bijwerkingen bij kanker

Patiënteninformatie over bijwerkingen van oncologische middelen met bijbehorende adviezen

Geselecteerde behandeling: chemotherapie

Veilig omgaan met uitscheiding

Resten van medicijnen verlaten uw lichaam via uitscheidingsproducten (ook wel excreta genoemd). Bijvoorbeeld via plas, poep of als u moet overgeven. (Huid)contact met deze stoffen kan schadelijk zijn.

De risico's voor uw omgeving zijn thuis klein. U mag anderen gewoon aanraken, knuffelen of zoenen. Dit is niet schadelijk. Ook niet voor baby’s, kinderen of zwangere vrouwen. Wel is het belangrijk om een aantal adviezen te volgen. Hoelang u deze adviezen moet volgen, verschilt per middel.

Lees hier meer over adviezen die u thuis kunt volgen.

Gevolgen voor vruchtbaarheid en ongeboren kind

Deze informatie is relevant voor vrouwen én mannen in de vruchtbare leeftijd.
Vrouwen mogen tijdens de behandeling en ook in een bepaalde periode daarna meestal niet zwanger worden. Er kunnen risico’s zijn voor het ongeboren kind. Bij mannen is minder goed bekend of een behandeling, zoals chemotherapie, tijdelijk invloed kan hebben op de kwaliteit van het zaad en of dit risico’s met zich meebrengt voor het ongeboren kind.

Ook kan de behandeling van kanker ervoor zorgen dat u (later) minder vruchtbaar bent of eerder in de overgang komt. Dit hangt af van het soort medicijnen, de combinatie van medicijnen, de dosering, het soort kanker en uw leeftijd.

Bespreek vóór de start van de behandeling wat dit in uw situatie betekent. Bijvoorbeeld of – en hoe lang – u maatregelen moet nemen om een zwangerschap te voorkomen.
Heeft u een kinderwens? Bespreek dan met uw zorgverlener de mogelijkheid van invriezen van sperma of eicellen vóór het starten van de behandeling.

Bijwerkingen en adviezen

Duizelig zijn

Door de behandeling kunt u zich duizelig voelen. Bijvoorbeeld als u snel op staat van een stoel. Meestal voelt u zich een paar seconden duizelig.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • onstabiel of wankel lopen
  • licht gevoel in het hoofd
  • wazig zien of sterretjes zien
  • draaierig voelen
  • misselijk zijn
Advies
  • Neem contact op met uw zorgverlener als u:
    • zich duizelig blijft voelen en dit niet verdwijnt.
    • flauwvalt.
    • hartkloppingen of een onregelmatige hartslag heeft.
    • problemen met praten, slikken of lopen heeft.
    • minder kracht in uw armen of benen heeft.
  • Sta langzaam op. Neem de tijd om van houding te veranderen. Bijvoorbeeld als u opstaat of uit bed komt.
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.

Laatst gewijzigd: 6 mei 2025

Huidproblemen

Door de behandeling kan de huid geïrriteerd raken.

huiduitslag

Door de behandeling kunt u huiduitslag krijgen. Dit kan over uw hele huid voorkomen. Het kan ook op één plek zitten, bijvoorbeeld op uw borst

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • rode huid
  • jeuk
  • bultjes op de huid
  • dikke huid
  • blaren of blaasjes op de huid
  • wondjes en korstjes op de huid
Advies
  • Neem meteen contact op met uw zorgverlener als u blaren of blaasjes heeft.
  • Verzorg uw huid goed. Was de huid met lauw water. Gebruik geen zeep of weinig zeep.
  • Gebruik geen producten met alcohol op de huid, zoals parfum en aftershave.
  • Scheer de huid niet op de plek waar de huiduitslag zit.
  • Blijf uit de zon, vooral tussen 12 en 15 uur.
  • Smeer zonnebrandcrème met minimaal factor 30. Smeer uw huid hiermee elke 2 uur in. Smeer ook opnieuw na het zwemmen of als u veel heeft gezweet.
  • Draag geen strakke kleren of strakke schoenen.
  • Gebruik koelkompressen om de klachten tijdelijk te verminderen.
  • Gebruik een vette crème of lotion zonder parfum. Bijvoorbeeld koelzalf of cetomacrogolcrème. Dit kunt u kopen bij de drogist of apotheek. Dit voorkomt de huiduitslag niet, maar kan wel helpen bij klachten.
  • Vertel het altijd aan uw zorgverlener als u huiduitslag heeft.

Gewijzigd: 22 juli 2026

Klachten centraal zenuwstelsel

Door de behandeling kan het centraal zenuwstelsel niet goed functioneren. Het centrale zenuwstelsel omvat de hersenen en het ruggenmerg. Het zenuwstelsel regelt de werking van het hele lichaam. Een netwerk van zenuwen door het hele lichaam verbindt de hersenen en het ruggenmerg met de rest van het lichaam. Op die manier worden signalen van en naar het centrale zenuwstelsel doorgegeven om het lichaam aan te sturen.

Als de zenuwfunctie niet goed werkt, kunnen de volgende klachten ontstaan:

  • onvast lopen
  • moeite om bewegingen te coördineren
  • geheugenverlies
  • depressie
  • hoofdpijn
  • wazig zien
  • sufheid
  • verwardheid
  • onrust
  • spierspasmen
  • trillen
  • spraakstoornis
  • epileptische aanvallen

Deze klachten zijn soms enkele uren na het begin van de behandeling merkbaar. Maar het kan ook enkele weken duren voordat u iets voelt. De verschijnselen zijn meestal tijdelijk en verdwijnen vaak binnen enkele maanden na beëindiging van de behandeling.

Advies

Meld klachten aan uw behandelend arts. Indien nodig past deze de behandeling aan.

Leverproblemen

Door de behandeling kan uw lever minder goed gaan werken. De lever is belangrijk. Bijvoorbeeld om nuttige stoffen uit het eten te halen. Deze stoffen gebruikt uw lichaam om goed te werken. De lever breekt ook afvalstoffen af. Verder helpt de lever bij het stollen van uw bloed.

Uw zorgverlener controleert uw bloed om te zien of uw lever goed werkt. Werkt uw lever minder goed? Dan kan de arts de behandeling aanpassen. Meestal merkt u zelf niet dat uw lever minder goed werkt.  Pas bij heel erge leverproblemen kunt u klachten krijgen. 

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • moe zijn
  • geel oogwit en gele huid, dit kan wijzen op geelzucht
  • jeuk
  • niet lekker voelen
  • pijn rechtsboven in de buik
  • lichtgrijze poep
  • donkere plas (theekleur)
  • uw buik wordt dikker
  • afvallen zonder dat u weet waarom
Advies
  • Drink geen alcohol. Alcohol kan ervoor zorgen dat uw lever minder goed werkt.
  • Neem meteen contact op met uw zorgverlener als u:
    • geel oogwit of gele huid krijgt
    • veel pijn in de buik heeft
    • lichtgrijze poep heeft.

Gewijzigd op 29 juli 2026

Maag-darmklachten

Door de behandeling kunt u last krijgen van maag-darmklachten. Dit zijn klachten die te maken hebben met het spijsverteringskanaal. Deze loopt van de mond tot en met de anus. Klachten kunnen zijn: een ander ontlastingspatroon, maag- of buikpijn, opgeblazen gevoel of winderigheid.

misselijk zijn en overgeven

Door de behandeling kunt u misselijk worden en overgeven. Het hangt af van de kankersoort en behandeling hoeveel last u hiervan heeft.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • kokhalzen en overgeven
  • minder zin in eten
  • maagklachten, zoals een vol gevoel of pijn in de maag
  • buikpijn en/of buikkrampen
  • opgezette buik

Misselijk zijn en overgeven zijn vervelende bijwerkingen en kunnen u beperken in uw dagelijks leven. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies
  • Het is belangrijk dat u uw medicijnen altijd inneemt zoals u met uw zorgverlener hebt besproken. Houdt u aan de vaste tijden om uw medicijnen in te nemen, ook als u niet misselijk bent.
  • Door het overgeven verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
  • Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
  • Forceer het eten niet. Eet op momenten wanneer u minder misselijk bent en pauzeer bij hevige misselijkheid.
  • Eet geen vet, gefrituurd, zoet, zuur of scherp gekruid eten.
  • Vermijd sterke geuren tijdens het eten. Als de geur van eten u stoort, vraag anderen om het eten klaar te maken.
  • Als de geur van eten u stoort, probeer dan eten te eten dat koud is of op kamertemperatuur is.
  • Maak het eten zo ontspannen mogelijk. Voor sommige mensen is het fijn om afleiding te hebben van de televisie, muziek of gezelschap. Anderen vinden het juist fijn om in een rustige ruimte te eten.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen of yoga, kan ervoor zorgen dat u minder last heeft van misselijk zijn en overgeven.
  • Doe ontspanningsoefeningen. Massages, luisteren naar muziek en mediteren kunnen helpen tegen misselijk zijn.
  • Wilt u acupunctuur of acupressuur proberen? Bespreek dit dan eerst met uw arts.
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • langer dan 24 uur moet overgeven.
    • niet voldoende kunt drinken (minder dan 1,5 liter per dag) en/of als u last heeft van uitdroging. Dit is bijvoorbeeld te merken aan een droge mond en droge huid. En aan weinig of niet kunnen plassen en donkerbruine plas.

Uw zorgverlener kan samen met u kijken wat er mogelijk is. Dit hangt af van uw klachten. U kunt bijvoorbeeld extra medicijnen krijgen tegen het misselijk zijn.

Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen als u last heeft van misselijk zijn en overgeven. Vind hier een dietist bij u in de buurt die u kan helpen met deze klachten.

Laatst gewijzigd op 15 april 2025

buikpijn

Door de behandeling kunt u pijn in de buik krijgen. Vaak gaat buikpijn vanzelf weer over.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

Heeft u één of meer van deze klachten? Kijk dan bij de informatie over die bijwerking (bijvoorbeeld misselijkheid en overgeven) voor extra adviezen. 

Advies
  • Probeer te ontspannen. Een kruik of warm bad kan helpen.
  • Eet geen vet, gefrituurd, zoet, zuur of scherp gekruid eten.
  • Neem meteen contact met uw zorgverlener als u:
    • plotseling erge buikpijn heeft
    • buikpijn heeft die steeds erger wordt
    • langer dan 24 uur moet overgeven
    • bloed overgeeft
    • er bloed uit uw anus (poepgat) komt, met of zonder poep
    • plakkerige, zwarte poep heeft
    • niet meer kunt plassen, terwijl u wel nodig moet
    • koorts heeft (38,5 graden of meer).

Gewijzigd: 29 juli 2026

diarree

Diarree is waterige dunne ontlasting waarvoor u meer dan 3 keer per dag naar de wc moet. Bij diarree nemen de darmen minder vocht en voedingsstoffen op. Dit komt door irritatie van de darmen, waardoor de darmen minder goed werken. Vaak komt de aandrang plotseling. En is het ophouden van de diarree moeilijk of lukt het zelfs helemaal niet.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • een waterige of dunne ontlasting
  • bloed of slijm bij de ontlasting
  • buikpijn en/of buikkrampen
  • opgeblazen gevoel
  • vaak naar de wc moeten
  • misselijk zijn en overgeven
  • koorts
  • als u een stoma heeft voor de ontlasting, moet u het zakje vaker legen dan normaal.
Advies

Wat moet u doen bij diarree:

  • Neem contact op met uw zorgverlener als u:
    • langer dan 24 uur diarree heeft.
    • bloed of slijm bij de ontlasting heeft.
    • moet overgeven en diarree heeft.
  • Houd bij hoe vaak en hoe veel ontlasting u heeft.
  • Door de diarree verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade. Varieer met zowel zoete als zoute dranken. Genoeg drinken kan in het begin lastig zijn, omdat u niet altijd dorst heeft. Het kan dan helpen om op te schrijven wat u heeft gedronken.

Wat kunt u nog meer doen bij diarree:

  • Voeding is meestal niet de oorzaak van diarree. Een streng dieet is niet nodig. Wel kan het helpen om verschillende dingen te eten. Vasten of minder eten is niet verstandig.
  • Vermijd koffie, alcohol, zure dranken, producten met zoetstoffen of producten met lactose.
  • Eet of drink (tijdelijk) meer zout. Als u diarree heeft, verliest u meer zout dan normaal. Neem regelmatig een kopje soep of bouillon. Overleg met uw zorgverlener als u niet te veel zout mag eten.
  • Eet kleine porties. Kies in plaats van 3 grote maaltijden voor kleinere porties verdeeld over de dag.

Neem nooit medicijnen, supplementen of probiotica (bacteriën die de darmen kunnen helpen) tegen diarree zonder dit met uw zorgverlener te bespreken.

Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt eten bij diarree.

Ook kunt u bij diarree last krijgen van wondjes en pijn rondom de anus. Hieronder vindt u adviezen wat u moet doen als u wondjes en/of pijn rondom uw anus heeft:

  • Maak uw huid schoon met zacht toiletpapier.
  • Was de huid al deppend zonder zeep.
  • Gebruik vette zalf rondom het anale gebied om de jeuk te verzachten.

Laatst gewijzigd: 15 april 2025

minder zin in eten

Uw behandeling kan ervoor zorgen dat u minder zin hebt in eten. Meestal is dit tijdelijk. Als u last heeft van minder zin in eten, kunnen de volgende klachten optreden: 

  • minder eten dan normaal, of helemaal niet eten
  • weinig of geen interesse in eten
  • afvallen
  • andere smaak
  • moe zijn

Het is belangrijk om genoeg energie (calorieën), eiwitten, vocht en voedingsstoffen zoals vitamines en mineralen binnen te krijgen. Hieronder vindt u adviezen over wat u kunt doen als u minder zin heeft in eten. 

Advies
  • Eet wanneer u honger heeft. U hoeft niet te wachten op vaste eetmomenten.
  • Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
  • Kies voor energierijke voeding en volle producten.
  • Probeer ander eten uit dan normaal of maak het eten op een andere manier klaar.
  • Zorg dat u een (energierijk) tussendoortje bij u heeft als u ergens naar toe gaat.
  • Drinken gaat soms makkelijker dan eten. U kunt bijvoorbeeld een smoothie drinken met kwark, fruit en wat havermout.
  • Probeer vlak voor of tijdens een maaltijd niet veel te drinken, daardoor neemt de eetlust af.
  • Als de geur van eten u stoort, probeer dan eten te eten dat koud is of op kamertemperatuur is.
  • Maak de maaltijden zo ontspannen mogelijk. Voor sommige mensen is het fijn om afleiding te hebben van de televisie, muziek of gezelschap. Anderen vinden het juist fijn om in een rustige ruimte te eten.
  • Bespreek uw klachten met uw zorgverlener. Deze gaat samen met u bekijken wat er mogelijk is. 

Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen als u minder eetlust heeft.

Kijk hier welke diëtisten bij u in de buurt u kunnen helpen met uw klachten. 

Laatst gewijzigd op 06-01-2025

Minder bloedcellen

In het beenmerg worden nieuwe bloedcellen aangemaakt. Door de behandeling kan de aanmaak van nieuwe bloedcellen door het beenmerg verminderen. Dan treedt een tekort aan verschillende bloedcellen op. Meestal merkt u daar weinig of niets van, maar het is wel belangrijk te weten op welke signalen of veranderingen u moet letten.

te weinig witte bloedcellen

Witte bloedcellen zijn belangrijk in het afweersysteem van het lichaam. Ze helpen om infecties tegen te gaan. Door de behandeling kunt u een tekort aan witte bloedcellen in uw bloed hebben. Dit heet ook wel neutropenie of in de dip-periode zitten. Wanneer de dip optreedt en hoelang deze duurt hangt af van de behandeling.

Uw zorgverlener controleert uw bloed. Als het aantal witte bloedcellen in het bloed te laag wordt, kan de arts de behandeling aanpassen. Zelf kunt u niets doen om een tekort te voorkomen.

In de dipperiode bent u het meest vatbaar voor infecties. Bij een infectie kunnen de volgende klachten voorkomen:

  • koorts (38,5 graden of meer)
  • koude rillingen en/of zweten
  • grieperig voelen
  • buikpijn
  • diarree
  • hoesten, soms met slijm
  • benauwd of kortademig zijn
  • pijn in de mond of keel, pijn bij het slikken
  • oorpijn
  • pijn bij het plassen, vaak (kleine beetjes) plassen, troebele of stinkende plas
  • hoofdpijn en/of een stijve nek
Advies
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • koorts (38,5 graden of meer) heeft.
    • koude rillingen (klappertanden en rillen) heeft.
    • in de war of suf bent.
    • ergens over twijfelt of ongerust bent.
  • Was regelmatig uw handen met water en zeep.
  • Probeer wondjes te voorkomen. Trek bijvoorbeeld bij het in de tuin werken handschoenen aan. Heeft u een wondje? Controleer dan of het gaat ontsteken. Let op rood of warm worden, zwelling en pijn.
  • Verzorg uw mond en tanden goed. Bijvoorbeeld door regelmatig uw mond te spoelen met water.
  • Gebruik bij het tandenpoetsen een zachte (elektrische) tandenborstel. Wees voorzichtig met flosdraad, ragers en tandenstokers.
  • Zorg dat u regelmatig naar de tandarts gaat. Vertel bij een bezoek aan uw tandarts of mondhygiënist altijd dat u behandeld wordt en noem de soort behandeling die u krijgt (chemotherapie, doelgerichte therapie, immuuntherapie, hormonale therapie).
  • Let op dat u vatbaarder bent om een infectie op te lopen. Zeker tijdens de dip-periode. Blijf uit de buurt bij mensen die verkouden of ziek zijn.
  • Vermijd plekken waar veel mensen dicht bij elkaar komen. Bijvoorbeeld een concert of kroeg.
  • Bespreek met uw zorgverlener of het verstandig is om bepaalde vaccinaties te halen.

Laatst gewijzigd: 10-12-2025

Moe zijn

Tijdens de behandeling van kanker, kunt u zich erg moe voelen. Dit kan ook nog na de behandeling voorkomen. Moe zijn wordt veroorzaakt door de kanker zelf en/of door de bijwerkingen van de behandeling. Doordat u moe bent, lukt het niet meer om dagelijkse activiteiten, zoals bewegen, werk of hobby’s goed te kunnen doen. De klachten worden ook niet minder door rust en/of slaap. Na een activiteit heeft u meer of langer rust nodig. Het lukt niet goed meer om de dingen te doen die u graag wilt of moet doen.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • Weinig/geen energie hebben
  • Nergens zin in hebben
  • Prikkelbaar zijn
  • Meer willen slapen en/of meer moeite hebben met slapen
  • Last van stemmingswisselingen
  • Als u beweegt, bent u snel moe
  • Geheugen- en concentratieproblemen
  • Minder belangstelling hebben voor de omgeving

Deze klachten kunnen ook na de behandeling nog lang blijven duren. Soms een paar maanden, soms zelfs jaren. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies
  • Meld uw klachten aan uw zorgverlener. Deze kan uw klachten met u bespreken en samen met u bekijken wat er mogelijk is. Bij sommige klachten kan de arts u doorverwijzen voor een behandeling met cognitieve gedragstherapie (CGT). Bij deze vorm van therapie leert u hoe u beter met de klachten kan omgaan.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals wandelen of yoga, zorgt ervoor dat u zich minder moe voelt. Een (oncologisch) fysiotherapeut kan u hierbij helpen.
  • Eet gezond en veel eiwitten. Een diëtist kan u hierbij helpen.
  • Stel grenzen. Bepaal zelf waaraan u uw energie wil besteden.
  • Zoek balans en wissel momenten van inspanning en ontspanning/rust met elkaar af. Plan niet te veel activiteiten op één dag. En wissel dingen die u moet doen af met dingen waar u energie van krijgt. Zorg ook voor een goede verdeling van mentale, sociale en lichamelijke activiteiten over de dag en de week.
  • Probeer op vaste tijden naar bed te gaan en op te staan. Ook zijn er andere adviezen die ervoor kunnen zorgen dat u beter kunt slapen. Bijvoorbeeld door vlak voor het slapen niet meer naar fel licht van een tv of mobiel te kijken. Meer adviezen kunt u hier vinden. 
  • De app “Untire Now” is een app die u helpt tegen moe zijn bij kanker. In deze app krijgt u handige tips en adviezen die u kunnen helpen bij het omgaan met moe zijn.
  • Vraag familie, vrienden en kennissen om te helpen met dingen die u te vermoeiend vindt om te doen.

Kijk hier welke zorgverleners bij u in de buurt u kunnen helpen met moe zijn.

Voor het laatst gewijzigd: 7 juli 2025

Nierproblemen

Door de behandeling kunnen uw nieren beschadigen. Hierdoor kunnen de nieren afvalstoffen en andere schadelijke stoffen minder goed uit het bloed halen. Deze stoffen blijven dan langer in het lichaam.

 Uw zorgverlener controleert uw bloed om te zien of uw nieren goed werken. Werken uw nieren minder goed? Dan kan de arts de behandeling aanpassen. Meestal merkt u zelf niet dat uw nieren minder goed werken. Pas bij heel erge nierproblemen kunt u klachten krijgen.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • vocht vasthouden, te merken aan dikke vingers, dikke enkels of zwaarder worden
  • minder plassen dan normaal
  • hoofdpijn
  • moe zijn
  • kramp in de spieren
  • minder zin in eten
  • kortademig zijn
  • hoge bloeddruk
  • jeukende en/of droge huid
Advies
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water of thee.
  • Neem meteen contact op met uw zorgverlener als u:
    • Niet genoeg kunt drinken: minder dan 1,5 liter per dag.
    • Last heeft van uitdroging. Dit is bijvoorbeeld te merken aan een droge mond en droge huid. En aan weinig of niet kunnen plassen en donkerbruine plas.

Gewijzigd: 29 juli 2026

Pijn in spieren of gewrichten

Door de behandeling kunt u pijn krijgen in spieren en/of gewrichten.
De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • stijve spieren en/of gewrichten
  • stijf zijn, wat na bewegen verbetert
  • moeite met bewegen
  • gespannen gevoel in uw spieren
  • moe zijn
Advies
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen of fietsen, kan ervoor zorgen dat u minder last heeft van pijn in spieren of gewrichten. Een (oncologisch) fysiotherapeut kan u hierbij helpen. Vind er hier een bij u in de buurt.
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, sap of limonade.
  • Als u denkt over bijvoorbeeld acupunctuur, bespreek dit dan eerst met uw zorgverlener.
  • Neem een warme douche of gebruik een kruik.
  • Een massage of yoga kan helpen tegen pijn in de spieren of gewrichten.
  • Bespreek uw klachten met uw zorgverlener. Deze bekijkt samen met u wat er mogelijk is.
  • Neem meteen contact op met uw zorgverlener als u:
    • koorts heeft (38,5 graden of meer)
    • (rode/warme) zwelling heeft in uw gewrichten
    • minder kracht heeft in de spieren (bijvoorbeeld moeite met opstaan)
    • spierpijn heeft na immunotherapie

Laatst gewijzigd: 7 januari 2026

Zwelling van de borsten bij mannen

Door de behandeling kunt u als man een zwelling van de borsten krijgen. Dit komt doordat de hormonen in uw lichaam in de war raken. Hierdoor groeien de klieren in de borsten en worden de borsten groter.

De volgende klachten kunnen voorkomen: 

  • uw borsten worden dikker
  • een platte ronde bult in één of in beide borsten
  • pijnlijke borsten
Advies
  • Bespreek uw klachten met uw zorgverlener tijdens uw volgende afspraak. Deze bekijkt samen met u wat er mogelijk is.

Laatst gewijzigd: 13 augustus 2025

Pijnlijke mond

Door de behandeling tegen kanker kan het slijmvlies in de mond ontstoken en beschadigd raken. Dit wordt ook wel orale mucositis genoemd. Deze klachten verdwijnen weer na het stoppen met de behandeling. Hoe snel dat is hangt af van de behandeling die u heeft gehad.

De volgende klachten kunnen optreden:  

  • zweren/blaren in de mond
  • rood mondslijmvlies
  • zwelling van het tandvlees of mondslijmvlies
  • snel bloedend tandvlees
  • brandend gevoel in mond of keel
  • pijn in de mond 
  • problemen met slikken
  • problemen met eten
  • andere smaak
  • droge mond
Advies
  • Het is belangrijk om een goed verzorgd en gezond gebit te hebben voor de behandeling. Maak daarom bij voorkeur vóór de start van de behandeling een controleafspraak bij uw tandarts. Ga daarna ook regelmatig naar de tandarts. Moet u tijdens de behandeling naar de tandarts? Vertel dan altijd dat u behandeld wordt en noem de soort behandeling die u krijgt.
  • Spoel uw mond met kraanwater of zout water. Los voor zout water 1-2 theelepels zout op in 1 liter water. U mag meerdere keren per dag uw mond spoelen.
  • Zorg voor een goede mondhygiëne. Poets uw tanden 2-3x per dag. Gebruik hiervoor een zachte (elektrische) tandenborstel en tandpasta met fluoride. Is uw mondslijmvlies gevoelig? Gebruik dan een tandpasta met fluoride, maar zonder menthol of SLS. Menthol en SLS kunnen het mondslijmvlies irriteren en gevoeliger maken.
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee of bouillon.
  • Vermijd scherp gekruide producten, zure producten, erg zoute producten, dranken met prik, vruchtensappen, alcohol en sportdrank. 
  • Kies voor zacht en/of vloeibaar eten.
  • Neem bij de volgende klachten contact op met uw zorgverlener:
    • koorts (38,5 graden of meer)
    • bloedende zweren of blaren in de mond of keel
    • de pijn te erg wordt of u niet meer goed kunt eten, drinken en slikken

Neem bij twijfel altijd contact op met uw zorgverlener. Uw zorgverlener kan samen met u kijken wat er mogelijk is. U kunt bijvoorbeeld medicijnen tegen de pijn krijgen. 

Adviezen voor mensen met een kunstgebit:

  • Draag het kunstgebit niet in de nacht.  
  • Borstel het kunstgebit schoon met neutrale zeep. 
  • Als u last heeft van mucositis, draag het kunstgebit dan zo weinig mogelijk om de slijmvliezen genoeg rust te geven.  

 Kijk op kanker.nl welke zorgverleners bij u in de buurt u kunnen helpen met een pijnlijke mond.  

Laatst gewijzigd op 13 juli 2026

Psychische klachten

De diagnose kanker roept bij de meeste mensen angst en onzekerheid op. Sommige medicijnen kunnen ook psychische reacties geven. Klachten die hiermee gepaard gaan zijn:

  • verwardheid
  • angst
  • onrust
  • depressieve gevoelens
  • stemmingswisselingen
  • snel geïrriteerd zijn

Advies

Bespreek uw klachten met uw behandelend arts. Deze kan u verwijzen naar een psycholoog, psychotherapeut of psychiater. Kijk voor psychische zorg bij u in de buurt.