bijwerkingen bij kanker

Patiënteninformatie over bijwerkingen van oncologische middelen met bijbehorende adviezen

Geselecteerde behandeling: immunotherapie

Inleiding

U begint binnenkort met een behandeling voor kanker in Rijnstate. U heeft eerst een gesprek met de verpleegkundige of verpleegkundig specialist.

Op deze pagina leest u:

  • Over de behandeling
  • Uw behandelschema: uitleg over de medicijnen waarmee u behandeld wordt en de afspraken rondom de kuur
  • Een lijst met bijwerkingen die vaak voorkomen bij uw behandeling
  • Adviezen hoe u met de bijwerkingen om kunt gaan.

Verder krijgt u in Mijn Rijnstate een:

  • Folder over uw behandeling.
  • Folder over wat u zelf kunt doen om de behandeling goed te doorstaan en welke ondersteunende zorg u kunt krijgen.
  • Indien van toepassing: filmpje over de oncologische afdeling

Lees deze informatie voor het gesprek met de verpleegkundige of verpleegkundig specialist goed door.

U kunt hier dan vragen over stellen. Schrijf vragen van tevoren op. Zo komt u goed voorbereid naar het gesprek.

De genoemde bijwerkingen kunnen voorkomen, maar dat hoeft niet.

Het kan ook zijn dat u bijwerkingen ervaart die niet genoemd zijn. Bespreek deze met uw zorgverlener.

U kunt moe zijn van de behandeling of de ziekte. Lees hier meer informatie en adviezen.

U heeft regelmatig een (bel)afspraak met uw zorgverlener.

U bespreekt dan hoe het met u gaat en of de behandeling door kan gaan. Ook wordt er regelmatig bloed geprikt. Meestal is dit voor de volgende behandeling.       

Check of u zich moet inenten tegen griep en COVID-19.

Dit gaat via de huisarts en/of de GGD, in oktober of november. Voor ouderen is er ook een vaccinatie tegen pneumokokken. Overleg bij andere vaccinaties altijd eerst met uw zorgverlener of u deze mag nemen tijdens de behandeling.

Meer adviezen bij deze vaccinaties vindt u hier.

Meer informatie

Wilt u meer weten over patiëntverenigingen of ondersteunende zorg? Klik dan hier.

Algemene informatie

Wanneer neemt u contact met ons op?

Bij klachten kunt u contact met Rijnstate opnemen. Lees hier bij welke klachten u contact met Rijnstate moet opnemen en hoe wij bereikbaar zijn.

Dagbehandeling

De behandeling is normaal gesproken op de Dagbehandeling  (route 60).  Uw afspraak vindt u in Mijn Rijnstate terug onder ‘Afspraken'.

Soms kan de behandeling eenmalig op de verpleegafdeling zijn. Deze afspraak vindt u in Mijn Rijnstate terug onder ‘Opnames'.

Bloedprikken

U gaat 2 werkdagen vóór de nieuwe behandeling bloedprikken bij een prikpost van Rijnstate of DICOON. Kijk op www.rijnstate.nl/bloedafname.

  • Wilt u bloedprikken in Rijnstate Arnhem, Elst of Zevenaar? Maak dan een afspraak via Mijn Rijnstate. Dit voorkomt lange wachttijden.
  • Is uw behandeling op maandag? Laat dan op vrijdag bloedprikken, voor 10.00 uur.
  • Is uw behandeling op dinsdag? Laat dan op maandag bloedprikken, voor 10.00 uur.
  • Is uw behandeling op woensdag, donderdag of vrijdag? Laat dan 2 werkdagen van te voren bloedprikken.

U hoeft niet nuchter te zijn voor het bloed prikken, tenzij u een andere instructie krijgt. Als uw bloedwaarden afwijken, moeten we de kuur uitstellen. We bellen dan vóór de volgende behandeling. U krijgt een nieuwe datum voor de behandeling.

Multivitamines

Het kan zijn dat u tijdelijk niet voldoende vitamines en mineralen binnenkrijgt met het eten. U kan dan gebruik maken van een multivitaminepreparaat. Het advies is om niet meer dan 100% van de ADH (= Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid) te nemen. Kijk hiervoor op de verpakking.

Het gebruik van hoge doseringen vitamines en mineralen kan schadelijk zijn tijdens chemotherapie, immunotherapie en doelgerichte therapie of de werking hiervan verminderen. Dit geldt zeker voor hoge doseringen anti-oxidanten.

Als u aanvullende drinkvoeding gebruikt, wordt hiermee ook de inname van vitamines en mineralen aangevuld. Dan wordt het gebruik van een multivitaminepreparaat afgeraden.

Supplementen

Sint Janskruid

Neem geen supplementen of thee met Sint Janskruid tijdens uw behandeling. Sint Janskruid kan de werking van de behandeling verstoren.

Fruitsoorten

De volgende fruitsoorten mag u tijdens de hele behandeling niet eten:

  • Grapefruit
  • Mineola
  • Pomelo
  • Ugli
  • Zure sinaasappel (ook wel Sevilla sinaasappel genoemd)
  • Tangelo
  • Bittersinaasappel

Deze fruitsoorten kunnen de werking van de behandeling verstoren.

U mag wel normale sinaasappels, mandarijnen en citroenen eten of het sap drinken.

Neem geen probiotica tijdens de behandeling

  • Probiotica zijn supplementen of voedingsmiddelen zoals Yakult of Activia.
  • Het is niet zeker of probiotica veilig of zinvol zijn tijdens de behandeling

Neem wel vezelrijke voeding. Dit helpt het herstel van de darmen. Ook kan het helpen om klachten tijdens de behandeling te voorkomen of te verminderen.

Behandelschema

Deze kuur bestaat uit één medicijn. Daarnaast kunnen nog enkele andere medicijnen voorgeschreven worden. Klik hier om te zien welke medicijnen u op dag 1 moet innemen. 

De kuur duurt 2 maanden. U krijgt 1 keer per 2 maanden een behandeling in Rijnstate. 

Voetnoot behandelplan

Bijwerkingen ondersteunende medicatie

U krijgt naast de kuur ondersteunende medicijnen. Deze medicijnen verminderen de bijwerkingen. Deze ondersteunende medicijnen kunnen ook bijwerkingen geven. Het is belangrijk dat u de medicijnen blijft nemen zoals voorgeschreven. Lees hier meer over de bijwerkingen van ondersteunende medicatie.

Hoelang zijn beschermende maatregelen nodig?

  • Rituximab: geen risico

Gevolgen voor vruchtbaarheid en ongeboren kind

Deze informatie is relevant voor vrouwen én mannen in de vruchtbare leeftijd.
Vrouwen mogen tijdens de behandeling en ook in een bepaalde periode daarna meestal niet zwanger worden. Er kunnen risico’s zijn voor het ongeboren kind. Bij mannen is minder goed bekend of een behandeling, zoals chemotherapie, tijdelijk invloed kan hebben op de kwaliteit van het zaad en of dit risico’s met zich meebrengt voor het ongeboren kind.

Ook kan de behandeling van kanker ervoor zorgen dat u (later) minder vruchtbaar bent of eerder in de overgang komt. Dit hangt af van het soort medicijnen, de combinatie van medicijnen, de dosering, het soort kanker en uw leeftijd.

Bespreek vóór de start van de behandeling wat dit in uw situatie betekent. Bijvoorbeeld of – en hoe lang – u maatregelen moet nemen om een zwangerschap te voorkomen.
Heeft u een kinderwens? Bespreek dan met uw zorgverlener de mogelijkheid van invriezen van sperma of eicellen vóór het starten van de behandeling.

Bijwerkingen en adviezen

Grieperig voelen

Door de behandeling kunt u zich grieperig voelen. Dit begint meestal enkele uren na de behandeling en houdt ongeveer 1 tot 2 dagen aan. De klachten verdwijnen meestal vanzelf.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • koorts (38,5 graden of meer)
  • koude rillingen (klappertanden en rillen)
  • ziek voelen
  • hoofdpijn
  • spierpijn
  • minder zin in eten
  • hoesten, keelpijn
  • moe zijn
  • misselijk zijn en overgeven
  • diarree
Advies
  • Als de volgende klachten beginnen enkele dagen na de behandeling, neem dan direct contact op met uw zorgverlener:
    • koorts (38,5 graden of meer)
    • koude rillingen (klappertanden en rillen)
  • Heeft uw zorgverlener gezegd dat u paracetamol mag gebruiken? Neem dan 2 tabletten van 500 mg per keer. Niet vaker dan 4 keer per 24 uur. Gebruikt u paracetamol bij koorts? Meet dan wel van tevoren uw temperatuur. Als u geen koorts meer heeft, hoeft u ook geen paracetamol meer te gebruiken.
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
  • Rust genoeg. Zoek balans en wissel momenten van inspanning en ontspanning/rust met elkaar af.
  • Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.

Laatst gewijzigd: 6 mei 2025

Haarproblemen

Door de behandeling kan uw haar veranderen. 

veranderingen aan het haar

Door de behandeling kan uw haar veranderen. Het haar op uw hoofd kan dunner worden. Het kan ook lichter of wit worden. Soms gaat het haar krullen. Haar op andere plekken van uw lichaam kan ook veranderen. Er kan bijvoorbeeld haar in uw gezicht groeien. Soms worden uw wimpers of wenkbrauwen langer. U kunt zelf niks doen aan de veranderingen aan uw haar.

Advies
  • Praat met mensen om u heen als u verdrietig bent of zich zorgen maakt door de veranderingen aan uw haar.

 Adviezen dunner haar:

  • Borstel en was uw haar en hoofdhuid voorzichtig. Gebruik een milde shampoo. Was uw haar niet vaker dan 2 keer per week.
  • Gebruik geen föhn, stijltang, haarklemmen of producten zoals gel. Deze kunnen uw hoofdhuid beschadigen.
  • Bescherm de hoofdhuid tegen de zon met een hoedje of pet, of smeer uw hoofdhuid in met zonnebrandcrème (minimaal factor 30).
  • Draag bij koud weer een muts of sjaal om uw hoofd te bedekken. Kies zachte stoffen en materialen.

Look Good Feel Better kan u helpen met praktische tips over make-up, huidverzorging en haarwerken. Kijk hier voor meer informatie.

Gewijzigd: 29 juli 2026

Huidproblemen

Door de behandeling kan de huid geïrriteerd raken.

huiduitslag

Door de behandeling kunt u huiduitslag krijgen. Dit kan over uw hele huid voorkomen. Het kan ook op één plek zitten, bijvoorbeeld op uw borst

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • rode huid
  • jeuk
  • bultjes op de huid
  • dikke huid
  • blaren of blaasjes op de huid
  • wondjes en korstjes op de huid
Advies
  • Neem meteen contact op met uw zorgverlener als u blaren of blaasjes heeft.
  • Verzorg uw huid goed. Was de huid met lauw water. Gebruik geen zeep of weinig zeep.
  • Gebruik geen producten met alcohol op de huid, zoals parfum en aftershave.
  • Scheer de huid niet op de plek waar de huiduitslag zit.
  • Blijf uit de zon, vooral tussen 12 en 15 uur.
  • Smeer zonnebrandcrème met minimaal factor 30. Smeer uw huid hiermee elke 2 uur in. Smeer ook opnieuw na het zwemmen of als u veel heeft gezweet.
  • Draag geen strakke kleren of strakke schoenen.
  • Gebruik koelkompressen om de klachten tijdelijk te verminderen.
  • Gebruik een vette crème of lotion zonder parfum. Bijvoorbeeld koelzalf of cetomacrogolcrème. Dit kunt u kopen bij de drogist of apotheek. Dit voorkomt de huiduitslag niet, maar kan wel helpen bij klachten.
  • Vertel het altijd aan uw zorgverlener als u huiduitslag heeft.

Gewijzigd: 22 juli 2026

jeuk

Door de behandeling kunt u last krijgen van jeuk. Dit kan ongemakkelijk en vervelend zijn. Bij jeuk heeft u de drang om te krabben of te wrijven. Jeuk kan voorkomen over het hele lichaam of op een stuk van het lichaam.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • een rode huid of huiduitslag
  • slecht slapen
  • psychische klachten
Advies
  • Probeer niet te krabben of wrijven. Zorg voor afleiding zoals muziek of ontspanningsoefeningen.
  • Probeer de huid zo min mogelijk uit te drogen. Dit doet u door:
    • niet te vaak en niet te lang te douchen of baden.
    • lauw water te gebruiken.
    • geen of weinig zeep te gebruiken.
  • Droog de huid na het douchen voorzichtig af. Dep uw huid droog.
  • Gebruik geen producten met alcohol op de huid, zoals parfum en aftershave.
  • Gebruik een crème of lotion zonder parfum. Gebruik bijvoorbeeld koelzalf, cetomacrogolcrème of vaseline. Dit kunt u kopen bij de drogist of apotheek.
  • Vermijd irritatie van de huid waar het jeukt. Draag loszittende kleding en kleding van katoen of andere zachte stoffen.
  • Bespreek uw klachten met uw zorgverlener tijdens uw volgende afspraak. Heeft u veel last van de klachten en merkt u dat ze uw dagelijks leven moeilijk maken? Neem dan eerder contact op met uw zorgverlener. Deze gaat samen met u bekijken wat er mogelijk is. 

Laatst gewijzigd: 15 juli 2025

Maag-darmklachten

Door de behandeling kunt u last krijgen van maag-darmklachten. Dit zijn klachten die te maken hebben met het spijsverteringskanaal. Deze loopt van de mond tot en met de anus. Klachten kunnen zijn: een ander ontlastingspatroon, maag- of buikpijn, opgeblazen gevoel of winderigheid.

misselijk zijn en overgeven

Door de behandeling kunt u misselijk worden en overgeven. Het hangt af van de kankersoort en behandeling hoeveel last u hiervan heeft.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • kokhalzen en overgeven
  • minder zin in eten
  • maagklachten, zoals een vol gevoel of pijn in de maag
  • buikpijn en/of buikkrampen
  • opgezette buik

Misselijk zijn en overgeven zijn vervelende bijwerkingen en kunnen u beperken in uw dagelijks leven. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies
  • Het is belangrijk dat u uw medicijnen altijd inneemt zoals u met uw zorgverlener hebt besproken. Houdt u aan de vaste tijden om uw medicijnen in te nemen, ook als u niet misselijk bent.
  • Door het overgeven verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
  • Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
  • Forceer het eten niet. Eet op momenten wanneer u minder misselijk bent en pauzeer bij hevige misselijkheid.
  • Eet geen vet, gefrituurd, zoet, zuur of scherp gekruid eten.
  • Vermijd sterke geuren tijdens het eten. Als de geur van eten u stoort, vraag anderen om het eten klaar te maken.
  • Als de geur van eten u stoort, probeer dan eten te eten dat koud is of op kamertemperatuur is.
  • Maak het eten zo ontspannen mogelijk. Voor sommige mensen is het fijn om afleiding te hebben van de televisie, muziek of gezelschap. Anderen vinden het juist fijn om in een rustige ruimte te eten.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen of yoga, kan ervoor zorgen dat u minder last heeft van misselijk zijn en overgeven.
  • Doe ontspanningsoefeningen. Massages, luisteren naar muziek en mediteren kunnen helpen tegen misselijk zijn.
  • Wilt u acupunctuur of acupressuur proberen? Bespreek dit dan eerst met uw arts.
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • langer dan 24 uur moet overgeven.
    • niet voldoende kunt drinken (minder dan 1,5 liter per dag) en/of als u last heeft van uitdroging. Dit is bijvoorbeeld te merken aan een droge mond en droge huid. En aan weinig of niet kunnen plassen en donkerbruine plas.

Uw zorgverlener kan samen met u kijken wat er mogelijk is. Dit hangt af van uw klachten. U kunt bijvoorbeeld extra medicijnen krijgen tegen het misselijk zijn.

Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen als u last heeft van misselijk zijn en overgeven. Vind hier een dietist bij u in de buurt die u kan helpen met deze klachten.

Laatst gewijzigd op 15 april 2025

Minder bloedcellen

In het beenmerg worden nieuwe bloedcellen aangemaakt. Door de behandeling kan de aanmaak van nieuwe bloedcellen door het beenmerg verminderen. Dan treedt een tekort aan verschillende bloedcellen op. Meestal merkt u daar weinig of niets van, maar het is wel belangrijk te weten op welke signalen of veranderingen u moet letten.

te weinig bloedplaatjes

Door de behandeling kunt u tijdelijk te weinig bloedplaatjes in uw bloed hebben. Dit heet ook wel trombocytopenie. Bloedplaatjes zijn belangrijk voor de bloedstolling. Ze zorgen dat er een korstje op een wond komt. Bij te weinig bloedplaatjes blijven wondjes langer bloeden. Ook krijgt u sneller blauwe plekken.

Uw zorgverlener controleert uw bloed. Als het aantal bloedplaatjes in het bloed te laag wordt, kan de arts dit gaan behandelen. Zelf kunt u niets doen om een tekort te voorkomen.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • blauwe plekken zonder dat u zich heeft gestoten
  • snel een bloedneus krijgen. Ook duurt het soms lang voor de bloedneus over is.
  • bloedend tandvlees of een bloedblaar in de mond
  • bloed in de plas of poep, bij hoesten of overgeven
  • rode puntvormige bloedinkjes op de huid
  • meer bloedverlies als u ongesteld bent
  • hoofdpijn of wazig zien
  • in de war of duizelig zijn
Advies
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • een bloeding heeft die niet stopt.
    • rode puntvormige bloedinkjes op de huid heeft.
    • hevige hoofdpijn heeft, minder goed ziet, problemen met uw evenwicht heeft, in de war of slap bent.
  • Heeft u een wondje? Druk dit dan een paar minuten stevig dicht. Liefst met een steriel gaasje. Krab korstjes niet open.
  • Pas op met stoten. Zo voorkomt u blauwe plekken. Kijk ook uit met sport of activiteiten waarbij u meer kans heeft om gewond te raken.
  • Draag buiten altijd schoenen.
  • Zorg ervoor dat poepen makkelijk gaat. Eet genoeg vezels. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen.
  • Gebruik verzorgingsproducten tegen een droge huid of lippen.
  • Gebruik bij het scheren liever een elektrisch scheerapparaat in plaats van een mesje.
  • Gebruik bij het tandenpoetsen een zachte (elektrische) tandenborstel. Wees voorzichtig met flosdraad, ragers en tandenstokers.
  • Vertel bij een bezoek aan uw tandarts of mondhygiënist dat u een behandeling krijgt waardoor u sneller kunt gaan bloeden.

Laatst gewijzigd: 16 oktober 2025

te weinig witte bloedcellen

Witte bloedcellen zijn belangrijk in het afweersysteem van het lichaam. Ze helpen om infecties tegen te gaan. Door de behandeling kunt u een tekort aan witte bloedcellen in uw bloed hebben. Dit heet ook wel neutropenie of in de dip-periode zitten. Wanneer de dip optreedt en hoelang deze duurt hangt af van de behandeling.

Uw zorgverlener controleert uw bloed. Als het aantal witte bloedcellen in het bloed te laag wordt, kan de arts de behandeling aanpassen. Zelf kunt u niets doen om een tekort te voorkomen.

In de dipperiode bent u het meest vatbaar voor infecties. Bij een infectie kunnen de volgende klachten voorkomen:

  • koorts (38,5 graden of meer)
  • koude rillingen en/of zweten
  • grieperig voelen
  • buikpijn
  • diarree
  • hoesten, soms met slijm
  • benauwd of kortademig zijn
  • pijn in de mond of keel, pijn bij het slikken
  • oorpijn
  • pijn bij het plassen, vaak (kleine beetjes) plassen, troebele of stinkende plas
  • hoofdpijn en/of een stijve nek
Advies
  • Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
    • koorts (38,5 graden of meer) heeft.
    • koude rillingen (klappertanden en rillen) heeft.
    • in de war of suf bent.
    • ergens over twijfelt of ongerust bent.
  • Was regelmatig uw handen met water en zeep.
  • Probeer wondjes te voorkomen. Trek bijvoorbeeld bij het in de tuin werken handschoenen aan. Heeft u een wondje? Controleer dan of het gaat ontsteken. Let op rood of warm worden, zwelling en pijn.
  • Verzorg uw mond en tanden goed. Bijvoorbeeld door regelmatig uw mond te spoelen met water.
  • Gebruik bij het tandenpoetsen een zachte (elektrische) tandenborstel. Wees voorzichtig met flosdraad, ragers en tandenstokers.
  • Zorg dat u regelmatig naar de tandarts gaat. Vertel bij een bezoek aan uw tandarts of mondhygiënist altijd dat u behandeld wordt en noem de soort behandeling die u krijgt (chemotherapie, doelgerichte therapie, immuuntherapie, hormonale therapie).
  • Let op dat u vatbaarder bent om een infectie op te lopen. Zeker tijdens de dip-periode. Blijf uit de buurt bij mensen die verkouden of ziek zijn.
  • Vermijd plekken waar veel mensen dicht bij elkaar komen. Bijvoorbeeld een concert of kroeg.
  • Bespreek met uw zorgverlener of het verstandig is om bepaalde vaccinaties te halen.

Laatst gewijzigd: 10-12-2025

Reacties op de prikplek

Door de behandeling kan op de prikplek een reactie ontstaan. De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • rode huid
  • zwelling
  • warm gevoel
  • pijn
  • blauwe plek
  • irritatie van het bloedvat
  • hard aanvoelen van de huid of het bloedvat

U kunt zelf niks doen aan een reactie op de prikplek. Meestal verdwijnen de klachten weer binnen enkele uren tot dagen.

Advies

Neem direct contact op met uw zorgverlener als de huid rond de prikplek warm aanvoelt, pijnlijk of dik wordt of als er rode strepen ontstaan. Dit kan wijzen op een ontsteking van de ader. Een ander woord hiervoor is flebitis.

Laatst gewijzigd: 7 mei 2025

Reacties op het infuus

Door de behandeling via een infuus kunt u een reactie op het infuus krijgen. Meestal gebeurt dit binnen een paar minuten tot enkele uren na het toedienen van het infuus. Soms krijgt u vooraf medicijnen om een reactie te voorkomen.

De volgende klachten kunnen wijzen op een reactie op het infuus:

  • zwelling van het gezicht, ogen, tong, keel
  • rode huid of huiduitslag, soms met jeuk over het hele lichaam
  • benauwd zijn
  • duizelig zijn
  • koorts (38,5 graden of meer) en/of koude rillingen
  • drukkend gevoel op de borst
  • pijn in de onderrug
  • buikkrampen en/of diarree
  • misselijk zijn en/of overgeven
  • hoesten, een loopneus
  • blozen
  • onrust
Advies
  • Krijgt u klachten tijdens het infuus? Meld dit dan meteen aan uw zorgverlener. De behandeling kan dan (tijdelijk) worden gestopt. U kunt ook medicijnen krijgen om de klachten te verminderen. Meestal verdwijnen de klachten daarna snel.
  • Ontstaan de klachten pas enkele uren na toediening en maakt u zich zorgen? Neem dan contact op met uw zorgverlener.

Laatst gewijzigd: 28-9-2026

Koorts

Door de behandeling kunt u koorts krijgen. Koorts is een lichaamstemperatuur boven de 38,5°C. Koorts kan ontstaan door een infectie. Soms kan het ook een reactie zijn van uw afweer op het medicijn wat u heeft gehad.

De volgende klachten kunnen een teken zijn van een infectie:

  • koorts
  • koude rillingen (klappertanden en rillen)
  • zweten
  • het warm hebben
  • benauwd zijn
  • hoesten, soms met slijm
  • keelpijn
  • pijn bij het plassen, vaker plassen en/of troebele urine
  • diarree
  • buikpijn
  • ziek voelen

 Hieronder staan adviezen die u kunt volgen als u koorts heeft. Ook staan er adviezen om de kans op het krijgen van koorts te verkleinen.

Advies

Wat u kunt doen bij koorts:

  • Heeft u een temperatuur van boven de 38,5°C? Neem dan direct contact op met uw zorgverlener.
  • Heeft uw zorgverlener gezegd dat u paracetamol mag gebruiken? Neem dan 2 tabletten van 500 mg per keer. Niet vaker dan 4 keer per 24 uur.
  • Bij koorts heeft het lichaam extra vocht nodig. Door koorts en zweten verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade. Genoeg drinken kan in het begin lastig zijn, omdat u niet altijd dorst heeft. Het kan dan helpen om op te schrijven wat u heeft gedronken.
  • Rust genoeg.

Wat u kunt doen om de kans op koorts te verkleinen:

  • Verzorg uw mond en tanden goed. Bijvoorbeeld door regelmatig uw mond te spoelen en tanden te poetsen. Wees voorzichtig met flosdraad, ragers en tandenstokers.
  • Was uw handen regelmatig, vooral na gebruik van het toilet.
  • Bespreek met uw zorgverlener of u de griepvaccinatie moet halen.

 Dit zijn algemene adviezen. In uw situatie kunnen andere adviezen gelden. Bespreek dit met uw zorgverlener. Neem bij twijfel altijd contact op met uw zorgverlener.

Laatst gewijzigd: 17 maart 2025