Abiraterone/Prednisolon
Geselecteerde behandeling: hormonale therapie
Algemene informatie
Samen met uw arts heeft u besloten dat u een behandeling krijgt tegen kanker. Deze behandeling kan bestaan uit chemotherapie, doelgerichte therapie, immunotherapie en anti-hormonale therapie of een combinatie daarvan. Graag bieden wij u deze informatie aan, over hoe uw behandeling eruit ziet en over de gang van zaken tijdens uw behandeling. Ook vindt u hier contactgegevens van uw hulpverleners in het Elkerliek. Verderop vindt u een overzicht van mogelijke bijwerkingen van de behandeling die u krijgt. Hierbij staan ook adviezen hoe u daarmee om kunt gaan.
MOGELIJKE BEHANDELINGEN
Chemotherapie
Chemotherapie is een behandeling van kanker met cytostatica. Kankercellen zijn over het algemeen snel delende cellen. Chemotherapie remt de groei van deze snel delende kankercellen, maar tegelijkertijd ook de groei van gezonde snel delende cellen. Er zijn verschillende soorten cytostatica. Afhankelijk van de soort kanker kunnen één of meerdere van deze middelen voor een behandeling worden gebruikt. Om zoveel mogelijk kankercellen te bereiken, bestaat chemotherapie meestal uit een aantal behandelingen met daarna steeds een rustperiode waarin het lichaam zich weer kan herstellen. Meer weten over chemotherapie? Lees dan hier verder.
Doelgerichte therapie
Doelgerichte therapie is een behandeling met medicijnen die de groei en deling van kankercellen blokkeert. Deze therapie gaat de werking tegen van specifieke eiwitten die kankercellen nodig hebben voor hun groei en overleving. Hierdoor sterft de kankercel af of deelt zich niet meer. Doelgerichte therapie brengt meestal minder schade toe aan gezonde cellen dan bijvoorbeeld chemotherapie en geeft meestal minder bijwerkingen. Om in aanmerking te komen voor doelgerichte therapie moet de tumor bepaalde kenmerken hebben. Het kan zijn dat er eerst onderzoek moet plaatsvinden om te weten of een noodzakelijk kenmerk op de tumorcel aanwezig is. Meer weten over doelgerichte therapie? Lees dan hier verder.
Immunotherapie
Immunotherapie is een behandeling die een afweerreactie tegen kankercellen stimuleert. Deze behandeling versterkt of verandert uw eigen afweersysteem zodat het de kankercellen beter kan doden. De behandeling werkt niet direct in op de tumor, zoals bij chemotherapie, maar is gericht op het afweersysteem zelf. Dit is uniek aan immunotherapie. Immunotherapie kan kankercellen zichtbaar maken voor het eigen afweersysteem of de therapie versterkt of verandert de activiteit van het eigen afweersysteem. Meer weten over immunotherapie? Lees dan hier verder.
Anti-hormonale therapie
Anti-hormonale therapie is een behandeling met medicijnen die invloed hebben op de hormoonhuishouding in het lichaam. Sommige organen hebben hormonen nodig voor hun groei en ontwikkeling. Voorbeelden zijn borstklier, schildklier, prostaat en slijmvlies van de baarmoeder. Als in deze organen kanker ontstaat, is die vaak (voor een deel) afhankelijk van de aanwezigheid van hormonen. Zolang deze hormonen aanwezig zijn kan de tumor groeien. Zonder deze hormonen kan de groei van de tumor stoppen, kleiner worden of zelfs (tijdelijk) verdwijnen. Meer weten over anti-hormonale therapie? Lees dan hier verder.
De behandeling met een van bovenstaande therapieën kan bijwerkingen geven. Het is belangrijk dat u de bijwerkingen bespreekt met uw hulpverlener(s). Zij denken met u mee in mogelijke oplossingen om de bijwerking(en) te voorkomen of te verminderen.
CONTACT MET UW HULPVERLENER
Soms is direct contact met uw hulpverlener noodzakelijk. Soms ook kan een vraag of klacht beter op een ander moment besproken worden of vindt u het antwoord in de BeterDichtbij app.
Direct contact
Neem bij een of meer van onderstaande klachten direct contact op met de polikliniek (op werkdagen) of de Spoedeisende hulp (buiten kantooruren):
- Koorts van 38,5 °C en hoger of bij koude rillingen.
- Bloedverlies
- via urine
- via ontlasting. Let op: wanneer u al regelmatig bloedverlies via de ontlasting (t.g.v. uw ziekte) heeft, dan graag contact opnemen wanneer dit meer is dan u gewend bent.
- bij hoesten
- via de neus (langer dan 20 minuten).
- Spontane blauwe plekken.
- Toenemende kortademigheid.
- Toenemende pijnklachten.
- Misselijkheid/ braken langer dan 24 uur.
- Minder dan 1 liter vocht inname per 24 uur gedurende 2 dagen.
- Waterdunne diarree, vaker dan 4-6 keer per dag langer dan 24 uur.
Het kan gebeuren dat u in een levensbedreigende situatie terechtkomt. Handel dan direct en bel 112.
Contact op de eerstvolgende werkdag
Bij een of meer van onderstaande klachten graag op de eerstvolgende werkdag contact opnemen met de polikliniek tijdens het telefonisch verpleegkundig spreekuur:
- Verstopping (obstipatie) langer dan 3 dagen.
- Pijnlijk, branderig gevoel bij urineren.
- Beschadigd/ pijnlijk mondslijmvlies.
- Plotseling huiduitslag en/of jeuk.
- Klachten waarvan u vindt dat deze onacceptabel zijn.
- Vragen of twijfels over uw behandeling.
Afhankelijk van de bevindingen van uw klacht zal in overleg met uw hulpverlener een passend beleid met u worden afgesproken. Het kan zijn dat u wordt doorverwezen naar uw huisarts of naar de spoedeisende hulp.
Belangrijke telefoonnummers
| Afdeling | Openingstijden | Telefoonnummer |
| Polikliniek |
Werkdagen 8.00-12.00 en 13.00-16.30 uur |
0492 – 59 59 47 |
| Telefonisch verpleegkundig spreekuur | Werkdagen 9.00-10.00 en 13.30-14.30 uur | 0492 – 59 59 35 |
| Spoedeisende hulp (SEH) Geef bij contact met de SEH altijd aan dat u behandeld wordt met chemo-, doelgerichte-, immuno- of anti-hormonale therapie. |
’s Avonds, ’s nachts en in het weekend | 0492 – 59 55 71 |
Wie waarvoor
| Polikliniek | Telefonisch verpleegkundig spreekuur | BeterDichtbij app |
|
|
Antwoordtijd algemene vraag: 1 dag Antwoordtijd medische vraag: 3 dagen |
GANG VAN ZAKEN RONDOM UW BEHANDELING
- Op de polikliniek in het Elkerliek vindt de controle plaats bij de arts of verpleegkundig specialist. Deze bespreekt met u de bloeduitslagen, eventuele bijzonderheden, vraagt als het nodig is vervolgonderzoeken aan en schrijft (herhaal)recepten uit. Ook hoort u dan of de kuur door kan gaan. Op de afgesproken dag en tijd meldt u zich op de polikliniek Hemato-oncologie, afdeling 4a. Soms kan dit gesprek ook in de vorm van een telefonisch consult.
- Tip: schrijf uw vragen of wat u wilt bespreken thuis al op een briefje en breng dit meer naar de afspraak. Geef tijdens de afspraak ook door of u een herhaalrecept nodig heeft.
- Voor de behandeling meldt u zich op de geplande dag en tijd op de dagbehandeling Hemato-oncologie, afdeling 4a. Het is goed om van tevoren wat gegeten te hebben. De oncologieverpleegkundige begeleidt u tijdens de behandeling. U kunt dan ook met de verpleegkundige eventuele vragen/problemen bespreken of om advies te vragen. Tijdens de behandeling dient u op de behandelkamer te blijven. Gedurende het eerste uur van de eerste behandeling mag uw begeleider/mantelzorger bij u blijven. Tijdens de behandeling krijgt u de vervolgafspraken mee. Na afloop van de behandeling mag u naar huis. Omdat niet bekend is hoe u op de behandeling gaat reageren, raden we aan dat iemand u ophaalt.
- Voorafgaand aan de controle afspraak dient u bloed te laten prikken. Dit kan op de middag voorafgaand aan de afspraak. Maak hiervoor altijd online een afspraak op https://www.elkerliek.nl/bloedafname.
- Bestaat uw behandelschema uit meerdere dagen, dan kan het voorkomen dat u ook tussendoor bloed dient te laten prikken. Mochten hier bijzonderheden uit voortkomen, dan nemen we hierover telefonisch contact met u op. Als er geen bijzonderheden zijn dan wordt u niet gebeld en gewoon verwacht voor de behandeling zoals gepland. Heeft u klachten op de dag voor of van de behandeling meld dit dan tussen 9.00-10.00 uur tijdens het telefonisch verpleegkundig spreekuur.
- Alle medicatie die bij uw behandeling hoort, wordt verstrekt door de poliklinische ziekenhuisapotheek op de begane grond van het Elkerliek. Voor de eerste behandeling dient u ondersteunende medicatie daar zelf op te halen. Ook vindt er dan een medicatie intake gesprek plaats. De ondersteunende medicatie voor de vervolgbehandeling krijgt u tijdens uw behandeling op de dagbehandeling van de apothekersassistente.
Behandelschema
Deze behandeling bestaat uit twee medicijnen.
| Behandelschema | ||
|
Medicatie |
Dagelijks (continu) |
Wijze van toediening |
|
Abiraterone |
X |
Tablet, dosering volgens voorschrift, 1x daags volgens voorschrift |
|
Prednisolon |
X |
Tablet, dosering volgens voorschrift, 1x daags om 8.00 uur |
Het aantal behandelingen is afhankelijk van het resultaat en het al dan niet optreden van bijwerkingen.
Beschermende maatregelen ten aanzien van excreta
- Abirateron: geen risico
Abirateron
Stop met het innemen en raadpleeg onmiddellijk een arts als u een van de volgende verschijnselen opmerkt: Spierzwakte, spiertrekkingen of bonzen van uw hart (hartkloppingen). Dit kan erop wijzen dat de hoeveelheid kalium in uw bloed te laag is.
Het innemen van abirateronacetaat met voedsel kan bijwerkingen veroorzaken.
Gevolgen voor vruchtbaarheid en ongeboren kind
Deze informatie is relevant voor vrouwen én mannen in de vruchtbare leeftijd.
Vrouwen mogen tijdens de behandeling en ook in een bepaalde periode daarna meestal niet zwanger worden. Er kunnen
risico’s zijn voor het ongeboren kind. Bij mannen is minder goed bekend of een behandeling, zoals chemotherapie,
tijdelijk invloed kan hebben op de kwaliteit van het zaad en of dit risico’s met zich meebrengt voor het ongeboren
kind.
Ook kan de behandeling van kanker ervoor zorgen dat u (later) minder vruchtbaar bent. Dit hangt af van het soort medicijnen, de combinatie van medicijnen, de dosering, het soort kanker en uw leeftijd.
Bespreek vóór de start van de behandeling wat dit in uw situatie betekent. Bijvoorbeeld of – en hoe lang – u
maatregelen moet nemen om een zwangerschap te voorkomen.
Heeft u een kinderwens? Bespreek dan met uw zorgverlener de mogelijkheid van invriezen van sperma of eicellen vóór
het starten van de behandeling.
Middelen met hun bijwerkingen
Abirateron (hormonale therapie)
Bijwerkingen en adviezen
Blaasproblemen
Door de behandeling kunnen blaasproblemen ontstaan door beschadiging of irritatie van de blaaswand.
blaasontsteking
Door een behandeling kan de wand van de blaas beschadigd raken of geïrriteerd worden. Als de blaaswand beschadigd is, kunnen er meer bacteriën in de blaas komen. Die bacteriën kunnen een ontsteking veroorzaken. Dat noemen we een blaasontsteking.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- een branderig gevoel of pijn bij het plassen
- pijn in de onderbuik
- vaker plassen dan normaal
- kleine beetjes plassen of niet goed kunnen (uit)plassen
- bloed in uw plas
- sterk ruikende en/of troebele plas
Advies
- Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
- Ga meteen plassen als u voelt dat u moet.
- Plas uw blaas helemaal leeg. Dit gaat het beste als u rechtop zit op de wc. Neem rustig de tijd om te plassen en probeer te ontspannen.
- Om de kans op een blaasontsteking te verminderen geldt voor vrouwen het advies om meteen na de seks te gaan plassen.
- Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
- veel bloed plast, dat wil zeggen meer dan een half kopje.
- pijn heeft bij het plassen.
- koorts heeft (38,5 graden of meer).
- last heeft van koude rillingen (klappertanden en rillen).
Laatst gewijzigd: 13 oktober 2025
Leverproblemen
Door de behandeling kan de leverfunctie verstoord raken. Stoornissen van de leverfunctie zijn vaak te zien aan afwijkingen in het bloed. Daar zult u in eerste instantie niet veel van merken. Pas bij ernstige leverfunctiestoornissen kunt u klachten krijgen als vermoeidheid, complete malaise of het geel worden van de huid of ogen (geelzucht).
Als er leverfunctiestoornissen optreden, kunnen die het verloop van de behandeling veranderen. U krijgt bijvoorbeeld een lagere dosis toegediend of de behandelend arts schrijft een ander middel voor.
Advies
- Heeft u klachten die (kunnen) wijzen op ernstige leverfunctiestoornissen, meldt dit dan aan uw behandelend arts.
Maag-darmklachten
Door de behandeling kunt u last krijgen van maag-darmklachten. Dit zijn klachten die te maken hebben met het spijsverteringskanaal. Deze loopt van de mond tot en met de anus. Klachten kunnen zijn: een ander ontlastingspatroon, maag- of buikpijn, opgeblazen gevoel of winderigheid.
diarree
Diarree is waterige dunne ontlasting waarvoor u meer dan 3 keer per dag naar de wc moet. Bij diarree nemen de darmen minder vocht en voedingsstoffen op. Dit komt door irritatie van de darmen, waardoor de darmen minder goed werken. Vaak komt de aandrang plotseling. En is het ophouden van de diarree moeilijk of lukt het zelfs helemaal niet.
De volgende klachten kunnen optreden:
- een waterige of dunne ontlasting
- bloed of slijm bij de ontlasting
- buikpijn en/of buikkrampen
- opgeblazen gevoel
- vaak naar de wc moeten
- misselijk zijn en overgeven
- koorts
- als u een stoma heeft voor de ontlasting, moet u het zakje vaker legen dan normaal.
Advies
Wat moet u doen bij diarree:
- Neem contact op met uw zorgverlener als u:
- langer dan 24 uur diarree heeft.
- bloed of slijm bij de ontlasting heeft.
- moet overgeven en diarree heeft.
- Houd bij hoe vaak en hoe veel ontlasting u heeft.
- Door de diarree verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade. Varieer met zowel zoete als zoute dranken. Genoeg drinken kan in het begin lastig zijn, omdat u niet altijd dorst heeft. Het kan dan helpen om op te schrijven wat u heeft gedronken.
Wat kunt u nog meer doen bij diarree:
- Voeding is meestal niet de oorzaak van diarree. Een streng dieet is niet nodig. Wel kan het helpen om verschillende dingen te eten. Vasten of minder eten is niet verstandig.
- Vermijd koffie, alcohol, zure dranken, producten met zoetstoffen of producten met lactose.
- Eet of drink (tijdelijk) meer zout. Als u diarree heeft, verliest u meer zout dan normaal. Neem regelmatig een kopje soep of bouillon. Overleg met uw zorgverlener als u niet te veel zout mag eten.
- Eet kleine porties. Kies in plaats van 3 grote maaltijden voor kleinere porties verdeeld over de dag.
Neem nooit medicijnen, supplementen of probiotica (bacteriën die de darmen kunnen helpen) tegen diarree zonder dit met uw zorgverlener te bespreken.
Kijk hier voor meer adviezen over wat u kunt eten bij diarree.
Ook kunt u bij diarree last krijgen van wondjes en pijn rondom de anus. Hieronder vindt u adviezen wat u moet doen als u wondjes en/of pijn rondom uw anus heeft:
- Maak uw huid schoon met zacht toiletpapier.
- Was de huid al deppend zonder zeep.
- Gebruik vette zalf rondom het anale gebied om de jeuk te verzachten.
Laatst gewijzigd: 15 april 2025
Vocht vasthouden
Door de behandeling kan uw lichaam meer vocht vasthouden. Dit heet oedeem. Meestal verdwijnt het vocht vanzelf weer. Hoelang dat duurt, hangt af van de behandeling. Ook kan het per persoon anders zijn.
De volgende klachten kunnen voorkomen:
- dikke enkels of onderbenen
- dikke vingers, handen of armen
- opgezwollen gezicht
- zwaarder worden
- moeite met ademen
- benauwd worden bij plat liggen
- minder plassen dan u gewend bent
Advies
- Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals wandelen of yoga, kan ervoor zorgen dat het vocht weer terugkomt in de bloedsomloop. Dat helpt om minder vocht vast te houden.
- Leg uw benen voeten hoog als u zit of ligt. Zorg dat uw benen hoger liggen dan uw billen. Gebruik bijvoorbeeld een voetenbankje of leg kussens op de bank of onder uw matras.
- Gebruik compressiesokken.
- Neem direct contact op met uw zorgverlener als u:
- benauwd bent terwijl u niets doet of als u ligt
- (plotselinge) pijn of druk op de borst heeft
- plotseling een zwelling in het gezicht krijgt
- één been heeft dat dikker, roder of pijnlijker is dan het andere been.
Let op: Deze bijwerking gaat over vocht vasthouden door chemotherapie, immuuntherapie, doelgerichte therapie of hormoontherapie. Houdt u door een andere oorzaak vocht vast? Dan kunnen de adviezen anders zijn. Bespreek dit dan met uw zorgverlener.
Laatst gewijzigd: 15 april 2025
Hoge bloeddruk
Door de behandeling kunt u een hoge bloeddruk krijgen. De bloeddruk is de druk in je bloedvaten. Deze druk is nodig om bloed rond te pompen in het lichaam. Bij een hoge bloeddruk is de bovendruk hoger dan 140 en/of de onderdruk hoger dan 90. Uw zorgverlener meet uw bloeddruk regelmatig. Als uw bloeddruk te hoog is, kan uw zorgverlener u medicatie geven.
Een hoge bloeddruk voelt u meestal niet. Maar soms kunt u wel last krijgen van klachten zoals:
- hoofdpijn
- moe zijn
- misselijk zijn
- kortademig zijn
- problemen met zien
- duizelig zijn
Advies
- Eet gezond en gevarieerd. Eet niet te veel zout, drop, zoethoutthee of zoute snacks.
- Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals wandelen of fietsen, helpt om de bloeddruk goed te houden.
- Streef een gezond gewicht na.
- Rook niet en drink geen alcohol.
- Vermijd of verminder koffie drinken.
- Meet uw temperatuur. Heeft u een temperatuur van boven de 38,5°C? Neem dan direct contact op met uw zorgverlener.
Dit zijn algemene adviezen. In uw situatie kunnen andere adviezen gelden. Bespreek dit met uw zorgverlener.
Laatst gewijzigd: 21 augustus 2025