Bleomycine
Geselecteerde behandeling: chemotherapie
Veilig omgaan met uitscheiding
Resten van medicijnen verlaten uw lichaam via uitscheidingsproducten (ook wel excreta genoemd). Bijvoorbeeld via plas, poep of als u moet overgeven. (Huid)contact met deze stoffen kan schadelijk zijn.
De risico's voor uw omgeving zijn thuis klein. U mag anderen gewoon aanraken, knuffelen of zoenen. Dit is niet schadelijk. Ook niet voor baby’s, kinderen of zwangere vrouwen. Wel is het belangrijk om een aantal adviezen te volgen. Hoelang u deze adviezen moet volgen, verschilt per middel.
Lees hier meer over adviezen die u thuis kunt volgen.
Hoelang zijn beschermende maatregelen nodig?
- Bleomycine: 3 dagen
Bleomycine
Heeft u jeuk? Probeer niet te krabben. Door de behandeling met bleomycine kan de huid gevoeliger zijn en langzamer genezen. Krabben kan zorgen voor donkere strepen, verkleuringen en littekens op de huid. Dit kan blijvend zijn.
Gevolgen voor vruchtbaarheid en ongeboren kind
Deze informatie is relevant voor vrouwen én mannen in de vruchtbare leeftijd.
Vrouwen mogen tijdens de behandeling en ook in een bepaalde periode daarna meestal niet zwanger worden. Er kunnen
risico’s zijn voor het ongeboren kind. Bij mannen is minder goed bekend of een behandeling, zoals chemotherapie,
tijdelijk invloed kan hebben op de kwaliteit van het zaad en of dit risico’s met zich meebrengt voor het ongeboren
kind.
Ook kan de behandeling van kanker ervoor zorgen dat u (later) minder vruchtbaar bent of eerder in de overgang komt. Dit hangt af van het soort medicijnen, de combinatie van medicijnen, de dosering, het soort kanker en uw leeftijd.
Bespreek vóór de start van de behandeling wat dit in uw situatie betekent. Bijvoorbeeld of – en hoe lang – u
maatregelen moet nemen om een zwangerschap te voorkomen.
Heeft u een kinderwens? Bespreek dan met uw zorgverlener de mogelijkheid van invriezen van sperma of eicellen vóór
het starten van de behandeling.
Middelen met hun bijwerkingen
Bleomycine (chemotherapie)
Bijwerkingen en adviezen
Haarproblemen
Door de behandeling kan uw haar veranderen.
haaruitval
Door de behandeling kan uw haar uitvallen. U kunt daardoor kaal worden. Niet alleen het haar op uw hoofd kan uitvallen, maar ook haar op uw gezicht en lichaam. Meestal begint het haar enkele weken na start van de behandeling uit te vallen.
Haaruitval door de behandeling is meestal tijdelijk. Na het stoppen van de behandeling begint het haar binnen enkele weken tot maanden weer te groeien. Het haar kan er anders uitzien dan eerst. De kleur kan bijvoorbeeld anders zijn, het haar kan steiler zijn of juist meer krullen hebben.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- gevoelige of pijnlijke hoofdhuid
- droge hoofdhuid of jeuk
- emotionele klachten zoals het omgaan met verandering in uiterlijk.
Advies
- Haaruitval kan verminderd of soms voorkomen worden door uw hoofdhuid te koelen. Door de hoofdhuid te koelen tijdens de behandeling, stroomt er minder bloed naar de hoofdhuid. Hierdoor beschadigen de haarzakjes minder erg en heeft u minder last van haaruitval. Bespreek met uw zorgverlener of u hoofdhuidkoeling kunt krijgen. Dit is afhankelijk van de soort chemotherapie en de dosering. Voor meer informatie kijkt u hier.
- Wees voorzichtig bij het borstelen en wassen van uw haar en hoofdhuid. Gebruik een milde shampoo voor het wassen en was het haar niet vaker dan 2 keer per week.
- Gebruik geen föhn, stijltang, haarklemmen of producten zoals gel die uw hoofdhuid kunnen beschadigen.
- Bescherm de hoofdhuid tegen de zon met een hoedje of pet. Of smeer uw hoofdhuid in met zonnebrandcrème (minimaal factor 30).
- Draag bij koud weer een muts of sjaal om uw hoofd te bedekken. Kies zachte stoffen en materialen.
- Een slaapmuts kan helpen tegen irritatie van de hoofdhuid tijdens het slapen.
- U kunt het haar alvast kort knippen of scheren voordat het begint uit te vallen. Mogelijk ervaart u dan minder ongemak als het begint uit te vallen.
- U kunt een haarwerk of andere hoofdbedekking opzetten als u dat wil. Soms wordt dit vergoed door uw zorgverzekeraar. Een haarwerkspecialist kan u helpen bij het kiezen van een haarstukje, haarwerk of toupim bijvoorbeeld.
- Praat met mensen om u heen als u emotionele klachten ervaart door haaruitval.
- Look Good Feel Better kan u helpen met praktische tips over make-up, huidverzorging en haarwerken. Kijk hier voor meer informatie.
Laatst gewijzigd: 7 januari 2026
Huidproblemen
Door de behandeling kan de huid geïrriteerd raken.
verkleuren van de huid
Door de behandeling kan uw huid van kleur veranderen. Deze veranderingen zijn meestal onschuldig, maar het kan er voor u minder mooi uitzien. Meestal verdwijnen de klachten binnen een paar weken tot maanden nadat de behandeling is gestopt.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- gele of bleke kleur van de huid
- donkere vlekjes op de huid
- lichte vlekjes op de huid
- donkerdere handlijnen en nagels
- bij een infuus: donkerder kleuren van de bloedvaten waar het infuus heeft gezeten
- bij immunotherapie: witte plekken op de huid
Advies
- Uv-licht kan ervoor zorgen dat donkere vlekken op de huid nog donkerder worden en lichte vlekken meer opvallen. Bescherm uw huid daarom tegen de zon:
- draag bedekkende kleding, zoals een shirt met lange mouwen, een hoed of pet en een zonnebril.
- blijf uit de zon, vooral tussen 12 en 15 uur.
- smeer zonnebrandcrème met minimaal factor 30. Smeer uw huid hiermee elke 2 uur in. Smeer ook opnieuw na het zwemmen of als u veel heeft gezweet.
- Ga ook niet onder de zonnebank.
- Gebruik een vette crème of lotion zonder parfum.
- Gebruik geen producten met alcohol op de huid, zoals parfum en aftershave.
- Wilt u vlekken of kleurverschillen minder zichtbaar maken? Bespreek dan met uw zorgverlener of camouflerende crème of medische camouflage kan helpen.
- Vertel het altijd aan uw zorgverlener als u nieuwe verkleuringen krijgt of als verkleuringen snel veranderen.
Gewijzigd: 22 juli 2026
huiduitslag
Door de behandeling kunt u huiduitslag krijgen. Dit kan over uw hele huid voorkomen. Het kan ook op één plek zitten, bijvoorbeeld op uw borst
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- rode huid
- jeuk
- bultjes op de huid
- dikke huid
- blaren of blaasjes op de huid
- wondjes en korstjes op de huid
Advies
- Neem meteen contact op met uw zorgverlener als u blaren of blaasjes heeft.
- Verzorg uw huid goed. Was de huid met lauw water. Gebruik geen zeep of weinig zeep.
- Gebruik geen producten met alcohol op de huid, zoals parfum en aftershave.
- Scheer de huid niet op de plek waar de huiduitslag zit.
- Blijf uit de zon, vooral tussen 12 en 15 uur.
- Smeer zonnebrandcrème met minimaal factor 30. Smeer uw huid hiermee elke 2 uur in. Smeer ook opnieuw na het zwemmen of als u veel heeft gezweet.
- Draag geen strakke kleren of strakke schoenen.
- Gebruik koelkompressen om de klachten tijdelijk te verminderen.
- Gebruik een vette crème of lotion zonder parfum. Bijvoorbeeld koelzalf of cetomacrogolcrème. Dit kunt u kopen bij de drogist of apotheek. Dit voorkomt de huiduitslag niet, maar kan wel helpen bij klachten.
- Vertel het altijd aan uw zorgverlener als u huiduitslag heeft.
Gewijzigd: 22 juli 2026
Longklachten
Door de behandeling kunnen de longen worden aangetast en kan de longfunctie verminderen.
Klachten kunnen zijn:
- hoesten zonder opgeven van slijm
- kortademigheid, eerst bij lichamelijke inspanning en later ook in rust
- moeizame ademhaling
- druk op de borst
- vermoeidheid
- benauwdheid
- snelle ademhaling
- koorts (bijvoorbeeld bij een longontsteking)
Advies
Sommige longklachten (zoals longontsteking, longoedeem of longembolie) zijn ernstig, maar geven dezelfde klachten als minder ernstige longklachten. Meld daarom klachten altijd bij uw behandeld arts.
Maag-darmklachten
Door de behandeling kunt u last krijgen van maag-darmklachten. Dit zijn klachten die te maken hebben met het spijsverteringskanaal. Deze loopt van de mond tot en met de anus. Klachten kunnen zijn: een ander ontlastingspatroon, maag- of buikpijn, opgeblazen gevoel of winderigheid.
misselijk zijn en overgeven
Door de behandeling kunt u misselijk worden en overgeven. Het hangt af van de kankersoort en behandeling hoeveel last u hiervan heeft.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- kokhalzen en overgeven
- minder zin in eten
- maagklachten, zoals een vol gevoel of pijn in de maag
- buikpijn en/of buikkrampen
- opgezette buik
Misselijk zijn en overgeven zijn vervelende bijwerkingen en kunnen u beperken in uw dagelijks leven. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.
Advies
- Het is belangrijk dat u uw medicijnen altijd inneemt zoals u met uw zorgverlener hebt besproken. Houdt u aan de vaste tijden om uw medicijnen in te nemen, ook als u niet misselijk bent.
- Door het overgeven verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
- Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
- Forceer het eten niet. Eet op momenten wanneer u minder misselijk bent en pauzeer bij hevige misselijkheid.
- Eet geen vet, gefrituurd, zoet, zuur of scherp gekruid eten.
- Vermijd sterke geuren tijdens het eten. Als de geur van eten u stoort, vraag anderen om het eten klaar te maken.
- Als de geur van eten u stoort, probeer dan eten te eten dat koud is of op kamertemperatuur is.
- Maak het eten zo ontspannen mogelijk. Voor sommige mensen is het fijn om afleiding te hebben van de televisie, muziek of gezelschap. Anderen vinden het juist fijn om in een rustige ruimte te eten.
- Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen of yoga, kan ervoor zorgen dat u minder last heeft van misselijk zijn en overgeven.
- Doe ontspanningsoefeningen. Massages, luisteren naar muziek en mediteren kunnen helpen tegen misselijk zijn.
- Wilt u acupunctuur of acupressuur proberen? Bespreek dit dan eerst met uw arts.
- Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
- langer dan 24 uur moet overgeven.
- niet voldoende kunt drinken (minder dan 1,5 liter per dag) en/of als u last heeft van uitdroging. Dit is bijvoorbeeld te merken aan een droge mond en droge huid. En aan weinig of niet kunnen plassen en donkerbruine plas.
Uw zorgverlener kan samen met u kijken wat er mogelijk is. Dit hangt af van uw klachten. U kunt bijvoorbeeld extra medicijnen krijgen tegen het misselijk zijn.
Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen als u last heeft van misselijk zijn en overgeven. Vind hier een dietist bij u in de buurt die u kan helpen met deze klachten.
Laatst gewijzigd op 15 april 2025
minder zin in eten
Uw behandeling kan ervoor zorgen dat u minder zin hebt in eten. Meestal is dit tijdelijk. Als u last heeft van minder zin in eten, kunnen de volgende klachten optreden:
- minder eten dan normaal, of helemaal niet eten
- weinig of geen interesse in eten
- afvallen
- andere smaak
- moe zijn
Het is belangrijk om genoeg energie (calorieën), eiwitten, vocht en voedingsstoffen zoals vitamines en mineralen binnen te krijgen. Hieronder vindt u adviezen over wat u kunt doen als u minder zin heeft in eten.
Advies
- Eet wanneer u honger heeft. U hoeft niet te wachten op vaste eetmomenten.
- Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
- Kies voor energierijke voeding en volle producten.
- Probeer ander eten uit dan normaal of maak het eten op een andere manier klaar.
- Zorg dat u een (energierijk) tussendoortje bij u heeft als u ergens naar toe gaat.
- Drinken gaat soms makkelijker dan eten. U kunt bijvoorbeeld een smoothie drinken met kwark, fruit en wat havermout.
- Probeer vlak voor of tijdens een maaltijd niet veel te drinken, daardoor neemt de eetlust af.
- Als de geur van eten u stoort, probeer dan eten te eten dat koud is of op kamertemperatuur is.
- Maak de maaltijden zo ontspannen mogelijk. Voor sommige mensen is het fijn om afleiding te hebben van de televisie, muziek of gezelschap. Anderen vinden het juist fijn om in een rustige ruimte te eten.
- Bespreek uw klachten met uw zorgverlener. Deze gaat samen met u bekijken wat er mogelijk is.
Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen als u minder eetlust heeft.
Kijk hier welke diëtisten bij u in de buurt u kunnen helpen met uw klachten.
Laatst gewijzigd op 06-01-2025
Verandering aan de nagels
De behandeling kan effect hebben op uw nagels. Klachten treden meestal een paar weken na het starten van de behandeling op. Uw nagels kunnen:
- minder hard groeien
- witte lijnen krijgen
- droger, brozer en/of zachter worden
- verkleuren
- splijten, breken en/of loslaten
De veranderingen aan de nagels ontstaan heel geleidelijk en verdwijnen meestal ook weer langzaam na de behandeling.
Een vervelende en pijnlijke bijwerking is een nagelriemontsteking. Uw vinger of teen is dan rood, pijnlijk en vaak ook warm en gezwollen, soms met pus gevuld.
Meld deze klacht meteen aan uw behandelend arts of oncologieverpleegkundige. Dat kan verergering voorkomen. Een verwaarloosde nagelriemontsteking kan leiden tot bloedvergiftiging.
Advies
- knip nagels niet te kort.
- knip de nagels recht af.
- vijl 1 richting op, niet heen-en-weer. De kans op scheurtjes is dan kleiner.
- gebruik een vijl of nagelschaar om gebroken of gescheurde nagels glad te krijgen. Scheur ze niet verder af.
- u kunt uw nagels gewoon lakken. Bij broze nagels kunt u een nagelversterker gebruiken.
- gebruik liever geen kunstnagels. Ze kunnen uw nagels beschadigen. Bovendien is de lijm en remover die u nodig heeft, niet goed voor uw nagels.
- smeer nagelriemen in met antiseptische crèmes.
- als u veel problemen met de nagels heeft, overleg dan met uw behandelende arts over het inschakelen van een manicure en/of pedicure
- vind in de Verwijsgids Kanker een oncologisch voetverzorger in de buurt
- vind in de Verwijsgids Kanker een oncologisch handzorgverlener in de buurt
Afvallen
Tijdens de behandeling kunt u gewicht verliezen. Afvallen kan het gevolg zijn van:
- een pijnlijke mond (ontstekingen van mondslijmvlies) waardoor eten moeilijker wordt
- sterk verminderde eetlust, door misselijkheid of veranderde reuk- en smaak
- maagdarmproblemen: vertraagde maagontlediging (uw eten verteert slecht of kan niet goed door de maag passeren), buikpijn, verstopping of diarree
- eten niet binnen kunnen houden door braken
Advies
Overleg met uw behandelend arts welke van de onderstaande adviezen bruikbaar zijn voor u.
- neem eten wat u lekker vindt en waarvan u kunt genieten, want het genot van eten en drinken is minstens zo belangrijk
- drink voldoende, minstens 1,5 - 2 liter per dag; dit zijn 10-12 glazen.
- neem geen grote maaltijden ineens, maar vaak kleine en voedzame beetjes
U kunt bij uw arts vragen naar een doorverwijzing naar een diëtist.
Kijk hier voor gespecialiseerde diëtisten bij u in de buurt.
Leer hier meer over voeding en kanker
Laatst gewijzigd: 15 april 2026
Longklachten bij toediening van zuurstof
Krijgt u een bepaald soort oncologisch geneesmiddel, dan kunnen ernstige longproblemen ontstaan als u zuurstof krijgt toegediend.
Advies
- wanneer u klachten krijgt die wijzen op longproblemen, meldt dit dan aan uw arts
- mocht u een operatie ondergaan dan is het belangrijk dat u vermeldt met welke oncologisch middelen u behandeld bent geweest. Bij een algehele narcose wordt immers zuurstof (beademing) toegediend.
- draag een S.O.S-kaartje bij u, waarop staat vermeld welk medicijn u krijgt of heeft gekregen
Pijnlijke mond
Door de behandeling tegen kanker kan het slijmvlies in de mond ontstoken en beschadigd raken. Dit wordt ook wel orale mucositis genoemd. Deze klachten verdwijnen weer na het stoppen met de behandeling. Hoe snel dat is hangt af van de behandeling die u heeft gehad.
De volgende klachten kunnen optreden:
- zweren/blaren in de mond
- rood mondslijmvlies
- zwelling van het tandvlees of mondslijmvlies
- snel bloedend tandvlees
- brandend gevoel in mond of keel
- pijn in de mond
- problemen met slikken
- problemen met eten
- andere smaak
- droge mond
Advies
- Het is belangrijk om een goed verzorgd en gezond gebit te hebben voor de behandeling. Maak daarom bij voorkeur vóór de start van de behandeling een controleafspraak bij uw tandarts. Ga daarna ook regelmatig naar de tandarts. Moet u tijdens de behandeling naar de tandarts? Vertel dan altijd dat u behandeld wordt en noem de soort behandeling die u krijgt.
- Spoel uw mond met kraanwater of zout water. Los voor zout water 1-2 theelepels zout op in 1 liter water. U mag meerdere keren per dag uw mond spoelen.
- Zorg voor een goede mondhygiëne. Poets uw tanden 2-3x per dag. Gebruik hiervoor een zachte (elektrische) tandenborstel en tandpasta met fluoride. Is uw mondslijmvlies gevoelig? Gebruik dan een tandpasta met fluoride, maar zonder menthol of SLS. Menthol en SLS kunnen het mondslijmvlies irriteren en gevoeliger maken.
- Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee of bouillon.
- Vermijd scherp gekruide producten, zure producten, erg zoute producten, dranken met prik, vruchtensappen, alcohol en sportdrank.
- Kies voor zacht en/of vloeibaar eten.
- Neem bij de volgende klachten contact op met uw zorgverlener:
- koorts (38,5 graden of meer)
- bloedende zweren of blaren in de mond of keel
- de pijn te erg wordt of u niet meer goed kunt eten, drinken en slikken
Neem bij twijfel altijd contact op met uw zorgverlener. Uw zorgverlener kan samen met u kijken wat er mogelijk is. U kunt bijvoorbeeld medicijnen tegen de pijn krijgen.
Adviezen voor mensen met een kunstgebit:
- Draag het kunstgebit niet in de nacht.
- Borstel het kunstgebit schoon met neutrale zeep.
- Als u last heeft van mucositis, draag het kunstgebit dan zo weinig mogelijk om de slijmvliezen genoeg rust te geven.
Kijk op kanker.nl welke zorgverleners bij u in de buurt u kunnen helpen met een pijnlijke mond.
Laatst gewijzigd op 13 juli 2026