Cyclofosfamide/Prednisolon
Geselecteerde behandeling: chemotherapie
Algemene informatie
Samen met uw arts heeft u besloten dat u een behandeling krijgt tegen kanker. Deze behandeling kan bestaan uit chemotherapie, doelgerichte therapie, immunotherapie en anti-hormonale therapie of een combinatie daarvan. Graag bieden wij u deze informatie aan, over hoe uw behandeling eruit ziet en over de gang van zaken tijdens uw behandeling. Ook vindt u hier contactgegevens van uw hulpverleners in het Elkerliek. Verderop vindt u een overzicht van mogelijke bijwerkingen van de behandeling die u krijgt. Hierbij staan ook adviezen hoe u daarmee om kunt gaan.
MOGELIJKE BEHANDELINGEN
Chemotherapie
Chemotherapie is een behandeling van kanker met cytostatica. Kankercellen zijn over het algemeen snel delende cellen. Chemotherapie remt de groei van deze snel delende kankercellen, maar tegelijkertijd ook de groei van gezonde snel delende cellen. Er zijn verschillende soorten cytostatica. Afhankelijk van de soort kanker kunnen één of meerdere van deze middelen voor een behandeling worden gebruikt. Om zoveel mogelijk kankercellen te bereiken, bestaat chemotherapie meestal uit een aantal behandelingen met daarna steeds een rustperiode waarin het lichaam zich weer kan herstellen. Meer weten over chemotherapie? Lees dan hier verder.
Doelgerichte therapie
Doelgerichte therapie is een behandeling met medicijnen die de groei en deling van kankercellen blokkeert. Deze therapie gaat de werking tegen van specifieke eiwitten die kankercellen nodig hebben voor hun groei en overleving. Hierdoor sterft de kankercel af of deelt zich niet meer. Doelgerichte therapie brengt meestal minder schade toe aan gezonde cellen dan bijvoorbeeld chemotherapie en geeft meestal minder bijwerkingen. Om in aanmerking te komen voor doelgerichte therapie moet de tumor bepaalde kenmerken hebben. Het kan zijn dat er eerst onderzoek moet plaatsvinden om te weten of een noodzakelijk kenmerk op de tumorcel aanwezig is. Meer weten over doelgerichte therapie? Lees dan hier verder.
Immunotherapie
Immunotherapie is een behandeling die een afweerreactie tegen kankercellen stimuleert. Deze behandeling versterkt of verandert uw eigen afweersysteem zodat het de kankercellen beter kan doden. De behandeling werkt niet direct in op de tumor, zoals bij chemotherapie, maar is gericht op het afweersysteem zelf. Dit is uniek aan immunotherapie. Immunotherapie kan kankercellen zichtbaar maken voor het eigen afweersysteem of de therapie versterkt of verandert de activiteit van het eigen afweersysteem. Meer weten over immunotherapie? Lees dan hier verder.
Anti-hormonale therapie
Anti-hormonale therapie is een behandeling met medicijnen die invloed hebben op de hormoonhuishouding in het lichaam. Sommige organen hebben hormonen nodig voor hun groei en ontwikkeling. Voorbeelden zijn borstklier, schildklier, prostaat en slijmvlies van de baarmoeder. Als in deze organen kanker ontstaat, is die vaak (voor een deel) afhankelijk van de aanwezigheid van hormonen. Zolang deze hormonen aanwezig zijn kan de tumor groeien. Zonder deze hormonen kan de groei van de tumor stoppen, kleiner worden of zelfs (tijdelijk) verdwijnen. Meer weten over anti-hormonale therapie? Lees dan hier verder.
De behandeling met een van bovenstaande therapieën kan bijwerkingen geven. Het is belangrijk dat u de bijwerkingen bespreekt met uw hulpverlener(s). Zij denken met u mee in mogelijke oplossingen om de bijwerking(en) te voorkomen of te verminderen.
CONTACT MET UW HULPVERLENER
Soms is direct contact met uw hulpverlener noodzakelijk. Soms ook kan een vraag of klacht beter op een ander moment besproken worden of vindt u het antwoord in de BeterDichtbij app.
Direct contact
Neem bij een of meer van onderstaande klachten direct contact op met de polikliniek (op werkdagen) of de Spoedeisende hulp (buiten kantooruren):
- Koorts van 38,5 °C en hoger of bij koude rillingen.
- Bloedverlies
- via urine
- via ontlasting. Let op: wanneer u al regelmatig bloedverlies via de ontlasting (t.g.v. uw ziekte) heeft, dan graag contact opnemen wanneer dit meer is dan u gewend bent.
- bij hoesten
- via de neus (langer dan 20 minuten).
- Spontane blauwe plekken.
- Toenemende kortademigheid.
- Toenemende pijnklachten.
- Misselijkheid/ braken langer dan 24 uur.
- Minder dan 1 liter vocht inname per 24 uur gedurende 2 dagen.
- Waterdunne diarree, vaker dan 4-6 keer per dag langer dan 24 uur.
Het kan gebeuren dat u in een levensbedreigende situatie terechtkomt. Handel dan direct en bel 112.
Contact op de eerstvolgende werkdag
Bij een of meer van onderstaande klachten graag op de eerstvolgende werkdag contact opnemen met de polikliniek tijdens het telefonisch verpleegkundig spreekuur:
- Verstopping (obstipatie) langer dan 3 dagen.
- Pijnlijk, branderig gevoel bij urineren.
- Beschadigd/ pijnlijk mondslijmvlies.
- Plotseling huiduitslag en/of jeuk.
- Klachten waarvan u vindt dat deze onacceptabel zijn.
- Vragen of twijfels over uw behandeling.
Afhankelijk van de bevindingen van uw klacht zal in overleg met uw hulpverlener een passend beleid met u worden afgesproken. Het kan zijn dat u wordt doorverwezen naar uw huisarts of naar de spoedeisende hulp.
Belangrijke telefoonnummers
| Afdeling | Openingstijden | Telefoonnummer |
| Polikliniek |
Werkdagen 8.00-12.00 en 13.00-16.30 uur |
0492 – 59 59 47 |
| Telefonisch verpleegkundig spreekuur | Werkdagen 9.00-10.00 en 13.30-14.30 uur | 0492 – 59 59 35 |
| Spoedeisende hulp (SEH) Geef bij contact met de SEH altijd aan dat u behandeld wordt met chemo-, doelgerichte-, immuno- of anti-hormonale therapie. |
’s Avonds, ’s nachts en in het weekend | 0492 – 59 55 71 |
Wie waarvoor
| Polikliniek | Telefonisch verpleegkundig spreekuur | BeterDichtbij app |
|
|
Antwoordtijd algemene vraag: 1 dag Antwoordtijd medische vraag: 3 dagen |
GANG VAN ZAKEN RONDOM UW BEHANDELING
- Op de polikliniek in het Elkerliek vindt de controle plaats bij de arts of verpleegkundig specialist. Deze bespreekt met u de bloeduitslagen, eventuele bijzonderheden, vraagt als het nodig is vervolgonderzoeken aan en schrijft (herhaal)recepten uit. Ook hoort u dan of de kuur door kan gaan. Op de afgesproken dag en tijd meldt u zich op de polikliniek Hemato-oncologie, afdeling 4a. Soms kan dit gesprek ook in de vorm van een telefonisch consult.
- Tip: schrijf uw vragen of wat u wilt bespreken thuis al op een briefje en breng dit meer naar de afspraak. Geef tijdens de afspraak ook door of u een herhaalrecept nodig heeft.
- Voor de behandeling meldt u zich op de geplande dag en tijd op de dagbehandeling Hemato-oncologie, afdeling 4a. Het is goed om van tevoren wat gegeten te hebben. De oncologieverpleegkundige begeleidt u tijdens de behandeling. U kunt dan ook met de verpleegkundige eventuele vragen/problemen bespreken of om advies te vragen. Tijdens de behandeling dient u op de behandelkamer te blijven. Gedurende het eerste uur van de eerste behandeling mag uw begeleider/mantelzorger bij u blijven. Tijdens de behandeling krijgt u de vervolgafspraken mee. Na afloop van de behandeling mag u naar huis. Omdat niet bekend is hoe u op de behandeling gaat reageren, raden we aan dat iemand u ophaalt.
- Voorafgaand aan de controle afspraak dient u bloed te laten prikken. Dit kan op de middag voorafgaand aan de afspraak. Maak hiervoor altijd online een afspraak op https://www.elkerliek.nl/bloedafname.
- Bestaat uw behandelschema uit meerdere dagen, dan kan het voorkomen dat u ook tussendoor bloed dient te laten prikken. Mochten hier bijzonderheden uit voortkomen, dan nemen we hierover telefonisch contact met u op. Als er geen bijzonderheden zijn dan wordt u niet gebeld en gewoon verwacht voor de behandeling zoals gepland. Heeft u klachten op de dag voor of van de behandeling meld dit dan tussen 9.00-10.00 uur tijdens het telefonisch verpleegkundig spreekuur.
- Alle medicatie die bij uw behandeling hoort, wordt verstrekt door de poliklinische ziekenhuisapotheek op de begane grond van het Elkerliek. Voor de eerste behandeling dient u ondersteunende medicatie daar zelf op te halen. Ook vindt er dan een medicatie intake gesprek plaats. De ondersteunende medicatie voor de vervolgbehandeling krijgt u tijdens uw behandeling op de dagbehandeling van de apothekersassistente.
Behandelschema
Deze behandeling bestaat uit twee medicijnen. Daarnaast kunnen nog enkele andere medicijnen voorgeschreven worden. Deze dienen als ondersteuning van de behandeling, bijvoorbeeld om bijwerkingen te beperken.
| Behandelschema | ||
|
Medicatie |
Dag 1 t/m 28 (continu) |
Wijze van toediening |
|
Cyclofosfamide |
X |
Tablet, dosering volgens voorschrift, 1x daags om 8.00 uur |
|
Prednisolon |
X |
Tablet, dosering volgens voorschrift, 1x daags om 8.00 uur |
|
Ondersteunende medicatie |
||
| Medicatie | Dag 1 t/m 28 (continu) | Wijze van toediening |
| Cotrimoxazol | X | Tablet, 1x daags 480 mg om 8.00 uur |
| Metoclopramide | Tablet, zonodig gebruiken bij misselijkheid tot 3x daags 10 mg | |
De volgende behandeling start in principe 4 weken na dag 1.
Het aantal behandelingen is afhankelijk van het resultaat en het al dan niet optreden van bijwerkingen.
Extra info veilig omgaan met excreta
Wanneer u met een chemokuur of een ander middel wordt behandeld, verlaten de afvalstoffen uit de medicijnen uw lichaam. Dit gebeurt via excreta. Dit is een medische term voor alles wat het lichaam verlaat: plas, poep, wondvocht, bloed, traanvocht, zweet, sperma, braaksel en speeksel. Dit worden ook wel uitscheidingsproducten genoemd.
Direct (huid)contact van met name middelen uit een chemokuur in uitscheidingsproducten kan schadelijk zijn voor uw gezondheid. En voor de gezondheid van uw naasten. Hoe lang dit schadelijk blijft, verschilt per middel.
De risico's voor u en uw omgeving zijn thuis klein. Toch is het goed om een aantal maatregelen te nemen. Zo kunt
u de risico's verlagen.
Lees hier over maatregelen die u thuis kunt nemen.
Beschermende maatregelen ten aanzien van excreta
- Cyclofosfamide: 3 dagen
Gevolgen voor vruchtbaarheid en ongeboren kind
Deze informatie is relevant voor vrouwen én mannen in de vruchtbare leeftijd.
Vrouwen mogen tijdens de behandeling en ook in een bepaalde periode daarna meestal niet zwanger worden. Er kunnen
risico’s zijn voor het ongeboren kind. Bij mannen is minder goed bekend of een behandeling, zoals chemotherapie,
tijdelijk invloed kan hebben op de kwaliteit van het zaad en of dit risico’s met zich meebrengt voor het ongeboren
kind.
Ook kan de behandeling van kanker ervoor zorgen dat u (later) minder vruchtbaar bent. Dit hangt af van het soort medicijnen, de combinatie van medicijnen, de dosering, het soort kanker en uw leeftijd.
Bespreek vóór de start van de behandeling wat dit in uw situatie betekent. Bijvoorbeeld of – en hoe lang – u
maatregelen moet nemen om een zwangerschap te voorkomen.
Heeft u een kinderwens? Bespreek dan met uw zorgverlener de mogelijkheid van invriezen van sperma of eicellen vóór
het starten van de behandeling.
Middelen met hun bijwerkingen
Cyclofosfamide (chemotherapie)
Bijwerkingen en adviezen
Blaasproblemen
Door de behandeling kunnen blaasproblemen ontstaan door beschadiging of irritatie van de blaaswand.
andere kleur van uw plas
Sommige stoffen in medicijnen kunnen de kleur van uw plas veranderen. Uw plas kan bijvoorbeeld rood worden. Dit is niet gevaarlijk. De verkleuring gaat vanzelf weg. Meestal binnen een paar dagen nadat u het medicijn heeft gebruikt.
Advies
Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
Denkt u dat u een blaasontsteking heeft? Lees dan de adviezen bij de bijwerking blaasontsteking.
Laatst gewijzigd: 13 oktober 2025
blaasontsteking
Door een behandeling kan de wand van de blaas beschadigd raken of geïrriteerd worden. Als de blaaswand beschadigd is, kunnen er meer bacteriën in de blaas komen. Die bacteriën kunnen een ontsteking veroorzaken. Dat noemen we een blaasontsteking.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- een branderig gevoel of pijn bij het plassen
- pijn in de onderbuik
- vaker plassen dan normaal
- kleine beetjes plassen of niet goed kunnen (uit)plassen
- bloed in uw plas
- sterk ruikende en/of troebele plas
Advies
- Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
- Ga meteen plassen als u voelt dat u moet.
- Plas uw blaas helemaal leeg. Dit gaat het beste als u rechtop zit op de wc. Neem rustig de tijd om te plassen en probeer te ontspannen.
- Om de kans op een blaasontsteking te verminderen geldt voor vrouwen het advies om meteen na de seks te gaan plassen.
- Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
- veel bloed plast, dat wil zeggen meer dan een half kopje.
- pijn heeft bij het plassen.
- koorts heeft (38,5 graden of meer).
- last heeft van koude rillingen (klappertanden en rillen).
Laatst gewijzigd: 13 oktober 2025
bloed in uw plas
Door de behandeling kan het slijmvlies van de blaas geïrriteerd raken. Dit kan zorgen voor wondjes in de blaas die gaan bloeden. Hierdoor kan er bloed in uw plas terechtkomen.
Een klein beetje bloed (spoortje) in de plas komt soms voor. Dit kan er al voor zorgen dat uw plas roze van kleur wordt. Vaak gaat het vanzelf weer weg. Hier hoeft u niet voor te bellen.
Advies
- Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
- veel bloed plast; meer dan een half kopje.
- pijn heeft bij het plassen.
- koorts heeft (38,5 graden of meer).
- last heeft van koude rillingen (klappertanden en rillen).
Laatst gewijzigd: 7 mei 2025
plas verliezen
Door de behandeling kunt u uw plas minder goed ophouden. U kunt dan per ongeluk plas verliezen, bijvoorbeeld als u lacht of beweegt. Ook de volgende klachten kunnen voorkomen:
- ineens nodig moeten plassen
- vaak moeten plassen
- pijn of branderig gevoel bij het plassen
Advies
- Oefeningen voor de bekkenbodem kunnen de spieren rond de blaas sterker maken. Een bekkenfysiotherapeut kan u hierbij helpen. Vind er hier een bij u in de buurt.
- Plas kan de huid irriteren. Verzorg uw huid daarom goed met een crème of lotion.
- Probeer niet te veel koffie en alcohol te drinken. Hierdoor moet u nog meer plassen.
- Het is wel belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade. Minder drinken zorgt er niet voor dat u uw plas beter kunt ophouden.
- Houd in de gaten of u wel nog regelmatig moet poepen. Is dit niet zo? Bespreek dit dan met uw zorgverlener.
- U kunt ook hulpmiddelen gebruiken die uw plas opvangen. Bijvoorbeeld een verband in uw ondergoed of speciaal ondergoed. Tijdens het slapen kunt u een matje of hoes gebruiken die uw matras beschermt.
Denkt u dat u een blaasontsteking heeft? Lees dan de adviezen bij de bijwerking blaasontsteking
Laatst gewijzigd: 10 december 2025
Haarproblemen
Door de behandeling kan uw haar veranderen.
dunner haar of haaruitval
Door de behandeling kan uw haar dunner worden of uitvallen. U kunt daardoor (voor een deel) kaal worden. Niet alleen het haar op uw hoofd kan dunner worden of uitvallen, maar ook haar op uw gezicht of lichaam. Meestal begint het haar enkele weken na start van de behandeling dunner te worden of uit te vallen.
Haaruitval of dunner worden van haar is meestal tijdelijk. Na het stoppen van de behandeling begint het haar binnen enkele weken tot maanden weer dikker te worden of te groeien. Het haar kan er anders uitzien dan eerst. De kleur kan bijvoorbeeld anders zijn, het haar kan steiler zijn of juist meer krullen hebben.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- gevoelige of pijnlijke hoofdhuid
- droge hoofdhuid of jeuk
- emotionele klachten zoals het omgaan met verandering in uiterlijk.
Advies
Algemene adviezen
- Wees voorzichtig bij het borstelen en wassen van uw haar en hoofdhuid. Gebruik een milde shampoo voor het wassen en was het haar niet vaker dan 2 keer per week.
- Gebruik geen föhn, stijltang, haarklemmen of producten zoals gel die uw hoofdhuid kunnen beschadigen.
- Bescherm de hoofdhuid tegen de zon met een hoedje of pet, of smeer uw hoofdhuid in met zonnebrandcrème (minimaal factor 30).
- Draag bij koud weer een muts of sjaal om uw hoofd te bedekken. Kies zachte stoffen en materialen.
- Praat met mensen om u heen als u emotionele klachten ervaart door dunner haar of haaruitval.
- Look Good Feel Better kan u helpen met praktische tips over make-up, huidverzorging en haarwerken. Kijk hier voor meer informatie.
Adviezen dunner haar
- Borstel voorzichtig uw haar. Gebruik hiervoor een zachte babyborstel.
Adviezen haaruitval
- Haaruitval kan verminderd of soms voorkomen worden door uw hoofdhuid te koelen. Door de hoofdhuid te koelen tijdens de behandeling, stroomt er minder bloed naar de hoofdhuid. Hierdoor beschadigen de haarzakjes minder erg en heeft u minder last van haaruitval. Bespreek met uw zorgverlener of u hoofdhuidkoeling kunt krijgen. Dit is afhankelijk van de soort chemotherapie en de dosering. Voor meer informatie kijkt u hier.
- Een slaapmuts kan helpen tegen irritatie van de hoofdhuid tijdens het slapen.
- U kunt het haar alvast kort knippen of scheren voordat het begint uit te vallen. Mogelijk ervaart u dan minder ongemak als het begint uit te vallen.
U kunt een haarwerk of andere hoofdbedekking opzetten als u dat wil. Soms wordt dit vergoed door uw zorgverzekeraar. Een haarwerkspecialist kan u helpen bij het kiezen van een haarstukje, haarwerk of toupim bijvoorbeeld.
Laatst gewijzigd: 7 januari 2026
Koorts bij chemotherapie
Door de behandeling met chemotherapie kunt u koorts krijgen. Koorts is een lichaamstemperatuur boven de 38,5°C. Koorts kan ontstaan door een infectie. Door de chemotherapie bent u gevoeliger voor infecties. Dit komt doordat de chemotherapie ervoor kan zorgen dat het lichaam minder witte bloedcellen maakt. Witte bloedcellen zijn belangrijk omdat ze helpen bij het bestrijden van bacteriën en virussen. Als er te weinig nieuwe witte bloedcellen worden gemaakt, kan uw afweer verzwakken. Hierdoor heeft u meer kans op infecties. Het is dus belangrijk om te letten op klachten van een infectie die koorts kunnen veroorzaken.
De volgende klachten kunnen een teken zijn van een infectie:
- koorts
- koude rillingen (klappertanden en rillen)
- zweten
- het warm hebben
- benauwd zijn
- hoesten, soms met slijm
- keelpijn
- pijn bij het plassen, vaker plassen en/of troebele urine
- pijn in de mond of bij het slikken
- diarree
- buikpijn
- ziek voelen
Hieronder staan adviezen die u kunt volgen als u koorts heeft. Ook staan er adviezen om de kans op het krijgen van een infectie of koorts te verkleinen.
Advies
Wat u kunt doen bij koorts:
- Heeft u een temperatuur van boven de 38,5°C? Neem dan direct contact op met uw zorgverlener.
- Heeft uw zorgverlener gezegd dat u paracetamol mag gebruiken? Neem dan 2 tabletten van 500 mg per keer. Niet vaker dan 4 keer per 24 uur.
- Bij koorts heeft het lichaam extra vocht nodig. Door koorts en zweten verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade. Genoeg drinken kan in het begin lastig zijn, omdat u niet altijd dorst heeft. Het kan dan helpen om op te schrijven wat u heeft gedronken.
- Rust genoeg.
Wat u kunt doen om de kans op koorts te verkleinen:
- Verzorg uw mond en tanden goed. Bijvoorbeeld door regelmatig uw mond te spoelen en tanden te poetsen. Wees voorzichtig met flosdraad, ragers en tandenstokers.
- Was uw handen regelmatig, vooral na gebruik van het toilet.
- Kom niet in de buurt bij mensen die zich niet lekker voelen. Bijvoorbeeld mensen met koorts, verkoudheid of diarree.
- Controleer regelmatig uw handen en voeten op ontstoken wondjes of blaren.
- Bespreek met uw zorgverlener of u de griepvaccinatie moet halen.
Dit zijn algemene adviezen. In uw situatie kunnen andere adviezen gelden. Bespreek dit met uw zorgverlener. Neem bij twijfel altijd contact op met uw zorgverlener.
Laatst gewijzigd: 17 maart 2025
Maag-darmklachten
Door de behandeling kunt u last krijgen van maag-darmklachten. Dit zijn klachten die te maken hebben met het spijsverteringskanaal. Deze loopt van de mond tot en met de anus. Klachten kunnen zijn: een ander ontlastingspatroon, maag- of buikpijn, opgeblazen gevoel of winderigheid.
misselijk zijn en overgeven
Door de behandeling kunt u misselijk worden en overgeven. Het hangt af van de kankersoort en behandeling hoeveel last u hiervan heeft.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- kokhalzen en overgeven
- minder zin in eten
- maagklachten, zoals een vol gevoel of pijn in de maag
- buikpijn of buikkrampen
- opgezette buik
Misselijk zijn en overgeven zijn vervelende bijwerkingen en kunnen u beperken in uw dagelijks leven. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.
Advies
- Het is belangrijk dat u uw medicijnen altijd inneemt zoals u met uw zorgverlener hebt besproken. Houdt u aan de vaste tijden om uw medicijnen in te nemen, ook als u niet misselijk bent.
- Door het overgeven verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
- Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
- Forceer het eten niet. Eet op momenten wanneer u minder misselijk bent en pauzeer bij hevige misselijkheid.
- Eet geen vet, gefrituurd, zoet, zuur of scherp gekruid eten.
- Vermijd sterke geuren tijdens het eten. Als de geur van eten u stoort, vraag anderen om het eten klaar te maken.
- Als de geur van eten u stoort, probeer dan eten te eten dat koud is of op kamertemperatuur is.
- Maak het eten zo ontspannen mogelijk. Voor sommige mensen is het fijn om afleiding te hebben van de televisie, muziek of gezelschap. Anderen vinden het juist fijn om in een rustige ruimte te eten.
- Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen of yoga, kan ervoor zorgen dat u minder last heeft van misselijk zijn en overgeven.
- Doe ontspanningsoefeningen. Massages, luisteren naar muziek en mediteren kunnen helpen tegen misselijk zijn.
- Wilt u acupunctuur of acupressuur proberen? Bespreek dit dan eerst met uw arts.
- Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
- langer dan 24 uur moet overgeven.
- niet voldoende kunt drinken (minder dan 1,5 liter per dag) en/of als u last heeft van uitdroging. Dit is bijvoorbeeld te merken aan een droge mond en droge huid. En aan weinig of niet kunnen plassen en donkerbruine plas.
Uw zorgverlener kan samen met u kijken wat er mogelijk is. Dit hangt af van uw klachten. U kunt bijvoorbeeld extra medicijnen krijgen tegen het misselijk zijn.
Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt doen als u last heeft van misselijk zijn en overgeven. Vind hier een dietist bij u in de buurt die u kan helpen met deze klachten.
Laatst gewijzigd op 15 april 2025
diarree
Diarree is waterige dunne ontlasting waarvoor u meer dan 3 keer per dag naar de wc moet. Bij diarree nemen de darmen minder vocht en voedingsstoffen op. Dit komt door irritatie van de darmen, waardoor de darmen minder goed werken. Vaak komt de aandrang plotseling. En is het ophouden van de diarree moeilijk of lukt het zelfs helemaal niet.
De volgende klachten kunnen optreden:
- een waterige of dunne ontlasting
- bloed of slijm bij de ontlasting
- buikpijn en/of buikkrampen
- opgeblazen gevoel
- vaak naar de wc moeten
- misselijk zijn en overgeven
- koorts
- als u een stoma heeft voor de ontlasting, moet u het zakje vaker legen dan normaal.
Advies
Wat moet u doen bij diarree:
- Neem contact op met uw zorgverlener als u:
- langer dan 24 uur diarree heeft.
- bloed of slijm bij de ontlasting heeft.
- moet overgeven en diarree heeft.
- Houd bij hoe vaak en hoe veel ontlasting u heeft.
- Door de diarree verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade. Varieer met zowel zoete als zoute dranken. Genoeg drinken kan in het begin lastig zijn, omdat u niet altijd dorst heeft. Het kan dan helpen om op te schrijven wat u heeft gedronken.
Wat kunt u nog meer doen bij diarree:
- Voeding is meestal niet de oorzaak van diarree. Een streng dieet is niet nodig. Wel kan het helpen om verschillende dingen te eten. Vasten of minder eten is niet verstandig.
- Vermijd koffie, alcohol, zure dranken, producten met zoetstoffen of producten met lactose.
- Eet of drink (tijdelijk) meer zout. Als u diarree heeft, verliest u meer zout dan normaal. Neem regelmatig een kopje soep of bouillon. Overleg met uw zorgverlener als u niet te veel zout mag eten.
- Eet kleine porties. Kies in plaats van 3 grote maaltijden voor kleinere porties verdeeld over de dag.
Neem nooit medicijnen, supplementen of probiotica (bacteriën die de darmen kunnen helpen) tegen diarree zonder dit met uw zorgverlener te bespreken.
Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt eten bij diarree.
Ook kunt u bij diarree last krijgen van wondjes en pijn rondom de anus. Hieronder vindt u adviezen wat u moet doen als u wondjes en/of pijn rondom uw anus heeft:
- Maak uw huid schoon met zacht toiletpapier.
- Was de huid al deppend zonder zeep.
- Gebruik vette zalf rondom het anale gebied om de jeuk te verzachten.
Laatst gewijzigd: 15 april 2025
Minder bloedcellen
In het beenmerg worden nieuwe bloedcellen aangemaakt. Door de behandeling kan de aanmaak van nieuwe bloedcellen door het beenmerg verminderen. Dan treedt een tekort aan verschillende bloedcellen op. Meestal merkt u daar weinig of niets van, maar het is wel belangrijk te weten op welke signalen of veranderingen u moet letten.
te weinig witte bloedcellen
Witte bloedcellen zijn belangrijk in het afweersysteem van het lichaam. Ze helpen om infecties tegen te gaan. Door de behandeling kunt u een tekort aan witte bloedcellen in uw bloed hebben. Dit heet ook wel neutropenie of in de dip-periode zitten. Wanneer de dip optreedt en hoelang deze duurt hangt af van de behandeling.
Uw zorgverlener controleert uw bloed. Als het aantal witte bloedcellen in het bloed te laag wordt, kan de arts de behandeling aanpassen. Zelf kunt u niets doen om een tekort te voorkomen.
In de dipperiode bent u het meest vatbaar voor infecties. Bij een infectie kunnen de volgende klachten voorkomen:
- koorts (38,5 graden of meer)
- koude rillingen en/of zweten
- grieperig voelen
- buikpijn
- diarree
- veel hoesten, soms met slijm
- benauwd of kortademig zijn
- pijn in de mond of keel, pijn bij het slikken
- oorpijn
- pijn bij het plassen, vaak (kleine beetjes) plassen, troebele of stinkende plas
- hoofdpijn en/of een stijve nek
Advies
- Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
- koorts (38,5 graden of meer) heeft.
- koude rillingen (klappertanden en rillen) heeft.
- in de war of suf bent.
- ergens over twijfelt of ongerust bent.
- Was regelmatig uw handen met water en zeep.
- Probeer wondjes te voorkomen. Trek bijvoorbeeld bij het in de tuin werken handschoenen aan. Heeft u een wondje? Controleer dan of het gaat ontsteken. Let op rood of warm worden, zwelling en pijn.
- Verzorg uw mond en tanden goed. Bijvoorbeeld door regelmatig uw mond te spoelen met water.
- Gebruik bij het tandenpoetsen een zachte (elektrische) tandenborstel. Wees voorzichtig met flosdraad, ragers en tandenstokers.
- Zorg dat u regelmatig naar de tandarts gaat. Vertel bij een bezoek aan uw tandarts of mondhygiënist altijd dat u behandeld wordt en noem de soort behandeling die u krijgt (chemotherapie, doelgerichte therapie, immuuntherapie, hormonale therapie).
- Let op dat u vatbaarder bent om een infectie op te lopen. Zeker tijdens de dip-periode. Blijf uit de buurt bij mensen die verkouden of ziek zijn.
- Vermijd plekken waar veel mensen dicht bij elkaar komen. Bijvoorbeeld een concert of kroeg.
- Bespreek met uw zorgverlener of het verstandig is om bepaalde vaccinaties te halen.
Laatst gewijzigd: 10-12-2025