillende oorzaken zijn voor het aankomen in gewicht als u kanker heeft. Het kan bijvoorbeeld zijn dat uw leefstijl is veranderd door vermoeidheid. Zo kan het zijn dat u minder beweegt. Ook uw eetpatroon kan veranderen door vermoeidheid. Zo kan het zijn dat u vaker kiest voor een kant-en-klare maaltijd of pizza. Gevoelens van stress, verdriet en spanning kunnen daarnaast zorgen voor een toename van de eetlust.
De behandeling kan ook een rol spelen bij gewichtstoename. Met name bij chemotherapie en hormoontherapie vinden er veranderingen in het lichaam plaats waardoor het lichaamsgewicht kan stijgen. Zo wordt de hoeveelheid vet in het lichaam groter en de spiermassa neemt juist af. Doordat vetcellen minder energie verbruiken dan spieren, heeft u minder energie nodig. Daarnaast zorgt chemotherapie, en soms ook hormoontherapie, ervoor dat de stofwisseling trager wordt, wat ook betekent dat uw lichaam minder energie nodig heeft. Soms kan een chemotherapie juist zorgen voor extra trek. Hierdoor kan het zijn dat u meer eet, wat uw lichaam vervolgens opslaat als vet. Vrouwen kunnen daarnaast door de behandelingen vervroegd in de overgang komen, ook dit kan leiden tot gewichtstoename.
Soms hangt gewichtstoename af van de plaats waar de tumor zit, maar vaker komt dit door de medicijnen die u neemt. Dikwijls hebt u zin in zoete voeding en snacks, ook als u deze voorkeur niet eerder had.
Advies
Bespreek met uw behandelend arts wat de oorzaken van de gewichtstoename kunnen zijn. Als u meer eet dan u eigenlijk nodig heeft, zijn er de volgende mogelijkheden:
- in overleg met een diëtist wordt uw dieet aangepast
- beweeg zoveel mogelijk, wandelen, fietsen
- sla geen maaltijden over, want dan is de kans groter dat u naar ongezonde tussendoortjes grijpt
- hebt u veel trek vlak voor het eten, neem dan een glas lauwwarm water; dat vult alvast even
- eet bewust, neem kleine happen en geniet ervan.
- overleg met uw behandelend arts of sporten onder begeleiding mogelijk is.
U kunt bij uw arts vragen naar een doorverwijzing naar een diëtist.
Kijk hier voor gespecialiseerde diëtisten bij u in de buurt.
Lees hier meer informatie over voeding en kanker